Tito in Catalonië

Op de achtergrond staat een huis, op de voorgrond staan steeds weer andere mensen – échte mensen met steeds andere kleertjes aan. Oud, jong, luchtig gekleed of gesluierd, bruin, wit. De gevel verandert mee van kleur. Een uitbundig bandje zingt: „Wij houden van de Kroaten, de Kroaten houden van ons.” En zo meandert het liedje langs alle Balkan-volken: Slovenen, Roemenen, Hongaren, Slowaken, zigeuners. Elke groep voelt zich afgewezen en benadrukt met gewoontes en tradities zijn eigen bijzonderheid.

Het is een korte documentaire van de Sloveense – of toen nog Joegoslavische – filmmaker Karpo Godina uit 1971. Op het eerste oog een ode aan de etniciteit, maar dat is het niet. Aan het einde zingen alle volken: „Laat het Oostblok in zijn geheel diep onder de grond begraven worden.” Een mooi voorbeeld van Balkan-cynisme. „De hoop en idealen van het socialisme stonden op instorten”, zei Godina er later over. Healthy People for Fun werd kort na verschijnen tot eind jaren tachtig verboden.

Aan Slovenië moest ik denken toen ik de foto’s zag van al die welgestelde Catalaanse jongeren met rood plakband over hun lippen. Catalonië is het rijkste deel van Spanje, Slovenië was het rijkste land van de Balkan toen het in 1990 per referendum zijn onafhankelijkheid afdwong. Het Joegoslavische leger dat nog handelde in de geest van Tito viel binnen, maar kon niets meer beginnen. Slovenië stak een middelvinger op naar de rest van het land, dat daarna zou scheuren in zoveel stukken als er volkeren zijn. Catalonië steekt nu die middelvinger op naar Spanje.

Lees ook deze reportage uit een chique Madrileense wijk: ‘De Catalanen zijn veel te ver gegaan’

Als de geschiedenis iets heeft bewezen, is het dat nationalisme buskruit is. Wie ermee speelt, maakt de boel stuk – bloedig stuk. Elke sterke minderheid die zich op z’n grondgebied terugtrekt en een muur opwerpt, sluit een andere minderheid uit. De strakke grenzen die na de Balkanoorlogen van de jaren negentig zijn getrokken, worden alweer betwist. Vorige week zegde de Sloveense premier Miro Cerar een bezoek aan Kroatië af omdat zijn buurland een uitspraak van het Permanente Hof van Arbitrage niet erkent. Dat regelde onder andere voor de Slovenen ongehinderde doorgang naar de Adriatische Zee.

„Ik ben bezorgd over de situatie in Catalonië”, waarschuwde premier Cerar van Slovenië deze week, sadder and wiser. „Ik roep op tot een politieke dialoog, tot herstel van de rechtsstaat en een vredelievende oplossing.”

„Het verlangen naar de gemeenschap bestaat nog in Slovenië”, zegt Karpo Godina opgelucht.

Je zou ze in Spanje allemaal de melancholieke blik van Godina toewensen. Niet de romantische eigenheid benadrukken, maar het algemeen gedeelde koele burgerschap.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Correctie (4 oktober 2017): In een eerdere versie stond Internationale Strafhof in plaats van het Permanente Hof van Arbitrage.