Slachterij moet Nijmegen 7 miljoen betalen

Het bedrijf heeft Nijmegen verkeerd voorgelicht over de financiering voor een verhuizing die niet plaatsvond. Daardoor betaalde de gemeente teveel voor de gebouwen van het slachthuis.

Foto Sander Koning/ANP

Slachterij Hilckmann moet de gemeente Nijmegen 7 miljoen euro terugbetalen. De rechtbank in Arnhem oordeelde woensdag in een bodemprocedure dat het bedrijf de gemeente onjuist heeft geïnformeerd over de kosten van de verhuizing van het bedrijf. Nijmegen betaalde daardoor teveel voor het verkrijgen van de gebouwen van het slachthuis.

De gemeente sloot vlak voor de zomer van 2015 een deal met Hilckmann. Nijmegen wilde op het terrein van het bedrijf huizen bouwen en moest het slachthuis daarom uitkopen. Dat gebeurde in een deal waarmee 27,6 miljoen euro was gemoeid. Nijmegen betaalde voor de zogeheten opstallen op de gebouwen plus een bijdrage voor de verhuizing van het bedrijf naar het Brabantse Haps. Het college van B&W wilde namelijk voorkomen dat er werkgelegenheid zou verdwijnen.

Lees ook onze reconstructie van de deal tussen de gemeente en Hilckmann: En ineens waren de miljoenen verdwenen

Bij aankoop betaalde Nijmegen alvast 21 miljoen aan Hilckmann, in de veronderstelling dat de financiering voor de verhuizing rond was. Hilckmann bevestigde dat op 28 juli vorig jaar ook bij de notaris. Op dat moment bleek er weliswaar een financieringsvoorstel te zijn van de ING maar was er nog niets getekend.

In de maanden daarna verslechterde de positie van de slachterij omdat het geen toegang kreeg tot de voor het bedrijf belangrijke Chinese afzetmarkt. ING stelde daarom aanvullende voorwaarden. Begin 2016 trok de directie vanwege de oplopende verliezen de stekker uit het bedrijf. Er vond geen verhuizing naar de beoogde locatie plaats.

Bedrogen

De gemeente voelde zich bedrogen door Hilckmann en eiste in een bodemprocedure dat het bedrijf geld zou terugbetalen. In een tussenvonnis oordeelde de rechtbank afgelopen mei dat Nijmegen inderdaad schade had geleden doordat de verhuizing niet doorging. Hoe groot die was, moest echter nog worden vastgesteld.

Een taxateur heeft de waarde van de opstallen berekend op 13,57 miljoen euro. Het afgesproken aankoopbedrag voor de gebouwen plus verplaatsing zou 27,6 miljoen zijn, waardoor de schade neerkomt op ongeveer 14 miljoen. Hilckmann moet daarom nu 7 miljoen (21 miljoen - 14 miljoen) terugbetalen.

Daarnaast is een claim van het bedrijf, dat eiste dat de resterende 6,7 miljoen (27,7 miljoen minus het voorschot van 21 miljoen euro) ook betaald zou worden, afgewezen. Een boete van 1,38 miljoen euro die in het tussenvonnis aan Hilckmann werd opgelegd vanwege niet nagekomen verplichtingen, is wel kwijtgescholden.

Geen bewezen kwade opzet

In het vonnis laat de rechtbank zich ook uit over de vraag of er kwade opzet in het spel was. Hilckmann gaf weliswaar een rooskleurige voorstelling van zaken, maar Nijmegen heeft onvoldoende kunnen aantonen dat er sprake was van bedrog toen de overeenkomst bij de notaris werd getekend. Dat Hilckmann op de hoogte was van het feit dat het wegvallen van de export naar China op korte termijn tot financiële problemen zou leiden, is door Nijmegen niet aangetoond, aldus de rechter.

De gemeente is verheugd met de uitspraak. “Wij zijn blij met het eindvonnis van de rechtbank. Er is nu duidelijkheid voor alle partijen en de rechtbank heeft nu definitief geoordeeld dat het bedrijf niet rechtmatig heeft gehandeld en de gemeente heeft benadeeld”, laat een woordvoerder weten.

Hilckmann kan tegen het vonnis nog in beroep gaan. Het bedrijf was woensdagmiddag nog niet bereikbaar voor commentaar.