Recensie

Will en Grace gooien de muffe deken af en trekken naar Washington

Zonder Trump was Will & Grace televisiegeschiedenis gebleven. De populaire sitcom over beste vrienden Will, een homoseksuele advocaat, en binnenhuisarchitecte Grace, een stuntel op mannengebied, kwam op 18 mei 2006 na acht seizoenen ten einde. Toen was het ook wel tijd. De personages stonden nog fier overeind: naast Will en Grace gaven Karen – Grace’s aartsluie, slempende assistente – en übergay Jack, een springerig kind dat het ene beroep na de andere minnaar uitprobeert, het geheel Schwung en kleur, terwijl een parade van beroemde gastspelers voorbijtrok (Matt Damon, Debbie Reynolds, Madonna, Jack Black). Maar de plots werden allengs vergezochter. De finale-aflevering, waarvoor bedenkers en oorspronkelijke schrijvers Max Mutchnick en David Kohan na een lang conflict met studio NBC hun werkstaking ophieven, had iets krampachtigs: Will en Grace waren allebei getrouwd met een ander, en hun kinderen ontmoetten elkaar op de universiteit.

In de nieuwe reeks rond het duo, vanaf dinsdag bij TLC, hebben Mutchnick en Kohan die muffe deken dan ook wijselijk van zich afgeworpen. Will en Grace zijn zélf kinderen. Volwassen kinderen, weliswaar, met banen en werkkleding en een trits aan romantische ervaringen, maar het bourgeois keurslijf past hen geen van beiden. Met een krankjorum twist kunnen ze weer los als vanouds: Will (Eric McCormack) gescheiden, iets grijzer en stiekem aan het flirten met een foute Republikeinse senator; Grace (Debra Messing) ook gescheiden, en maar héél eventjes in gewetensnood als Karen haar een dubieus design-klusje bezorgt: de herinrichting van Trump’s Oval Office.

De teaser voor de nieuwe afleveringen van Will and Grace.

Op naar Washington dus, waar Karen de bewoners al generaties lang intiem blijkt te kennen en Jack de draad oppakt met een spierbonk van de Secret Service (Jack: „Die zijn allemáál gay!”). Grace kiest de juiste stoffering met behulp van een knaloranje zoutje dat lijkt op de presidentiële teint.

Het klinkt allemaal ridicuul – en juist dat is een verademing. Voor progressieve Amerikanen is de huidige tijd een benauwde; hoewel Trump een dankbaar onderwerp voor satire is, valt er, zoals actrice Debra Messing tijdens het publiciteitsoffensief voor de nieuwe reeks herhaalde, bar weinig te lachen. Burgerrechten van homo’s en vrouwen staan onder druk, en Will en Grace en hun generatiegenoten weten wat er op het spel staat. Acteur Sean Hayes, die Jack McFarland zo hilarisch en schaamteloos gestalte gaf, kwam zelf pas in 2010 uit de kast – de controverse die zijn ‘too gay’ personage opriep toen de serie in 1998 van start ging kwam hem zelfs op doodsbedreigingen te staan.

Vandaar dat Max Mutchnick (wiens innige vriendschap met een jeugdvriendin ooit als inspiratie diende voor de pilot) in de aanloop naar de laatste verkiezingen zijn vier hoofdrolspelers in een e-mail opriep het ‘monster te helpen stoppen’. Het resultaat was #VoteHoney, een special van tien minuten waarin Karen als Trump-fan politiek incorrecte grappen mocht spuien, en Jack uiteindelijk voor Hillary koos omdat ‘Katy Perry haar leuk vindt’.

#VoteHoney.

Het filmpje werd een hit, en dat deed NBC ontwaken: de studio strikte het complete team voor twee seizoenen van in totaal 29 afleveringen. De klassieke sitcom-formule van puntige dialogen, slapstick en een vast studiodecor verschilt wezenlijk van de onnadrukkelijker stijl van recenter comedyseries, waarin bovendien homoseksuele en transgender-personages en single vrouwen steeds gewoner worden. Maar toch. Wie personages van rond de vijftig met zoveel energie en plezier ziet rebelleren tegen hoe het hoort, voelt zich op een heerlijke manier bevrijd.