Column

Alcohol maakt u lelijker dan u lief is

Onlangs kwam de Volkskrant (22/9) met een alarmerend artikel. Onze ‘lievelingsverslaving’, alcohol dus, is niet alleen ongezond, maar zou ook in de ban moeten worden gedaan. Al jaren zou de wetenschap het hebben geweten, en vorig jaar bevestigde de Nederlandse Gezondheidsraad het nogmaals: nul glazen per dag is de aanbevolen dosis. Nul, niets. Dat er iets goed zou zijn aan alcohol is een groot epidemiologisch misverstand. Resveratrol, de magische stof die hart en bloedvaten zou sparen en waar iedere hoogopgeleide wijndrinker mee schermt, is in zulke kleine hoeveelheden aanwezig dat het geen effect heeft, terwijl de negatieve gevolgen van alcohol rampzalig kunnen zijn. Bepaalde vormen van kanker, verkeersongelukken, agressiviteit – het kan allemaal aan alcohol gerelateerd worden.

Moet de overheid nu een grootschalig ontmoedigingsbeleid invoeren via belasting en voorlichting? Let intussen op de perfide dubbele moraal: wel waarschuwen en belasten, dus accijns opstrijken, maar niet volledig verbieden, ondanks de hoge kosten voor de gezondheidszorg. Voor het actief ontmoedigen van overmatige consumptie pleit veel, maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor frisdrank of worst. De vraag is of het de moeite waard is om overheidsgeld in te zetten op het terugdringen van lichte alcoholconsumptie. De meest recente poging tot een volledig verbod, tijdens de Prohibition (1920-1933) in de Verenigde Staten, bleek onhaalbaar en ineffectief. Geweld verminderde niet, corruptie en criminaliteit namen sterk toe en de overheid kon de inkomsten niet missen.

De Prohibition had vooral een morele inslag. Onze moraal heet nu gezondheid en uiterlijk. Alcohol maakt u lelijker en slomer dan u lief is, wie weet werkt die slogan? De consumptie van alcohol neemt de laatste decennia al iets af, maar nog steeds drinkt acht op de tien Nederlanders. Of dat veel verandert door een appèl op de gezondheid, is de vraag. Tijdens de Prohibition waren er voorstanders van temperance, matigheid, en ook nu gaat het om proporties. Mensen doen voortdurend dingen die risico’s inhouden. Ze eten ongezond, bewegen te weinig, gebruiken hun smartphone in het verkeer, ondernemen gevaarlijke sporten. Het zit in de menselijke aard risico’s te nemen en die eigenschap heeft ons ook veel vernieuwing gebracht.

Het is bovendien moeilijk de consumptie te verbieden van iets dat al zo lang onderdeel is van de menselijke geschiedenis. Primaten bleken al in staat gistende vruchten te verteren. Fermenteren ontdekten we al voor de landbouw. Alcohol, in de vorm van bier, wijn en gedistilleerd, op basis van vruchten of grasachtigen, komt in bijna elke beschaving voor. Chinezen dronken van oudsher rijstwijn, Afrikanen palmwijn of gierstbier. Waar er een verbod ontstond, zoals in de islam, lag de rechtvaardiging in de morele effecten van de vermeende losbandigheid, niet in het vermijden van gezondheidsproblemen.

Voor Europeanen is de productie en consumptie van wijn van oudsher verbonden met de mediterrane cultuur. Nog steeds ligt bijna de helft van alle wijnaanplant in Europa, waarvan de meeste in Spanje. Naast olijven is de teelt van de wijnstok bepalend voor het landschap. Wijngaarden staan bekend om hun biodiversiteit van kruidachtigen en insecten, van oudsher grazen er schapen. Wijn is, meer nog dan whiskey of bier, omgeven met verhalen, tradities, kenners en uitgebreide wetenschap. Druiventeelt moeten we alleen al om deze culturele en landschappelijke waarde niet verbieden. Gelukkig hoef je geen wijn te persen uit druiven, maar kun je ze ook vers eten. Misschien kan de overheid volstaan met een waarschuwingssticker op de fles: drink niet meer dan een glas per dag en eet af en toe een trosje.