Opinie

Referendumwet voorkomt juist Catalaanse toestanden

Afzien van volksstemmingen is een verkeerd antwoord op wanorde elders, betogen , en .

Illustratie Hajo

Hoewel de finale stemming over de initiatiefwet voor bindende correctieve referenda nog moet plaatsvinden, ziet het ernaar uit dat de tweederdemeerderheid voor grondwetswijziging niet wordt gehaald. De partijen die het wetsvoorstel in 2005 indienden – D66, PvdA en GroenLinks – trekken hun handen ervan af.

De christelijke partijen waren altijd al tegen en de VVD gaat, tegen het eigen beginselprogramma in, ook tegenstemmen. De formerende partijen – D66, VVD, CDA en ChristenUnie – overwegen zelfs het terugdraaien van de huidige Wet raadgevend referendum, die een adviserend volksveto mogelijk maakt. In ruil daarvoor zou de gekozen burgemeester weer in beeld komen. Dat zou van weinig dapperheid getuigen: nationale politici mogen geen extra risico lopen op de vingers te worden getikt, maar lokale bestuurders mogen de zweep van de kiezer wél voelen.

Volgens Niesco Dubbelboer, oud-PvdA-Kamerlid, is de Haagse politiek bevangen door ‘demofobie’, een onbekookte angst voor volksstemmingen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ‘demoforie’, een naïeve jubelstemming rond referenda, ook niet op zijn plaats is. Het referendum heeft een januskop. Goed vormgegeven – ingebed in maatschappelijke deliberatie, met evenwichtige informatievoorziening en realistisch verwachtingsmanagement – kan het referendum een nuttige toevoeging zijn aan het democratisch palet. Slecht vormgegeven kan het meer kapotmaken dan ons lief is.

In het debat over referenda is het vertoog ‘referenda nooit’ even hardnekkig als de tegenhanger ‘referenda altijd’

Wat dat betreft lijkt het op dat andere democratische instituut: de politieke partij. Het verschil is alleen dat de verscheidenheid hiervan meteen wordt herkend – bijna iedereen ziet in dat het CDA van Buma een ander soort partij is dan de AKP van Erdogan – terwijl bij referenda vaak ongedifferentieerde liefde of afkeer naar voren komt. In het debat over referenda is het vertoog ‘referenda nooit’ even hardnekkig als de tegenhanger ‘referenda altijd’. Wij bepleiten een kritische bevraging van beide, een nuchtere kijk op het referendum zoals zich dat daadwerkelijk manifesteert op een bepaalde plek.

Voor Nederland is dan de droge constatering dat de correctieve wetgevingsreferenda waar Haagse politici zich wederom over buigen van een totaal andere orde zijn dan de politiek-gestuurde afscheidingsreferenda die dezer dagen door Koerdische en Catalaanse leiders worden gepusht, of het eerdere Brexit-referendum dat door Cameron ijlings werd doorgedrukt. De politieke zelflegitimerende referenda van Poetin over de Krimbezetting en Erdogan over staatshervorming staan al helemaal mijlenver af van het bescheiden Nederlandse referendum, dat zich alleen in reactieve zin kan keren tegen wetten die zijn geïnitieerd en aanvaard door de representatieve politiek. En dan nog niet eens alle wetten, en zeker ook niet zomaar.

Burgers die een probleem zien in aangekondigde wetgeving moeten stevige drempels passeren voordat een correctieve volksstemming kan plaatsvinden en die stemming een geldige uitslag kan opleveren. De huidige drempels zijn niet ideaal, maar het kind dan maar met het badwater weggooien is kortzichtig, vooral omdat werkzame alternatieven voorhanden zijn. Denk aan de invoering van een uitkomstdrempel in plaats van een opkomstdrempel. Om een geldige uitslag te krijgen, moet een ‘nee’ of ‘ja’ dan bijvoorbeeld een kwart van de kiesgerechtigden achter zich hebben. Daarmee krijgen de voorstanders óók een prikkel om op te komen voor hun zaak, wat we in een vitale democratie altijd zouden moeten willen.

Een politieke elite die het vertrouwen waard is toont ook zelfvertrouwen en schrikt niet weg voor mogelijke tegendruk

Voorlopig is een geldige uitslag niet meer dan een advies aan de politiek, die zowel primaat als ultimaat behoudt. De uitslag zou bindend worden in de nieuwe Wet correctief referendum, maar bindendheid is niet de halszaak die er vaak van wordt gemaakt. Bindende referenda zijn in de praktijk soms veel minder dwingend dan ze lijken, terwijl adviserende referenda (Brexit) soms juist zeer sturend zijn. De Wet correctief referendum zou het mogelijk maken om, via latere uitvoeringswetten, duidelijker voorwaarden te stellen aan een volksveto.

Adviserend of bindend: het correctieve wetgevingsreferendum dat hier aan de orde is vormt in alle gevallen een bescheiden drukmiddel. Met het doorvoeren van noodzakelijke aanpassingen zou het beter kunnen uitpakken. Dat Den Haag daarvoor wegloopt, geeft te denken. Een politieke elite die het vertrouwen waard is toont ook zelfvertrouwen en schrikt niet weg voor mogelijke tegendruk waar ze alleen maar sterker van zou kunnen worden.

Kijk naar politici in Denemarken, die aan veel meer referendumdruk blootstaan, en ondertussen een gevestigde democratie overeind houden die telkens weer hoog scoort op internationale democratieranglijsten; hoger dan Nederland.

Wegduiken voor tegendruk roept weinig vertrouwen op, en het zal de wegduikers op termijn ook geen soelaas bieden. Als er geen redelijke procedures voor corrigerende volksstemmingen klaarstaan, zullen corrigerende volksstemmingen op andere manieren plaatsvinden. Bepaalde groepen of bewegingen gaan het dan zelf doen, zie Catalonië. En als er na jaren van wegduiken dan toch een volksstemming plaatsvindt zal de weerslag alleen maar groter zijn, zie het Oekraïne-referendum en denk aan het eerdere EU-grondwetsreferendum. De lessen liggen voor het oprapen, nu nog een politieke elite die sterk genoeg is om ze te trekken.