Elke zomer een nieuw zwembrilletje

Zwemster Femke Heemskerk is zuinig op haar ogen; ze moeten niet te veel in aanraking komen met zwembadwater. Het gaat om details in topsport. Daarom is ze zo gesteld op haar zwembril.

Foto Merlijn Doomernik

Ze heeft haar brilletje een keer vlak voor de start laten vallen en prompt zwom ze een slechte wedstrijd. Kort daarop gebeurde het nog een keer. Sindsdien is Femke Heemskerk (30) voorzichtig: ze koestert haar zwembrilletje. „Het lijntje tussen bijgeloof en gewoonte is dun”, zegt ze, terwijl ze met het elastiekje speelt van een gloednieuwe Speedo SpeedSocket, een zwart model met spiegelende glazen.

„Kijk, er zit een bolling in de glazen. Onder water zie je de hoek tussen bodem en muur dan beter. Dat is heel belangrijk bij het keerpunt; je kijkt schuin naar beneden, naar een zwarte lijn op de bodem. Zodra die eindigt in een T heb je nog een meter of vijf om te keren. Ik vertrouw erop dat ik de afstand goed kan bepalen: wat ik door dit glas zie, is mijn realiteit.”

Voor een wedstrijd doet ze wat we allemaal doen met een duikbril: ze maakt het glas nat met spuug. „Om te voorkomen dat ze beslaan, lik ik zo’n twintig minuten voor de start altijd aan de binnenkant van de glazen, daarna spoel ik ze af met water. Ik heb bij wedstrijden altijd twee badmutsen op. Na de eerste badmuts doe ik het brilletje op en dan wéér een badmuts. Het is aerodynamisch en zo weet ik zeker dat de bril blijft zitten.”

Het lijntje tussen bijgeloof en gewoonte is dun

Tussen de twee brillenglazen zit een klein verbindingsstukje. Een van Femke’s rivalen – de Zweedse kampioen en wereldrecordhouder Sarah Sjöström – heeft een heel ander model, het zogenaamde ‘Zweedse’ brilletje. Er zitten geen rubberen zuignappen tussen bril en huid en de verbinding tussen de twee glazen moet met de hand geknoopt. „Mijn sponsor levert bij een nieuwe bril altijd vier verschillende tussenstukjes, neusjes noem je die. Er is er altijd wel eentje die perfect op mijn standaardneus past.”

Foto Merlijn Doomernik

Femke herinnert zich nog dat ze als tienermeisje zonder zwembril door het water moest. ’s Avonds zat ze thuis op de bank met pijnlijke ogen. „Mijn eerste brillen waren heel slecht; ze lekten, ze besloegen en ze knelden. Mijn zicht in het bad was bagger, alles moest op gevoel. Heel irritant. Dat is nu gelukkig niet meer zo. Zonder deze bril zou ik nooit mijn snelste tijd kunnen halen. Bij zwemmen is een samenspel tussen goed zicht en je lichaamspositie essentieel. We trainen weleens op de kant met een afgeplakte bril en als je dan, zonder dus iets te zien, op één been gaat staan, val je om.”

Eén keer liet dit perfecte zwembrilletje haar toch in de steek, uitgerekend op de laatste Olympische Spelen in Rio. Femke merkte het pas toen ze tijdens een serie van de estafette in het water dook. „Mijn rechterglas liep meteen vol water. Alles ging mis. Nou ging alles op die Spelen mis, dus dit kon er nog wel bij. Ik kon met één oog niet meer kijken. Het gebeurt nooit, helemaal nooit. Misschien dat ik scheef het water in dook. Je zwemt door, maar je bent zo gewend aan dat zicht met twee glazen, dat je weet: dit wordt kansloos.”

Haar wedstrijdbrilletje gaat maar een beperkte tijd mee. Uiteindelijk komen er krasjes en vlekken op het glas. Vooral in een buitenbad in de zomer hebben ze te lijden. Een beetje zonnebrandolie op de glazen en ze zijn niet meer helder te krijgen. „Door het insmeren van je huid kunnen je glazen vettig worden. Als je ze aanraakt tijdens het schoonmaken, tast je het beschermlaagje aan, dan worden ze mistig en onder water is dat waardeloos. Ik krijg zo’n bril nooit meer zo goed als toen hij net uit de verpakking kwam. Dan pak ik maar weer een nieuwe. Je hebt mensen die elke dag een paar schone, witte sportsokken aandoen. Nou, zo neem ik elke zomer een nieuw zwembrilletje.”