Eerst een wasje doen, dan naar Warhol kijken

Vanaf deze maand kun je gratis je was doen in het museum. Manon van Hoeckel wil zo mensen met elkaar in contact brengen.

Foto Manon van Hoeckel

Vuile sokken en onderbroeken als toegangsbewijs voor een museum. Dit najaar heeft Boijmans Van Beuningen de primeur. Op de eerste etage van het Rotterdamse museum komt drie maanden lang een wasserette waar bezoekers gratis hun was kunnen doen. Desgewenst kunnen de gebruikers van de wasgelegenheid naar kunst kijken, ook kosteloos.

Wassalon Boijmans is een ontwerpproject van Manon van Hoeckel (27) en maakt deel uit van de designtentoonstelling Change the System. Vijftig ontwerpers en kunstenaars zullen daar laten zien, belooft Boijmans in een aankondiging, „hoe de veranderkracht van de creatieve geest mondiale vraagstukken en bedreigingen het hoofd kan bieden”.

Van Hoeckel is een zogeheten social designer, gespecialiseerd in het bij elkaar brengen van mensen. Twee jaar geleden maakte ze naam met haar eindexamenproject op de Design Academy Eindhoven. Ze presenteerde een reizende ambassade, een houten keet op wielen, die ze In Limbo Embassy doopte. Uitgeprocedeerde asielzoekers, vluchtelingen die niet in Nederland mogen blijven maar niet altijd terug kunnen naar hun land van herkomst, konden in de mobiele ‘ambassade’ buurtbewoners en passanten uitnodigen voor een gesprek.

Door alarmerende nieuwsberichten zijn vluchtelingen „gedehumaniseerd tot cijfers”, stelde Van Hoeckel. Maar wie in Nederland is ooit in dialoog geweest met een vluchteling?

Veel ontwerpers zijn al ‘groen’, maar volgens Marcus Fairs moeten ze een stap verder gaan. “Ontwerpers, red de wereld”

Van Hoeckel organiseerde na haar eindexamen meer projecten met een sociale insteek. Mensen uitdagen om anders te kijken, hun oude gewoontes los te laten en in gesprek te gaan met onbekenden; het is wat ze het liefste doet, zegt ze.

Wat heeft de In Limbo Embassy opgeleverd?

Manon van Hoeckel: „De ambassade heeft op twaalf plekken in het land gestaan. In totaal zijn zo’n 700 mensen in gesprek gegaan met de ambassadeurs. Die gesprekken hebben bijgedragen aan de bewustwording over de positie van azielzoekers, ook omdat die ervaringen vaak zijn gedeeld.

„Twee ambassadeurs hebben alsnog een verblijfsvergunning gekregen. Moeilijk te zeggen of dat mede aan het project is te danken. Wel durf ik te zeggen dat al die gesprekken over hun situatie de vluchtelingen goed hebben gedaan.”

Wat heb jij ervan geleerd?

„Onder meer dat je zo’n groot project niet in je eentje moet opzetten. Mooi was dat ik van dichtbij het effect van de ambassade heb ervaren.

„Mijn opa was iemand die mopperde toen bij hem in de wijk vluchtelingen kwamen wonen. Dat vond hij maar niks. Bij mijn eindexamen ontmoette hij een paar van mijn ambassadeurs. Al gauw kletste hij honderduit met de mannen. Na afloop zei mijn opa: ‘Het zijn best goede jongens. Ik snap niet waarom ze hier niet mogen blijven’. Ik stond perplex. Dat was een opmerking die ik nooit van hem had verwacht. Veel mensen die het niet zo op buitenlanders hebben, spreken wel vol lof over hun aardige Ethiopische buurman. Het gaat om medemenselijkheid. Daarvoor moet je wel eerst met elkaar in gesprek.”

Mijn opa mopperde op vluchtelingen, tot hij met ze in gesprek raakte. ‘Het zijn best goede jongens’, zei hij

Waarom een wassalon in Boijmans?

„Veel mensen zijn een beetje angstig om contact te maken met onbekenden. Online lukt dat wel. Maar in de echte wereld gaat het velen steeds lastiger af.

„Vroeger raakten we op een ongedwongen manier met vreemden in gesprek als we in de rij stonden bij de bakker of bij de bank. Maar zulke ontmoetingsplekken verdwijnen. We doen aan thuisbankieren, supermarkten bezorgen boodschappen aan huis en zelfs de huisarts raadplegen we soms online.

Lees ook het interview met Mister Ikea: ‘Hoezo niet echt design? Omdat het een massaproduct is?’

„Een curator van Boijmans vertelde me dat het museum een laagdrempelige ontmoetingsplek wil zijn. Maar wat is de praktijk? Museumbezoekers fluisteren, en praten doorgaans alleen met hun partner. En sommige lagen van de bevolking komen zelden of nooit in musea.”

En toen kwam het eurekamoment?

Lachend: „Ja. Als je een echte ontmoetingsplek wilt en mikt op mensen die normaal nooit naar een museum gaan, dan moet je een totaal andere context scheppen.

„Ik woon vlak bij de Nieuwe Binnenweg, een straat met diverse wasserettes. Terwijl de machines draaien, zie je de bezoekers daar met elkaar in gesprek gaan. Zo kwam ik op het idee. Ik durfde het eerst niet aan Boijmans voor te stellen. Water en musea, dat is niet zo’n fijne combinatie. Het is ook een kostbare operatie: voor de waterleidingen naar de eerste etage moet een raam uit de sponning worden getakeld.”

En hoe lok je nieuwe museumbezoekers?

„Ik ga lokale nieuwszenders inschakelen en flyeren bij buurthuizen. Met de wasmoeders van Feyenoord heb ik al contact gelegd. Hopelijk gaan zij de voetbalshirts in het museum wassen.”

Met welke intentie ging je aan de Design Academy studeren?

„Ik wilde ontwerper worden van fysieke voorwerpen. Iets met interieur. Een omslagpunt tijdens mijn studie was een opdracht in het tweede jaar. In Woensel-West, een moeilijke buurt in Eindhoven, moesten we een project bedenken. Omdat bewoners klaagden dat buren elkaar niet meer kenden, besloten we de sociale cohesie in de wijk te bevorderen. We deelden vijftig appeltaarten uit. Bij iedere taart zeiden we dat-ie van de buren kwam en dat ze graag het bord terug wilden. Er was een vrouw die met de taart in de hand bij alle bewoners aanbelde om te vragen of zij haar die taart cadeau hadden gedaan. De laatste twintig taarten hebben we door een vrouw uit de buurt laten langsbrengen. Een dag later stond haar huis vol bloemen, omdat iedereen dacht dat zij de taarten had gebakken.

Foto Manon van Hoeckel

„Mijn leermoment: om iets teweeg te brengen hoefde ik dus helemaal niet iets fysieks te ontwerpen. Het gesprek tussen de buurtbewoners over die taarten, dat was het eindproduct.”

En sindsdien bedenk je manieren om mensen met elkaar te verbinden: vluchtelingen met burgers, boeren met hun stadse buren, gedetineerden met mensen buiten de gevangenis.

„Ja. Het komend jaar ga ik onderzoeken hoe stadsbewoners vaker op een ongedwongen manier met elkaar in contact kunnen komen. De wasserette is het eerste project. De uitkomsten van mijn onderzoek wil ik aan gemeenten presenteren. Bij de inrichting van steden moet rekening worden gehouden met voldoende vanzelfsprekende ontmoetingsplekken waar bewoners uit verschillende lagen van de bevolking elkaar treffen.”

Zijn we zo van elkaar vervreemd dat we Manon van Hoeckel daarvoor nodig hebben?

„Dat denk ik soms, ja. Veel hoogopgeleiden beschouwen small talk met buren en passanten als iets nutteloos. Een vergissing. Als je tegen een buurman zegt: ‘Mooi weer, hè?’, dan geef je daarmee te kennen dat je die buurman ziet. Iedereen is een deur naar een andere wereld, heb ik eens gelezen. Met gesprekken over koetjes en kalfjes klop je op die deur. Mensen in je straat gedag zeggen, maakt ze tot vertrouwde vreemden. Velen hebben daarvoor alleen een zetje nodig. Dat zetje geef ik.”

Change the System, 14 oktober t/m 14 januari in Museum Boijmans Van Beuningen. Meer informatie over Manon van Hoeckel: manonvanhoeckel.com