Waarom er op Sint-Maarten toch wél geplunderd werd

Vijf verklaringen voor de plunderingen na orkaan Irma.

Vincent Jannink / ANP

Na de ramp volgt de plundering. Dat is wat rampenexperts de ‘plundermythe’ noemen. Want waar media na natuurrampen vaak berichten over wijdverspreide diefstal, stellen academici dat dit een fabel is. Waarom gebeurde het na orkaan Irma dan toch op Sint-Maarten?

De Amerikaanse socioloog Kathleen Tierney is de directeur van het Amerikaanse Natural Hazards Center en deed onderzoek naar de situatie na orkaan Katrina in New Orleans en de aardbeving van 2010 in Haïti. Zij onderschrijft dat er inderdaad in de regel niet geplunderd wordt na rampen. Mensen die op verzoek van familie of vrienden beschadigde huizen binnen gaan om spullen te redden, worden per abuis als plunderaars gezien. Hetzelfde geldt voor slachtoffers die uit overlevingsdrang water en eten uit verlaten supermarkten halen. Maar, zo relativeert zij, er zijn specifieke, zeldzame gevallen waarin plunderingen wel degelijk plaatsvinden. En juist Sint-Maarten voldoet aan die ‘uitzonderingsomstandigheden’.

Ze verwijst naar de Amerikaanse socioloog Enrico Quarantelli, die met zijn onderzoek naar rampen in belangrijke mate bijdroeg aan de ontkrachting van de ‘plundermythe’. Totdat wat hij was gaan zien als een sociologische wet in 1989 plots met voeten getreden werd toen orkaan Hugo het Amerikaanse Maagdeneiland Saint Croix verwoest achterliet en er wél op grote schaal geplunderd werd.

Quarantelli reisde zelf naar het eiland toe om te begrijpen hoe dit kwam. Hij kwam terug met vijf verklaringen, die nu ook lijken op te gaan voor Sint-Maarten.

1. Grootschalige verwoesting

Toen Defensie een dag na de ramp over Sint-Maarten vloog om de schade op te nemen, maakten de beelden al snel duidelijk hoe vernietigend Irma was geweest. Volgens het Rode Kruis heeft ongeveer 90 procent van alle gebouwen schade en is 30 procent volledig verwoest.

2. Autoriteit onzichtbaar

Met zo’n zestig Nederlandse militairen en een grotendeels afwezige lokale politiemacht was er na de orkaan nauwelijks zichtbaar gezag op het eiland. Premier Marlin kwam pas op dag negen met een eerste officiële reactie. Statenleden en ministers konden elkaar niet bereiken en waren niet zichtbaar voor de bevolking. Dit leidde, samen met de verwoesting en een al bestaand gebrek aan vertrouwen in de autoriteiten als gevolg van corruptie, tot (een perceptie van) wetteloosheid.

3. Het Remi-gevoel

In de chaos na Irma duurde het enkele dagen voordat de eerste noodhulp de bevolking wist te bereiken. Doordat er nauwelijks contact was met elkaar en met de buitenwereld hadden de Sint-Maartenaren lange tijd het gevoel er alleen voor te staan.

4. Al bestaande criminaliteit

Mensen die op criminele wijze hun brood verdienen, zullen dat na een ramp niet ineens anders doen. Plunderingen worden na een ramp dan ook vaak geïnitieerd door bestaande criminele groeperingen, zegt Tierney. Een politierapport uit 2011 toont het criminaliteitsprobleem waar Sint-Maarten mee kampt. De kans op woninginbraak op het eiland was tussen 2004 en 2010 ruim vier keer groter dan in Nederland en het moordcijfer lag met 26 moorden per 100.000 bewoners ruim 27 maal boven dat van Nederland en vier keer boven het wereldgemiddelde.

5. Sociale ongelijkheid

De bevolking op Sint-Maarten is door de toerisme-industrie de laatste vijftig jaar hard gegroeid: van 6.000 inwoners naar ruim 40.000. Ten minste tweederde van de bevolking van het eiland is eerste- of tweede generatie immigrant, vaak afkomstig van omliggende armere eilanden. Deze armere groep is door Irma onevenredig hard getroffen: sloppenwijken zijn weggevaagd. Geplunderd wordt in de regel door mensen die zich buiten de gemeenschap geplaatst voelen en het idee hebben niet vertegenwoordigd te worden door de aanwezige elite en instituties. Deze mensen hebben het idee volledig op zichzelf aangewezen te zijn.