DNB waarschuwt financiële sector voor risico’s klimaatverandering

Frank Elderson Directielid DNB

De financiële sector zal werk moeten maken van klimaatverandering, stelt De Nederlandsche Bank. Nu al is de schade voelbaar.

Extreem weer zorgt voor flinke schadeclaims bij verzekeraars Foto ANP

Financiële toezichthouders die zich met het klimaat bezighouden – het is nog wennen. Toch is het nu de praktijk. Deze donderdag waarschuwt De Nederlandsche Bank (DNB) de financiële sector: breng het risico dat je loopt door klimaatverandering goed in kaart. Anders kunnen er ongelukken gebeuren.

In het rapport De Nederlandse sector veilig achter de dijken? beschrijft DNB een waaier aan risico’s. Extreem weer dat verzekeraars in de problemen kan brengen. Pensioenbeleggingen in fossiele energie die snel minder waard kunnen worden. En banken die verliezen kunnen lijden op energievretend vastgoed.

Dat DNB het heeft over het klimaat, komt niet voort uit „een groen hart”, zegt DNB-directielid Frank Elderson in zijn werkkamer aan het Amsterdamse Frederiksplein. „Onze overtuigingen zijn niet belangrijk. Wij stellen feitelijk vast dat de financiële sector aan risico door klimaatverandering is blootgesteld”. Dat risico zit hem in fysieke schade door noodweer, waarvan het KNMI verwacht dat het vaker zal voorkomen. Maar ook de politieke reactie op klimaatverandering kost geld. In het Verdrag van Parijs is afgesproken dat de opwarming van de aarde ruim onder de twee graden moet blijven. Pijnlijke ingrepen zijn daarvoor nodig. „Als we nu nog een instelling zouden treffen die zou zeggen: klimaatrisico, ik denk er niet eens over na, dan is dat onacceptabel”, zegt Elderson.

De verzekeringssector is al wel wakker, zeker sinds juni 2016. Toen kregen verzekeraars maar liefst 100.000 schademeldingen binnen na één dag met extreme hagelbuien in Zuid-Nederland, aldus een recent rapport van het Verbond voor Verzekeraars. De verzekerde schade aan gebouwen, voertuigen en gewassen, lag tussen de 500 en 600 miljoen euro. Het betekende in 2016 rode cijfers voor verzekeraars als Achmea, die al een paar jaar merken dat hevige neerslag ze steeds meer op kosten jaagt.

Samen hebben de verzekeraars een ‘issuegroep klimaat’ opgericht om het thema aan te pakken. Elderson vindt dat heel goed, maar hij is er niet gerust op. „Schademodellen van verzekeraars houden onvoldoende specifiek rekening met klimaatverandering in Nederland”. DNB voert nu een heuse ‘klimaatstresstest’ uit voor verzekeraars. Daarmee is DNB wereldwijd een van de eerste toezichthouders, zegt Elderson. Eind dit jaar wil DNB de resultaten van de test bekendmaken.

Vuil vastgoed

Voor banken en pensioenfondsen ligt het risico niet zozeer in het veranderende klimaat zelf, maar in de reactie vanuit de politiek daarop: de transitie naar een schonere economie. In Nederland is wetgeving in de maak die stelt dat kantoren vanaf 2023 energiezuinig moeten zijn, anders mogen ze niet meer worden verhuurd. Minimaal is een zogeheten C-label nodig. Zijn de financiers van dit vastgoed, vooral banken, daarop voorbereid?

Niet helemaal, zegt Elderson. „Ongeveer de helft van de energielabels bij de door ons onderzochte instellingen is bekend. Dat moet natuurlijk 100 procent zijn”. Uit een steekproef van DNB blijkt dat 46 procent van de bankleningen voor commercieel vastgoed onderpand heeft met een te laag energielabel.

Alarm slaat DNB daarover nog niet. Veel kantoren kunnen nog op tijd energiezuinig worden gemaakt en banken bereiden zich hier, samen met eigenaren van vastgoed, op voor, zegt Elderson. „Door dit helder door de politiek gestelde doel komt de sector in actie”. Maar, zo waarschuwt hij ook, eigenaren zitten soms al fors in de schulden en een „aanzienlijk deel” van de kantoren staat op slecht verhuurbare locaties.

Verder in de toekomst tekent zich, met name voor pensioenfondsen, een ander risico af: een ‘koolstofzeepbel’ (carbon bubble) die kan gaan barsten. Beleggingen in vervuilende activiteiten kunnen in waarde kelderen als de doelen van ‘Parijs’ worden omgezet in echte maatregelen. Noorwegen verbiedt vanaf 2025 de verkoop van benzine-en dieselauto’s, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk doen dit vanaf 2040. Nog een paar van dit soort ingrepen en beleggingen in, pakweg, Shell, lijken een stuk minder veilig.

Lees ook dit interview met de Britse expert Mark Campanale, directeur van Carbon Tracker Initiative: ‘Als alles zo blijft, is het wachten op het holy shit-moment’

DNB berekende hoeveel de Nederlandse financiële sector aan beleggingen en leningen heeft uitstaan in fossiele energie en andere CO2-intensieve sectoren. Bij pensioenfondsen omvatten ‘vuile’ beleggingen 12,4 procent van het totaal, bankleningen gaan voor 11 procent naar vuile activiteiten en verzekeraars volgen met 4,5 procent van de beleggingen.

„Voor de sector als geheel zijn die cijfers niet meteen onrustbarend”, zegt Elderson. „Maar bij elke instelling is het risico anders geconcentreerd. Als jij te veel eieren in het fossiele mandje legt, kun je wel degelijk hard worden geraakt”. Uit een enquête van DNB blijkt dat de financiële sector zelf „bijna unaniem” van mening is dat het ‘transitierisico’ niet volledig is ingeprijsd. Dat betekent, merkt DNB op in het rapport, dat het risico op plotselinge afwaarderingen bij nieuwe groene maatregelen of technologische ontwikkelingen niet denkbeeldig is.

Oproep aan politiek

Nederlandse pensioenfondsen hebben nog steeds voor 43,7 miljard euro belegd in fossiele brandstoffen. Moet dit dan niet snel worden afgebouwd? Zo ver wil Elderson niet gaan. „We zeggen niet tegen pensioenfondsen: je moet hierin investeren en daarin niet. Je moet wél je risico’s managen. Klimaatrisico hoort daarbij”. Gebeurt dit onvoldoende, dan wil Elderson „gesprekken” voeren met fondsen.

Vlak voor de verwachte publicatie van het nieuwe regeerakkoord doet Elderson nog een oproep aan politiek Den Haag. Stel duidelijke deadlines voor vergroening, zoals nu al gebeurt met de energielabels voor kantoren. „Hoe eerder de politiek heldere mijlpalen stelt, hoe beter. De financiële sector kan hier dan actief en geleidelijk op inspelen, zodat schokken worden voorkomen”.

Correctie (5 oktober 2017): In een eerdere versie van dit bericht stond dat bij pensioenfondsen ‘vuile’ beleggingen 12,6 procent van het totaal aan beleggingen en leningen omvatten, en bankleningen 11,5 procent. DNB leverde later gecorrigeerde data.