PO in Actie brengt duizenden leraren op de been

Lerarenstaking

Tienduizenden leraren zijn in Den Haag en voeren actie voor hoger loon en lagere werkdruk. Ze eisen nog eens 1,4 miljard aan gelden erbij.

Foto Robin

Een halfjaar geleden had niemand het nog over basisschoolsalarissen en deze donderdag legt vrijwel het hele basisonderwijsveld er het werk voor neer. Ongeveer een miljoen leerlingen kunnen daardoor niet naar school. Vanuit het hele land vertrekken bussen naar de manifestatie in Den Haag, waar 20.000 tot 25.000 actievoerders worden verwacht die protesteren voor meer salaris en minder werkdruk. Hoe hebben de leraren zich in zo’n korte tijd weten te mobiliseren?

„De problematiek in het basisonderwijs is heel lang een blinde vlek geweest”, zegt basisschooldocent Thijs Roovers, die met Jan van de Ven de voorhoede vormt van PO in Actie. „Bij de politiek, de media maar ook bij leerkrachten zelf. Hun onvrede over hun salaris en de werkdruk bleef binnen de lerarenkamer. Dat heeft onze groep binnen een mum van tijd enorm doen groeien.”

Waarom gaan de leraren eigenlijk staken als er nog geen nieuwe regering is? NRC zocht het uit in dit stuk: ‘Ouderwets of niet, staken heeft nog altijd zin’

Dat ging zo. Op 27 februari richtte leerkracht Paul Brouwer een Facebookgroep op, waarbij zich al snel duizenden leraren aanmeldden. Kort daarna werden Roovers en Van de Ven erbij betrokken en voordat ze het wisten zaten ze „in een mallemolen”. In maart kwamen ze voor het eerst met een clubje bij elkaar en eind juni was er een één uur durende staking en een manifestatie op het Malieveld. Zo’n 350.000 mensen ondertekenden een petitie voor investeringen in het basisonderwijs.

„We hadden al snel door dat we een open zenuw raakten met ons pleidooi”, zegt Roovers. „Blijkbaar was het gesprek over salaris en werkdruk nog nooit op dit niveau gevoerd. De verkiezingen kwamen eraan, dus we hebben snel gehandeld. We dachten: als we actievoeren, moet dat vóór het regeerakkoord gebeuren.”

De actie leverde in elk geval 270 miljoen euro op voor het basisonderwijs. Die zegde het demissionaire kabinet vlak voor Prinsjesdag toe. Niet genoeg, vinden de leraren: ze willen 900 miljoen voor salarissen en 500 miljoen voor werkdrukvermindering.

Platte organisatie

PO in Actie is inmiddels de grootste vereniging van leerkrachten in het basisonderwijs, zegt Roovers. „Er hebben zich bijna 44.000 mensen bij ons aangemeld. De Algemene Onderwijsbond en CNV zitten allebei op zo’n 33.000 leden. Dat is toch wel uniek.” Aanmelden gebeurt via Facebook, waar door middel van vragen gescreend wordt of je echt docent bent.

Vanwaar dat succes? „We zijn een platte organisatie”, zegt Roovers. „We checken dagelijks sociale media. De input die docenten leveren, herkennen we – wij zijn de werkvloer. Dat maakt ons betrouwbaar.”

Slimme zet: de actiegroep ging algauw de samenwerking aan met de vakbonden en de PO-Raad. Daardoor is nu het hele onderwijsveld – schoolbesturen, vakbonden en leraren – verenigd. Een persbericht over de staking is door zeven clubs ondertekend.

Onbedoeld hielp demissionair staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) ook een handje. Zijn opmerking dat voor het salarisverschil tussen primair en voortgezet onderwijs best wat te zeggen is, omdat een klas vol pubers zwaarder is dan een klas met kleine kinderen, maakte basisschoolleraren woest. Daarna zei hij ook nog dat basisscholen moeten stoppen met hun handje ophouden.

Werkgevers doen mee met de staking. Columnist Menno Tamminga vraagt zich af: Is het dan nog wel een staking?

Het PO-front, zoals de actievoerders zich noemen, verwacht dat donderdag zo’n 90 procent van de scholen het werk neerlegt. Scholen uit vooral reformatorische hoek doen niet mee. „Wij zijn meer van de dialoog dan van opstand en revolutie”, zegt bijvoorbeeld Chris van der Velden, directeur-bestuurder van VVOG, die drie basisscholen in Krimpen aan den IJssel onder zich heeft. „Daarnaast breng je kinderen en ouders door een staking in de problemen.” Docenten krijgen wel taart.

PO in Actie leert het politieke spelletje steeds beter spelen, zegt Roovers: geen leugens verkopen, voor je boodschap staan, direct reageren als de politiek wat roept. Hun netwerk groeit. Er wordt geappt en koffie gedronken met onderwijswoordvoerders van politieke partijen, met persvoorlichters en journalisten. Werknemers van de politie en uit de zorg hebben inmiddels al contact gezocht. „Ze willen weten hoe we dit hebben geflikt.”