‘München was een racistische aanslag, maar werd niet zo genoemd’

Duitsland De 18-jarige scholier die vorig jaar negen andere jongeren met een migratie-achtergrond doodschoot, wilde bewijzen dat hij een echte Duitser was. Justitie sprak van een “psychisch zieke man die wraak nam”.

Een man bidt bij een zee van bloemen en kaarsen die zijn neergelegd ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de schietpartij in München in 2016. Foto Peter Kneffel/AP

De Duitse autoriteiten hebben de schietpartij in juli 2016 bij een winkelcentrum in München, waarbij een scholier negen andere jongeren doodschoot, ten onrechte niet aangemerkt als een racistische, extreemrechtse aanslag. Dat zeggen drie onderzoekers, die inzage hebben gehad in alle dossiers van justitie, inclusief getuigenverklaringen en computerbestanden van de dader. Vrijdag presenteren zij hun bevindingen, die de Süddeutsche Zeitung en de omroep WDR woensdag al naar buiten brachten.

Toen op 22 juli 2016 de eerste berichten verschenen over het bloedbad dat werd aangericht bij het Olympia Einkaufszentrum, waren er meteen politici die spraken van een terreuraanslag – en wel een aanslag waar Islamitische Staat achter zou zitten. De vluchtelingenpolitiek van bondskanselier Merkel zou verantwoordelijk zijn.

Maar toen van een door IS geïnspireerde aanslag geen sprake bleek te zijn, werd de moordpartij verder behandeld als een ‘Amoklauf’ – de actie van een verwarde of gestoorde man.

Dat veranderde niet toen (al vrij snel) aan het licht kwam dat de actie lang en in detail was voorbereid en bovendien was uitgevoerd op dezelfde dag waarop vijf jaar eerder de extreemrechtse Noorse terrorist Anders Breivik 69 deelnemers aan een kamp voor sociaal-democratische jongeren had doodgeschoten en acht mensen had gedood met een bomaanslag in Oslo. De dader in München was door Breivik geobsedeerd.

Duitsland werd met de schietpartij op de proef gesteld. Veel Duitsers hielden er rekening mee dat de grote IS-aanval op Duits grondgebied was begonnen.

De dader werd gepest op school

Deze David S., op wiens computer racistische moordfantasieën zijn aangetroffen, schoot zichzelf dood voor de politie hem kon inrekenen. Hij was de zoon van Iraanse immigranten en was op school gepest en psychiatrisch behandeld. De autoriteiten concludeerden dat die omstandigheden meer bepalend waren geweest voor zijn daad, dan wat hij aan extreemrechtse ideeën had opgedaan. „Men kan er niet vanuit gaan dat de daad politiek gemotiveerd was”, luidde de conclusie van justitie, die de dader ziet als „een psychisch zieke man die wraak nam”.

Maar de onderzoekers wijzen erop dat David S. zijn slachtoffers niet persoonlijk kende, dat zij allemaal uit migrantenfamilies kwamen en dat hijzelf met zijn daad wilde bewijzen dat hij ‘een echte Duitser’ was. Kort voor hij een van zijn slachtoffers door het hoofd schoot, riep hij hem toe: „Ik ben geen kanaak” (scheldwoord voor mensen van zuidelijke komaf), „ik ben een Duitser!”

Als een moordenaar ‘Allahu Akbar!’ roept, is het meteen een terreuraanslag, schrijft de Süddeutsche Zeitung, „wat had David S. moeten roepen om zijn daad politiek te laten zijn?”

‘Lone-wolf’-terrorisme

De drie onderzoekers willen laten zien dat er een gebrek aan bereidheid is om dodelijk racisme als zodanig te benoemen. Individuele en politieke motieven sluiten elkaar niet uit, „wraak en politiek, aandacht zoeken en een missie uitvoeren, amok en terrorisme gaan in elkaar over”, schrijft één van hen. Dat S. geen banden met extremistische organisaties had, zou alleen maar laten zien dat hij een voorbeeld is van ‘lone-wolf’-terrorisme.

Wat beweegt jonge schutters die willekeurig anderen vermoorden? De schutter uit München bezat een boek daarover van psycholoog Langman.

Correctie (4 oktober 2017): In de eerste versie van dit artikel stond dat de schutter in München negen leeftijdgenoten neerschoot. Dat klopt niet. Hij schoot negen andere jongeren neer.