Opinie

Gelovig of niet, bang zijn we allemaal

Dat christelijke scholen zich van deze ‘enge’ Kinderboekenweek distantiëren, is onzinnig, schrijft . Kinderen kunnen prima kiezen wat ze lezen, mits ze zich vrij genoeg voelen om die keuze zelf te maken.
Griezelen met de Bijbel: het hoofd van Johannes de Doper, schilderij door Andrea Solario (ca. 1507) The Metropolitan Museum of Art

‘Gruwelijk eng’ is dit jaar het thema van de Kinderboekenweek, die deze woensdag begint. Met extra veel aandacht voor lekker griezelige, spannende en grappige verhalen over vampiers, draken, spoken en heksen.

Kinderen en griezelen – een prima koppel, zou je denken. Maar dit jaar zijn er rond de duizend, veelal christelijke scholen die zich bewust distantiëren van de landelijke Kinderboekenweek. Heksen, tovenaars, vampiers en spoken, daar moet je kinderen volgens hen niet aan bloot stellen.

Dat is onnodige bangmakerij en bovendien in strijd met de Bijbel.

Deze scholen sluiten zich liever aan bij de christelijke Kinderboekenmaand, met als thema: ‘Bibbers in je buik. Je hoeft niet bang te zijn, want God is bij je.’

Ik las vroeger alles wat voorhanden was én ik luisterde op school, thuis en in de kerk naar verhalen over vaders die voornemens waren hun zoon te offeren, over alle eerstgeboren baby’tjes die gedood werden, over twee broers die elkaar de tent uitvochten, over een heel aardige man die opgehangen werd en over vrienden die elkaar verraadden. Reuzespannend vond ik het en ik heb er niks aan over gehouden, behalve een afkeer van religie, maar dat is dus een ander verhaal.

Hebben niet alle kinderen een aangeboren angst voor monsters onder hun bed, spoken op de gang en dat die stapel kleren op de stoel ineens geen kleren meer zijn?

Hebben niet alle kinderen een aangeboren angst voor scheidende ouders, ziekte, dood en de tandarts? De grote buitenwereld is toch voor ieder mens een griezelig gebeuren? Gelovig of niet: bang zijn we allemaal.

En wat is er dan fijner dan met een zaklamp in je eigen veilige, warme bed een spannend boek lezen? En hoe leuk is het dat er in boeken dingen voorkomen waar je lekker om kunt griezelen, juist omdát het niet echt is? Monsters, spoken, vampiers, heksen! En dat het dan gewoon weer goed komt, want dat is in kinderboeken meestal het geruststellende geval.

De Kinderboekenweek is sinds 1955 een jaarlijks terugkerend tiendaags feest om het lezen te promoten. Belangrijk, want kinderen die voor hun plezier lezen vergroten al lezend hun woordenschat. Dat is geen loze kreet, maar inmiddels onomstotelijk bewezen. Hoe meer woorden je tot je beschikking hebt als mens, hoe beter je je kunt uitdrukken. En communiceren is al zo moeilijk, dus kun je maar beter goed gereedschap hebben.

Daarnaast zijn wetenschappers er ook al lang over uit dat gevarieerd lezen niet alleen de woordenschat maar ook het inlevingsvermogen van kinderen vergroot.

Goed kunnen communiceren en je kunnen inleven in de ander: zeer belangrijke eigenschappen in deze tijd waarin het aan beide zaken steeds vaker lijkt te ontbreken.

Investeren in het leesplezier van kinderen is dus een belangrijke taak van ouders en scholen. Je moet kinderen geen verhalen onthouden, je moet ze ermee volstoppen. Met zoveel mogelijk verschillende verhalen en dus óók met spoken, heksen, draken en ander gespuis. Kinderen zijn geen watjes, die kunnen echt wel zelf inschatten of ze iets willen lezen of niet. Als ze zich tenminste vrij genoeg voelen om die keuze zelf te maken. Zonder een ouder of een leerkracht of een God op de achtergrond die ze influistert wat goed en wat niet goed is.

Ik vind het ronduit griezelig dat er duizenden kinderen zijn die niet mogen griezelen. Daarvan krijg ik bibbers in mijn buik.