Recht & Onrecht

De rechter moet straks beter willen zijn dan de computer

Het kan voor de rechtspraak plotseling heel hard bergafwaarts gaan als er niet voor een vergelijkbare goede, snelle, heldere geschilbeslechting wordt gezorgd als elders op de markt. Erik Boerma, in de Togacolumn

Vorige week is de uitkomst bekendgemaakt van een experiment dat in opdracht van de rechtspraak gehouden is. De vraag luidde: kan de computer de uitspraak van een rechter voorspellen? Er werden twee zaken aan een computer voorgelegd die aan de hand van een analyse van eerdere, andere, uitspraken tot een oordeel kwam. In de ene zaak, het ging om een verkeersovertreding, kwam de echte rechter tot een vrijspraak maar de computer veroordeelde. In de arbeidszaak kwamen beiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De mens legde alleen een ontbindingsvergoeding op die een factor 10 keer zo hoog was.

Menselijke meerwaarde

Op basis van deze, deels tegenstrijdige, uitkomsten kun je, afhankelijk van je geloof in de snelheid waarin de techniek zich verder zal ontwikkelen, stellen dat het nog een lange of niet zo’n lange tijd zal duren voordat een computer een rechter kan vervangen. Meer lineaire, zwart wit beslissingen waar de wet een duidelijk besliskader geeft waar de rechter zich aan heeft te houden lijken het makkelijkst te digitaliseren. Waar de wet de rechter echter beslisruimte geeft, een open norm nog niet is ingevuld of daar waar de rechter een norm moet creëren die nog niet in wetgeving is vastgelegd, zal een computersysteem een grotere uitdaging krijgen. Computers zijn op dit moment sterk in rekenen, analyseren en automatiseren van bedrijfsprocessen. Mensen zijn als het goed is empatisch en creatief en zullen daarmee voorlopig hun meerwaarde ten opzichte van computers moeten bewijzen. Menselijke rechters hebben dan op het oog een meerwaarde ten opzichte van computersystemen.

Concurrentie

Je moet het dan echter wel goed organiseren. Hier ligt eigenlijk de echte uitdaging voor de rechtspraak. Als de rechtspraak als organisatie als bureaucratisch wordt ervaren, de rechters kil en afstandelijk in hun ivoren toren, het proces of aanpak niet voorspelbaar of helder, uitspraken onbegrijpelijk of niet of nauwelijks toegelicht terwijl de kosten van toenemen, dan ligt de concurrentie op de loer. (tekst vervolgt onder video)

Uit de onderzoeken die jaarlijks worden gehouden blijkt dat het vertrouwen in de rechtspraak hoog is maar significant afneemt zodra een burger daadwerkelijk in contact geweest is met de rechtspraak. Met name voor kleinere, veel voorkomende geschillen, zijn er al partijen op de markt gekomen die betere, snellere en meer voorspelbare dienstverlening bieden. Zodra de wetgever de markt de ruimte biedt om op een andere manier dan via de rechter je gelijk te halen, je conflict op te lossen, het toezicht op een curator of bewindvoerder elders te beleggen, dan kan het ook voor de rechtspraak plotseling heel hard bergafwaarts gaan als we niet op een zelfde manier zorgen voor goede, snelle, heldere dienstverlening.

Sterkere sturing

De digitaliseringslag die de rechtspraak maakt, vanaf volgend jaar worden naar verwacht bijvoorbeeld in alle handelszaken de advocaten verplicht digitaal te procederen, gaat dan ook om meer dan alleen om aanpassing van regels en het bouwen van systemen. De echte verbeteringen zitten in een sterkere sturing op kwaliteit, meer voorspelbaar organiseren, sneller uitspraak kunnen doen, nadenken over hoe rechtspraak in een zittingszaal zich verhoudt met bijvoorbeeld diensten als videoverbinding of chatfuncties met medewerkers zodat burgers vanaf elke plek in contact kunnen komen met de rechtspraak.

Het is in dit verband ook belangrijk dat de herziening van de gerechtelijke kaart –die bepaalt welke rechtspraak waar wordt geboden, hoeveel gerechtsbesturen er zijn-  die dit najaar wordt geëvalueerd met name naar deze aspecten kijkt. Zijn we nu daadwerkelijk beter georganiseerd? Sturen we landelijk en gezamenlijk vanuit een dienstverleningsvisie of is het elk gerecht voor zich? Is er een heldere visie op welke diensten je digitaal biedt en welke in een zittingszaal moeten plaatsvinden of organiseren we nog analoog? Heeft de rechter en zijn medewerkers nu echt de armslag en ruimte om maatwerk te bieden of zit die in een keurslijf van een van boven opgelegd budget? Ziet een burger of advocaat nu daadwerkelijk  verbetering in snelheid, lagere kosten, meer helderheid en voorspelbaarheid of vinden we als rechters dat we niet aanspreekbaar zijn op deze punten?

Ik denk daarom dat vraag niet is of computers betere beslissers kunnen zijn of rechters kunnen ondersteunen. De echte vraag is of wij als rechtspraak echt beter willen zijn.

 

De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een rechter, advocaat of officier van justitie.

 

Blogger

Erik Boerma

Erik Boerma studeerde rechten in Amsterdam. Hij werd rechter in 2000 bij de rechtbank Oost-Brabant. Hij behandelt sinds 2003 als insolventierechter vooral schuldsaneringen en faillissementen. Daarnaast is hij als projectleider Toezicht betrokken bij het digitale innovatieprogramma KEI van de rechtspraak.