Refresco, van prooi tot jager en weer tot prooi in zes maanden

Overname

De Franse investeerder PAI doet opnieuw een bod op sappenproducent Refresco. Beleggers zien een deal wel zitten, zo lijkt het.

Refresco Holding, een fabriek in Bodegraven waar onder andere Wicky en Coca-Cola geproduceerd worden. Foto Dirk-Jan Visser

Dat een verblijf van een drankenproducent aan de Amsterdamse beurs van korte duur kan zijn, bewees koffiefabrikant DE Master Blenders 1754. Nauwelijks een jaar nadat het bedrijf in 2012 via een beursgang was afgesplitst van het Amerikaanse voedingsmiddelenconcern Sara Lee, kwam de Duitse investeringsmaatschappij Joh. A. Benckiser (JAB) alweer langs om het voormalig Douwe Egberts van het Damrak te halen. Het was fijn weer „thuis te zijn”, zei DE Master Blenders in de campagne rond de beursgang. Nog fijner was het om voor 7,5 miljard euro te worden overgenomen.

Een vergelijkbaar scenario hangt in de lucht voor sappenproducent Refresco (5.500 werknemers, 2,1 miljard euro omzet). Dinsdag maakte het Rotterdamse bedrijf – sinds de zomer van 2015 genoteerd aan de Amsterdamse beurs – bekend dat het van het Franse private-equityhuis PAI een „ongevraagd en voorwaardelijk” bod heeft ontvangen. De Fransen bieden 19,75 euro per aandeel, ofwel 1,6 miljard voor de hele onderneming.

Dat is 14 procent meer dan in april, toen PAI voor het eerst (sinds de beursgang) aanklopte bij Refresco. Destijds wees de bottelaar, eigenaar van Wicky-limonade en maker van sappen en frisdranken van zowel huis- als A-merken, het bod nog resoluut van de hand. Nu hield Refresco zich op de vlakte. Bestuur en commissarissen zullen het bod grondig bestuderen, schreef het bedrijf in het persbericht. Verder wilde Refresco niet reageren.

Geen beschermingsconstructies

Of dat betekent dat PAI, sinds 2016 eigenaar van het Nederlandse recreatiebedrijf Roompot Vakanties, dit keer beet heeft, is onduidelijk. Zeker is wel dat de top van Refresco geen principieel tegenstander is van een overname. Politici en topbestuurders mogen pleiten voor extra bescherming voor Nederlandse beursondernemingen, Refresco doet dat zeker niet. Want: „We vinden dat we die vrije markt nodig hebben”, tekende Het Financieele Dagblad op uit de mond van topman Hans Roelofs op de aandeelhoudersvergadering in mei.

Die opstelling is begrijpelijk gezien de historie én de toekomstplannen van Refresco. Het bedrijf was al eens eigendom van investeringsmaatschappijen en kent de kneepjes van de kapitaalmarkt. Bovendien: „Het DNA van deze onderneming is groei” zei Roelofs toen de voormalige eigenaren – een groep IJslandse investeerders en de Britse private-equitypartij 3i – Refresco twee jaar geleden naar de beurs brachten. En in een frisdrankmarkt die nauwelijks groeit, zijn acquisities de sleutel tot expansie.

Meer dan twintig overnames deed het bedrijf al sinds begin deze eeuw, de grootste deze zomer. In juli kondigde Refresco aan dat het de Canadese branchegenoot Cott overneemt voor 1,1 miljard euro. Daarmee is Refresco naar eigen zeggen wereldwijd in één klap ‘de absolute nummer 1’ geworden. Totale productievolume: jaarlijks zo’n 12 miljard liter.

Er werd wel gesuggereerd dat de overname van Cott, die Refresco (in de geest van private equity) volledig financiert met vreemd vermogen, een poging was om PAI van het lijf te houden. Maar analist Matthias Maenhaut (ING) gelooft daar niet in. Immers, Refresco en Cott waren al jaren in gesprek.

‘Een relatief fair bod’

Grote vraag is nu: is de prijs die PAI wil betalen hoog genoeg? Maenhaut noemt het bod „relatief fair”. Hij berekent dat de prijs op het eerste gezicht ongeveer gelijk staat aan negen keer de verwachte brutowinst van Refresco, inclusief Cott en de geraamde kostenbesparingen. Dat is meer dan de Rotterdammers zélf voor de Canadese branchegenoot betalen. Maar Maenhaut benadrukt dat er nog veel details over het bod van PAI ontbreken, bijvoorbeeld over de hoeveelheid schuld de Fransen willen gebruiken voor de deal.

Beleggers reageerden in ieder geval enthousiast op het nieuws. De koers van het aandeel Refresco won 8,5 procent en sloot op 18,81 euro. Dat is iets lager dan de 19,75 euro die PAI heeft geboden. Beleggers houden dus rekening met een deal, maar er is nog twijfel.