Dit is de grootste gadget van Apple

„Het is of er een ruimteschip is geland.” Dit is het nieuwe hoofdkantoor van Apple.

Luchtfoto van het nieuwe hoofdkantoor van Apple, nog tijdens de bouw, in januari. Foto Noah Berger / Reuters

Op 7 juni 2011 werd de gemeenteraad van Cupertino toegesproken door een plaatselijke ondernemer. Hij stond niet op de agenda, maar zijn aanwezigheid kwam niet helemaal als een verrassing. Eerder dat jaar had de man al laten weten een voorstel tot een nieuwe serie gebouwen aan de noordrand van de stad te willen voorleggen, maar toen had hij zich er niet toe in staat gevoeld. Zoals iedereen wist, was zijn gezondheid slecht.

Kris Wang, raadslid van Cupertino, had hem naar het gebouw toe zien komen lopen. Hij bewoog zich moeizaam en had hetzelfde aan als de dag ervoor, toen hij zijn nieuwe producten aan de wereld presenteerde; de outfit die hij altijd droeg. Toen het zijn beurt was om de raad toe te spreken, liep hij naar het podium.

Zijn bedrijf was „gegroeid als kool”, zei hij. Zijn personeelsbestand was in tien jaar aanzienlijk uitgedijd en nam nu meer dan 100 gebouwen in beslag, want zijn medewerkers bedachten het ene succesproduct na het andere. Om zijn personeel te behouden, wilde hij een nieuwe campus aanleggen, een groen landschap waarin de grens tussen natuur en bebouwing zou vervagen. Anders dan op andere bedrijfscampussen, die hij „nogal saai” vond, zou het middelpunt een hoofdgebouw in de vorm van een cirkel worden, dat plaats bood aan 12.000 medewerkers. „Het is een behoorlijk fantastisch gebouw”, zei hij tegen hen. „Het is een beetje of er een ruimteschip is geland.”

Op de vraag van Wang wat Cupertino aan dit enorme project zou hebben, legde de spreker op iets hogere toon – alsof hij het tegen een kind had – uit dat het bedrijf daardoor in de Californische gemeente zou kunnen blijven. Want anders zou het misschien zijn huidige bezittingen van de hand doen en met zijn mensen naar een plaats ergens in de buurt gaan, zoals Mountain View.

„We hebben denk ik de kans om het beste kantoorgebouw ter wereld te bouwen”, zei hij tegen de raad. Wat hij er niet bij zei – tijdens wat zijn laatste openbare optreden zou zijn – was dat hem niet alleen een nieuwe campus voor ogen stond voor het bedrijf dat hij mede had gesticht en opgebouwd, waar hij was vertrokken en weer teruggekomen en dat hij uiteindelijk van de ondergang had gered. Via dit nieuwe hoofdkantoor plande Steve Jobs de toekomst van Apple – een toekomst die zich verder uitstrekte dan hemzelf en uiteindelijk ook verder dan ons allemaal.

Wekelijks 500 nieuwe medewerkers

Op een frisse, heldere dag in maart, ruim vijf jaar na de dood van Jobs, zit ik achterin een Jeep Wrangler naast Jonathan Ive en maken we ons op voor een rondgang door het bijna voltooide Apple Park. Op zijn 50ste lijkt Apple’s opperontwerper nog altijd op de rugbyer van vroeger en ondanks roem, rijkdom en ridderschap is hij dezelfde beminnelijke Brit gebleven die ik bijna twintig jaar geleden leerde kennen. We dragen allebei een bouwhelm met een zilveren Apple-logo; Ive heeft zijn eigen helm, met ‘Jony’ onder het iconische symbool. Dan Whisenhunt, die de bedrijfsfaciliteiten bestiert en de feitelijke leiding van het project heeft, gaat met ons mee. Ook hij heeft een eigen helm. De bouw is nog in volle gang en de tijdsdruk is hoog. Binnen dertig dagen na mijn bezoek moeten de eerste medewerkers erin en daarna zullen er wekelijks nog 500 nieuwe bijkomen – ik voel me een beetje als een van de passagiers tijdens de eerste rit naar Jurassic Park.

Het ‘visitors centre’. Foto Marcio Jose Sanchez / AP Photo

We rijden over North Tantau Avenue, langs de gebouwen waar de werknemers terechtkomen die niet het geluk hebben om in het hoofdkwartier van de campus te belanden en ook langs het half voltooide bezoekerscentrum. Nog maar enkele jaren geleden was dit grotendeels een vlakke parkeerplaats, maar nu liggen er enorme kunstmatige heuvels langs de weg, die een glooiend landschap vormen, en honderden bomen, klaar om geplant te worden. We rijden over de campus en gaan een tunnel in die ons naar de Ring zal brengen.

Natuurlijk heb ik er al beelden van gezien, de bouwkundige equivalenten van filmtrailers voor een langverwachte kaskraker. Sinds de dag dat Jobs voor de gemeenteraad van Cupertino stond, circuleren digitale afbeeldingen van de Ring, zoals Apple het hoofdgebouw noemt. Naarmate de bouw vorderde, lieten ondernemende drone-piloten hun toestel eroverheen vliegen en verwerkten hun luchtfoto’s in fraai gemonteerde YouTube-filmpjes die worden begeleid door New Age-achtige muziekjes.

Ik voel me een beetje als een van de passagiers tijdens de eerste rit naar Jurassic Park

Beleggers die willen dat Apple meer van zijn rijkdommen aan aandeelhouders uitkeert, hebben vraagtekens gezet bij de 5 miljard dollar die de bouw schijnt te hebben gekost. Had dat bedrag niet naar hen moeten gaan in plaats van naar een kantoor dat geschiedenis wil schrijven? En de opening van de campus komt op een tijdstip dat Apple weliswaar glanzende resultaten boekt, maar sinds de dood van Jobs met geen enkel baanbrekend product meer is gekomen.

De Apple-leiding wil laten weten hoe cool hun nieuwe campus is – daarom hebben ze mij uitgenodigd. Maar dat heeft er ook toe geleid dat mensen sneren over de reusachtige glasplaten, de speciaal ontworpen deurkrukken en het fitness- en wellnesscentrum van een kleine 10.000 vierkante meter, compleet met een yogazaal van twee verdiepingen die is bekleed met natuursteen uit precies de juiste groeve in Kansas, net zo zorgvuldig oud gemaakt als een spijkerbroek, zodat het eruitziet als de stenen in het lievelingshotel van Jobs in Yosemite.

Uitheemse retrotoekomst

In de 230 meter lange tunnel blinken de witte tegels aan de muur als in een gloednieuwe dure badkamer. Als we het licht weer in rijden, wordt de Ring zichtbaar. De zon glinstert op de gebogen glazen pui van het gebouw. De ‘luifels’ – witte vinnen die op elke verdieping uit het glas steken – geven het de sfeer van een uitheemse retrotoekomst die doet denken aan de illustraties uit science fiction-pulpblaadjes uit de jaren vijftig. Aan de binnenrand van de Ring loopt een pad waarover je ongehinderd ruim een kilometer langs het gebouw kunt wandelen. Dit is een vertoon van openheid, van bewegingsvrijheid, dat we misschien niet met Apple associëren. En dat is precies een van de bedoelingen ervan.

We rijden een ingang binnen die ons onder het gebouw door rechtstreeks naar de binnenplaats voert, en rijden daarna weer terug. Omdat het gebouw een ring is, is er geen centrale entree. In plaats daarvan zijn er negen ingangen. Ive neemt me mee naar binnen via het café, een enorme atrium-achtige ruimte die door alle vier de verdiepingen van het gebouw omhoog loopt. Eenmaal klaar zullen er maar liefst 4.000 mensen tegelijk in passen, verdeeld over de uitgestrekte begane grond en de eetgedeelten op de balkons. Aan de buitenmuur heeft het café twee enorme glazen deuren die bij mooi weer open kunnen.

Het is misschien een domme vraag, zeg ik. Maar waar is een glazen deur van vier verdiepingen voor nodig? Ive trekt een wenkbrauw op. „Tja”, zegt hij. „Dat hangt er maar van af hoe je ‘nodig’ definieert, hè?”

We gaan naar boven en ik laat het uitzicht op me inwerken. Uit vliegtuigen op weg naar de luchthaven van San Francisco en zelfs vanuit drones die dertig meter boven het gebouw rondsnorren, lijkt de Ring een onheilspellend symbool, een uiting van de macht van het bedrijfsleven, en een brutale vreemde eend tussen de winkelcentra, snelwegen en alledaagsere kantoorparken in de buitenwijken van Silicon Valley. Maar als je uit de ramen op de heuvelachtige uitgestrektheid van het binnenterrein uitkijkt, valt dit allemaal weg. De sfeer is, zelfs tussen al het bouwlawaai, vredig. Als je een wolkenkrabber op zijn kant legt, gaat de agressie ervan af.

De volgende twee uur leiden Ive en Whisenhunt me door andere delen van het gebouw en over het terrein. Ze beschrijven hoeveel aandacht aan elk detail is besteed, de bereidheid om de hele wereld af te zoeken naar de juiste materialen en de hindernissen die werden genomen om perfectie te bereiken. Allemaal logisch als het om een consumentenproduct van Apple zou gaan, want dan konden de productiekosten over miljoenen eenheden worden afgeschreven, maar de Ring is eenmalig – een kwart miljoen vierkante meter waaraan acht jaar is gewerkt, voor een klantenkring van 12.000 mensen. Hoe is zo’n spectaculaire krachtsinspanning ooit te rechtvaardigen?

Bezoekers in het gloednieuwe Steve Jobs Theatre, op weg naar een presentatie. Foto Justin Sullivan / Bloomberg

„Het is frustrerend om in absurde, grote getallen over dit gebouw te praten”, zegt Ive. „Het zijn indrukwekkende cijfers, maar je woont niet in een indrukwekkend cijfer. Het is een technisch wonder om op deze schaal glas te maken, maar dat is de prestatie niet. De prestatie is een gebouw neer te zetten waarin zoveel mensen elkaar kunnen ontmoeten, kunnen samenwerken, wandelen en praten.” De waarde is niet wat er in het gebouw is gegaan, stelt hij. Maar wat er uit zal komen.

Toen Jobs voor het eerst over een nieuwe campus begon, dacht hij nog niet aan een ring. Volgens Ive begonnen hij en zijn baas rond 2004 voor het eerst te praten over een nieuw hoofdkantoor. „In het begin hadden we het over een campus waar je vooral het gevoel zou hebben dat je in een park was.”

De gesprekken duurden voort en meer mensen sloten zich aan. Maar Apple was pas in 2009 klaar om het project echt in gang te zetten. Het bedrijf had al zo’n 30 hectare grond gekocht op een dikke kilometer van Infinite Loop, het huidige hoofdkantoor. Jobs ging op zoek naar het juiste architectenbureau en kwam uit bij Norman Foster, winnaar van de Pritzker-prijs en ontwerper van onder meer de Berlijnse Rijksdag, de luchthaven van Hongkong en de beruchte ‘Augurk’-toren in Londen. Jobs belde in juli 2009 en zei dat Apple „wat hulp nodig had”.

CEO Tim Cook tijdens een productlancering. Op het scherm Achter hem een foto van Steve Jobs. Foto Stephen Lam / Reuters

Twee maanden later kwam Foster naar Cupertino en bracht een hele dag met Jobs door, eerst op zijn kantoor in Infinite Loop en later bij hem thuis in Palo Alto. Hij merkte dat zijn nieuwe klant een opvallend gedetailleerd beeld had van al het glas, staal, steen en ook de bomen die Apple’s nieuwe thuis zouden vormen. Terwijl Jobs praatte, tekende Foster in het A4-schetsboek dat hij altijd bij zich heeft een ‘woordbeeld’ van alles wat Jobs voor zich zag. „Zijn referentiepunt was de quad [het vierkant] van Stanford”, zegt Foster. Hij doelt op het centrale deel van de universiteitscampus, waar lage academiegebouwen rond grote groengebieden liggen en openluchtroutes zijn aangelegd waarover je langs de rand van de bebouwing kunt lopen en het gevoel krijgt tegelijk binnen en buiten te zijn.

Voor de eerste van vele bijeenkomsten haalde Foster versterking uit zijn bureau in Londen, Foster + Partners.

Die bijeenkomsten duurden vaak wel vijf, zes uur en namen behoorlijk wat tijd in beslag van de laatste twee jaar van Jobs’ leven. Als hij zich vastbeet in een detail dat hij per se wilde, was hij soms om bang van te worden. Stefan Behling, partner bij Foster + Partners en een van de projectleiders, weet nog dat Jobs het op een gegeven moment had over de muren die hij voor de kantoren in gedachten had: „Hij wist precies welk hout hij wilde, maar dan niet zo van ‘Ik hou van eiken’ of ‘Ik hou van esdoorn’. Hij wist hoe het gezaagd moest worden. Het moest worden gekapt in de winter, liefst in januari, dan had je het laagste sap- en suikergehalte. Daar zaten we dan, al die architecten met ons grijze haar: ‘Holy shit!’”

Zoals bij elk Apple-product zou de functie de vorm bepalen. Dit zou een werkplek worden waar mensen openstonden voor elkaar en voor de natuur, en de sleutel hiertoe waren modulaire secties, zogeheten pods, voor werk of samenwerking. Jobs wilde die pods steeds herhalen: pod voor kantoorwerk, pod voor teamwork, pod voor sociaal contact. Zelfs de CEO zou geen directiekamer of zoiets ongerijmds krijgen. En ook al was het bedrijf sinds jaar en dag berucht om de interne geheimhouding, nu leek Jobs een poreuzere structuur voor te stellen waarin via gemeenschappelijke ruimten ideeën vrijer zouden worden gedeeld. Niet volledig vrij, natuurlijk – de ontwerpstudio van Ive zou bijvoorbeeld met doorzichtig glas worden afgeschermd – maar wel opener dan Infinite Loop.

Apple is een van de meest gesloten bedrijven ter wereld. Zo werkt de mediastrategie van Apple: Dit zal wel Eva’s laatste verhaal over Apple zijn

„We hadden eerst geen idee wat Steve nu eigenlijk met die pods bedoelde”, zegt Behling. „Maar hij had het helemaal uitgedacht: een ruimte waarin je je het ene moment kon concentreren en het volgende een groepje andere mensen tegen het lijf liep. En hoeveel restaurants moesten er komen? Eén restaurant, heel groot, waar iedereen elkaar noodgedwongen zou treffen. Deels werkte Jobs hier verder aan een concept dat hij had ontwikkeld toen hij hielp bij het ontwerp van het hoofdkantoor van een ander bedrijf dat hij had geleid – Pixar – en dat mensen tot samenwerking stimuleerde door ze langer dan normaal naar de toiletten te laten lopen. Bij dit nieuwe project zocht Jobs naar een evenwicht tussen de behoefte van een technicus aan diepe concentratie en de brainstorms die tot innovatie leiden.

In Steve’s ideale wereld zouden er geen luifels zijn geweest

Stefan Behling, partner bij Foster + Partners

Ter wille van de pods kreeg het hoofdgebouw de vorm van een opgeblazen klaverblad met drie lobben rond een centrale kern. Maar gaandeweg besefte Jobs dat dit niet zou werken. „We zitten in een crisis”, zei hij in het vroege voorjaar van 2010 tegen de architecten. „Het is me te krap van binnen en te ruim van buiten.” Wekenlang werkte Fosters inmiddels honderdkoppige team aan een oplossing voor dit probleem. (Het team zou uiteindelijk uitgroeien tot 250 man.)

In juni 2010 was het een cirkel geworden. Niemand schrijft die vorm geheel op zijn conto; iedereen lijkt te vinden dat het ook eigenlijk niet anders had gekund. „Steve zag het meteen zitten”, zegt Foster.

Dat najaar had Whisenhunt gehoord dat een voormalige campus van HP in Cupertino misschien beschikbaar zou zijn. Dit terrein van 40 hectare lag net ten noorden van Apple’s beoogde plek. Bovendien had het voor Jobs een diepere betekenis. Als jonge tiener had hij bij HP een zomerbaantje kunnen krijgen, net in de tijd dat de oprichters – Jobs’ helden – daar rondliepen en een kantoorpark voor hun afdeling computersystemen voor zich zagen. Nu was HP bezig in te krimpen en had het die ruimte niet meer nodig. Whisenhunt sloot een deal.

Terrein vol bomen

Jobs had er altijd op aangedrongen dat het terrein vol bomen zou komen te staan. Boomdeskundig David Muffly, een soort opgewekte Lebowski met een baard, was bij een klant in Menlo Park in de achtertuin toen hij werd gebeld of hij bij Jobs op kantoor over bomen wilde komen praten. Hij was enorm onder de indruk van de smaak en kennis van de Apple-CEO. „Hij had er meer gevoel voor dan de meeste kwekers”, zegt Muffly. „Hij zag zo welke bomen een goede structuur leken te hebben.”

Uiteindelijk zou Apple bijna 9.000 bomen planten. Muffly kreeg te horen dat het landschap toekomstbestendig moest worden en dat hij soorten moest kiezen die tegen droogte konden, zodat het minibos en de weiden een klimaatcrisis konden overleven. (Als onderdeel van de milieu-inspanning om zo’n crisis te voorkomen, zullen volgens Apple de gebouwen uitsluitend draaien op duurzame energie, grotendeels afkomstig van zonnepanelen op de daken.) Jobs’ doel was niet alleen esthetisch. Hij kon zelf het beste nadenken tijdens wandelingen en raakte vooral geïnspireerd als hij door de natuur dwaalde, dus zag hij voor zich hoe Apple-medewerkers dat ook zouden doen.

Tim Cook, die Jobs in 2011 opvolgde als CEO, denkt terug aan de laatste keer dat hij het met zijn baas en vriend over de campus had, in de herfst van 2011. „Dat was ook de laatste keer dat ik hem heb gesproken, de vrijdag voor hij overleed”, zegt Cook. „We keken naar een film, Remember the Titans. Ik was zo verbaasd dat die film hem aansprak. Ik weet nog dat ik het toen met hem over de bouw had. Hij kreeg daar energie van. Ik zei voor de grap nog tegen hem dat we ons allemaal druk maakten over een paar problemen, maar dat we de belangrijkste, de allergrootste uitdaging over het hoofd zagen.”

Namelijk?

„De beslissing welke medewerkers een plaats in het hoofdgebouw zouden krijgen en wie in de gebouwen eromheen zou moeten werken. Daar kon hij alleen maar hard om lachen.”

Hij had er meer gevoel voor dan de meeste kwekers. Hij zag zo welke bomen een goede structuur leken te hebben

Boomdeskundig David Muffly over Steve Jobs

Het enige wat Apple nu nog te doen stond, was bouwen. In 2012 ging de gemeenteraad akkoord met het ontwerp van Foster + Partners. Apple stelde aan zijn aannemers even hoge eisen als aan de leveranciers voor zijn consumentenproducten. Ze werden geacht problemen op te lossen waar ze nog nooit bij stil hadden gestaan. Zoals: hoe maak je de grootste, sterkste glasplaten ter wereld? O, en ze moeten trouwens gebogen zijn. „Steve vond het idee van die reusachtige stukken glas geweldig”, zegt Behling. Bij het ontwerp van zijn winkels heeft Apple in de loop der jaren een relatie opgebouwd met de Duitse Seele Group; het vorige hoogtepunt van hun samenwerking was de enorme glazen kooi boven de winkel aan Fifth Avenue in New York. Maar vergeleken bij de Ring, lijkt dit veelgeprezen wonder een beveiligingsmuurtje bij een geldwisselkantoor.

De ‘muren’ bestaan uit bijna 15 meter hoge panelen van veiligheidsglas. Seele had al de enige machine om zulke panelen te maken, maar die kon maar één paneel tegelijk maken. Omdat dit proces 14 uur duurt en Apple 800 panelen nodig had, was de capaciteit van Seele onvoldoende. Samen met een fabrikant ontwikkelde Seele daarom een veel grotere oven, waar vijf panelen tegelijk in konden. „Die ene die we hadden was al verreweg de grootste in de glasindustrie. Deze nieuwe is echt gigantisch”, zegt Nelli Diller, de directeur van Seele.

In het Steve Jobs Theatre, waar Apple onder meer presentaties en productlanceringen zal houden, is plek voor zo’n duizend mensen.Foto David Paul Morris / Bloomberg

Het moeilijkste moest nog komen. Seele werd ook belast met de productie van de luifels, de vinnen die de Ring zijn futuristische uitstraling geven. Ze zijn kenmerkend voor het gebouw, maar oorspronkelijk wilde Jobs ze niet. „In Steve’s ideale wereld zouden er geen luifels zijn geweest”, zegt Behling. „Tja, we kunnen een gebouw wel helemaal van glas maken, maar in dit klimaat moet het dan wel zonwering hebben.” De teams van Foster + Partners en Ive ontwierpen de uitsteeksels en Seele moest bedenken hoe ze gemaakt konden worden, met de opdracht dat ze zo wit mogelijk moesten zijn.

Het probleem was dat ook de luifels van glas moesten worden, maar het ijzer in zand zou het glas een groene tint geven. „Al koop je het beste glas ter wereld, het blijft groen”, zegt Behling. „Daar liep iedereen op stuk.”

Gelukkig is Ive misschien wel de meest fervente kenner van wit sinds Herman Melville – denk maar het zuivere wittewalviswit van de eerste iPod. Zijn ontwerpteam stelde voor om het groen te neutraliseren door het glas aan de achterkant wit te verven en het dan te bevestigen op geperforeerde metaalplaten die aan één kant met wit silicoon waren bekleed. Dat werkte, en had als bijkomend voordeel dat de luifels nu lijken te stralen.

Project ‘op rantsoen’

De teams van Apple en Foster + Partners hebben zich de afgelopen jaren door tientallen problemen heengeslagen. Toch benadrukt iedereen dat het ongeveer is geworden zoals Jobs het wilde, tegen ongeveer de oorspronkelijk geschatte kosten. Toen de begroting in 2012 uit de hand leek te gaan lopen, hebben ze het project „op rantsoen gezet”, zegt Behlin. Zo zijn er ondergrondse parkeerplaatsen geschrapt in ruil voor minder dure bovengrondse garages. (Officieel wil Apple de 5 miljard dollar die het project schijnt te hebben gekost niet bevestigen, maar Cook spreekt me niet tegen als ik dit cijfer noem.)

Als we een van de bijna voltooide pods bekijken, zie ik hoe de werkplek van een programmeur eruit zal komen te zien. Het begint bij de deurkruk, ontworpen door Apple en Foster + Partners, die dezelfde handgreep voor schuif- en draaideuren wilden gebruiken. Later krijg ik een aantal vroege prototypes te zien. Het is alsof ik naar de hightech versie van fossielen sta te kijken. Sommige zijn lang en steken amper uit; bij andere, compactere, is het onduidelijk waar je ze vast moet pakken. Ze lijken allemaal van hetzelfde aluminium vervaardigd als een MacBook Pro. En natuurlijk is de uiteindelijke versie zo ontworpen dat hij in de deurpost verzonken is – stel je toch voor dat in het hoofdkwartier van Apple ergens iets op zou worden geschroefd.

De panelen aan de kantoorwanden lijken veel op Jobs’ beschrijving tijdens dat ‘Holy shit’-moment van de architecten toen het project begon, maar ze zijn niet afkomstig van bomen die in januari zijn gekapt. Uit milieuoverwegingen heeft Apple een houtfineer van gerecycled hout laten maken. Het bureau is in hoogte verstelbaar. Ook hiervan zijn heel veel versies gemaakt. Om het bureau hoger of lager te stellen, zitten onderaan twee knoppen onder het blad. Die zijn op de tast uit elkaar te houden: met de bolle gaat de tafel omhoog, met de holle omlaag.

‘Dit is ons huis’

Het is moeilijk om niet door dit alles te worden overweldigd. U moet me nog maar eens vragen naar de belettering van de lift of de weggewerkte pijpen in de toiletten. En het is moeilijk om niet steeds weer terug te komen op dezelfde vraag: is Apple Park het Arcadië dat Jobs bij zijn openbare afscheid heeft geschetst of is het een anaal-retentieve nachtmerrie van een doorgedraaide uitspatting?

Het antwoord van Apple is dat de perfectie zijn medewerkers zal inspireren om met eenzelfde toewijding aan producten te werken en dat de omgeving zelf stimuleert om tot steeds hogere niveaus van kwaliteit en innovatie te komen. „We schrijven dit heel anders af”, zegt Ive. „We zetten dit niet af tegen het aantal mensen. We bezien het in het licht van de toekomst. Ons doel was om een ervaring en een omgeving te scheppen die zou aanvoelen als een afspiegeling van wie wij zijn als bedrijf. Dit is ons huis en alles wat we in de toekomst maken, begint hier.”

Nu Apple Park bijna klaar is, wordt de kritiek feller. Wat begon als esthetische oordelen – de architectuurcriticus van de Los Angeles Times noemde de Ring een ‘retrograde cocon’ – is overgegaan in sociaal-cultureel commentaar. De campus zou een snobistisch reservaat zijn, dat haaks staat op de bedrijfshoofdkantoren uit de trendy urbanistische school. (Amazon, Twitter en Airbnb behoren allemaal tot een beweging die de tech-werknemers wil integreren in de steden in plaats van ze te laten pendelen in benzineslurpende auto’s of sufmakende bussen met wifi.) Dat de opzet van de Ring te star is, en dat Apple Park, anders dan het beoogde hoofdkantoor van Google in Mountain View (door dat bedrijf zelf omschreven als „lichtgewicht blokachtige structuren die eenvoudig te verplaatsen zijn als we in nieuwe productterreinen investeren”), niet bereid is zich aan te passen aan mogelijke veranderingen in hoe en waar en waarom mensen werken. „Het is een verouderd model dat niet op de werkomstandigheden van de toekomst is gericht”, zegt Louise Mozingo, hoogleraar stedenbouwkunde aan Berkeley. „Bouwkundig is het een spectaculair ontwerp, maar het gaat in tegen alles wat er met de hoofdkantoren van techbedrijven gebeurt”, zegt Scott Wyatt, architect bij NBBJ, een vooraanstaand internationaal bureau dat gebouwen voor Google, Amazon en Tencent heeft ontworpen.

Apple Park is bijna af. Deze foto is gemaakt op 12 september. Veel werknemers hebben hun intrek al genomen. Foto Noah Berger / Reuters

Foster wil hier niets van weten. Hij wacht niet eens de vraag af voor hij zich op de verdediging van zijn ontwerp stort. „Dit gebouw is voortgekomen uit de passie van Steve Jobs”, zegt hij. „Het idee dat in dit groene, weelderige landschap een fraai object is neergestreken en dat hier 12.000 mensen zullen wonen: dat is een utopisch visioen. Het is dan ook onderdeel van mijn werk om deze kritiek te weerspreken en te zeggen: Jullie zijn niet goed snik.”

Apple Park mag dan een bouwkundige krachttoer zijn, Foster doorziet wel de essentiële waarheid ervan: in wezen is het de vervulling van de wens van een stervende om voor eeuwig de vorm te bepalen van het bedrijf dat hij had opgericht. Ja, volgens Apple zullen medewerkers betere producten maken als ze werken tussen kunstheuvels bezaaid met dennen die zijn overgeplant uit kerstboomkwekerijen in de Mojavewoestijn. Maar Apple heeft zijn prachtige Apple II toch ook in een slaapkamer gemaakt, en zijn baanbrekende Macintosh in een laag gebouw in een kantorenpark?

Het is waarschijnlijk juister om te zeggen dat Apple Park de architectonische avatar is van de man die het bedacht. Hij heeft een hoofdkwartier nagelaten dat symbool staat voor zijn levensverhaal en zijn waarden. De term die in gesprekken met de belangrijkste Apple-figuren steeds weer terugkomt is ‘Steve’s geschenk’.

„Hadden we het ook simpeler kunnen houden?”, vraagt Cook retorisch. „Dan waren we Apple niet geweest. En dan had iedereen die hier dagelijks werkt niet de boodschap meegekregen dat elk detail telt, dat zorgvuldigheid belangrijk is.” Daar was het Jobs om te doen – daar was het hem altijd om te doen. En de huidige Apple-leiding wil hem per se niet teleurstellen bij vermoedelijk zijn grootste en in elk geval zijn laatste productlancering. „Ik heb diep ontzag voor hem”, zegt Cook. „Dit was duidelijk zijn visioen, zijn concept. Ons grootste project ooit.”

Afgelopen december spraken Cook, Ive en Apple’s pr-hoofd Steve Dowling met de weduwe van Steve, Laurene Powell Jobs. De campus had op dat moment nog geen naam. Een van de mogelijkheden was om het geheel naar de overleden CEO van het bedrijf te vernoemen, maar daar voelde niemand zich prettig bij. Het zou een intiemer gebaar zijn om zijn naam te verbinden aan het theater met 1.000 stoelen in de zuidoosthoek van de campus. Niet alleen had Jobs bedacht hoe dit theater eruit zou moeten zien, maar het wordt ook het podium voor het soort productlanceringen waar hij zo beroemd om is geworden. „Het ligt op een heuvel, op een van de hoogste punten van het terrein”, zegt Cook. „Het deed aan hem denken.”

En dus komt zijn naam op het theater te staan. Maar wie in Apple Park op zoek gaat naar de vingerafdrukken van Steve Jobs vindt ze elders – in de glinsterende krommingen van de Ring, in de wuivende bomen en in de duizenden andere details die we wel en niet kunnen zien.

Dit artikel is in mei gepubliceerd in Wired. © 2017, Condé Nast. Vertaling: Rien Verhoef