Column

Wij blijven gevangenen van ons eigen brein

Soms moet ik opeens iets zeggen over intelligentie en dan beweer ik dat je dat fenomeen moeilijk kunt begrijpen, omdat je eigen intelligentie nu eenmaal aan je lichaam vastzit. En dan beschrijf ik heel lijfelijk de projecten waarbij nanodeeltjes met schroeven in je brein worden gemonteerd en ik vertel dat in laboratoria hard wordt gesleuteld aan de ‘wetware’ van mensen, zoals hun DNA, om ze te perfectioneren.

„Ik spreek dan ook niet tegen u vanuit de geschiedenis van de westerse beschaving. Ik richt me allereerst op uw wetware”, fleem ik. En dan grinniken de aanwezigen en ze schuiven op hun stoelen heen en weer.

In technologische kringen vindt men de vooruitgang vaak een beetje teleurstellend. De toekomst, zou je kunnen zeggen, valt tegen. Eeuwenlang hebben liefhebbers gedacht dat de mens op 3 oktober 2017 eindelijk weleens zelf zou kunnen vliegen, maar ho maar. Duik de negentiende eeuw in en overal vind je toekomstvisioenen van vliegmachines die door de tijd kunnen reizen en transportmiddelen van ongekende snelheid en slimheid. „The Flying Machines of the Future”, schreef de Scientific American op 8 september 1860 bij een illustratie van een man op een veredelde, automatische bezemsteel.

Wat is daar nu helemaal van over? Wat is er met de toekomst gebeurd? De investeerders van het Founders Fund vroegen zich dat een aantal jaar geleden al af in hun manifest over de hapering van de technologische vooruitgang: What happened to the Future? Sindsdien vragen techniekspieders het in koor. Zelfs de zelfrijdende auto is er nog niet. Laat staan een door schone energie aangedreven, supersonische bezemsteel die je naar de maan brengt.

Het komt door het geld, zegt de een. Het ontwikkelen van baanbrekende techniek kost veel geld en er hoeft maar een zeppelin neer te storten of de investeerders trekken zich terug. Het komt door de beperkingen van de menselijke verbeelding, zegt de ander. Mensen zijn al zo gauw tevreden met een nieuwe telefoon dat er van werkelijk groot denken weinig overblijft. Wat we in de laatste decennia hebben ontwikkeld is een knechtende vorm van kapitalisme. Mensen worden verhandeld en verkocht, althans het digitale afgietsel van mensen. De vitale vorm van kapitalisme, die leidt tot economische en technologische vooruitgang, is tot stilstand gekomen.

We zijn zelf tot stilstand gekomen. Dat wil zeggen, we reizen steeds minder snel. Dat beweert Peter Thiel, een van de schrijvers van dat manifest What happened to the Future? In de talloze lezingen online wijst hij er steevast op dat schepen gedurende de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw steeds harder gingen, dat treinen ervandoor gingen in de negentiende eeuw, dat auto’s en vliegtuigen accelereerden in de twintigste eeuw – en dat we nu op onze sokken in de rij voor de beveiliging op het vliegveld staan.

Hoe komt dat? Thiel wijt het zelf aan de onwil om te investeren. Om te dromen. In een gesprek met filosoof Stuart Warner in 2016 zegt hij dat zoiets kan liggen aan de natuur. De ideeën zijn op. „De natuur heeft geen gemakkelijke oplossingen meer.” Of het kan zijn dat de cultuur minder ambitieus en nijver is geworden. Er wordt nog geïnvesteerd in datahandel, maar niet in nieuwe ontdekkingen en vondsten. Kan aan onze opleiding liggen, of aan een betreurenswaardige tevredenheid met de wereld.

Maar de opkomst van kunstmatige intelligentie dan, vraagt filosoof Warner. Zou die ontwikkeling nog kunnen zorgen voor economische groei en vooruitgang? Volgens mij een vraag die nog een stuk interessanter wordt als je hem anders stelt. Ontwikkelt kunstmatige intelligentie straks zelf eigen dromen en verwachtingen van de toekomst? Gaat ze persoonlijk aan de slag om de wereld te veranderen? Het antwoord is natuurlijk dat het ervan afhangt aan welk lichaam die intelligentie gekoppeld is, met welke ervaringen je haar voedt. Plug je kunstmatige intelligenties in de levenservaringen van de mensheid, dan komen ze met andere toekomstdromen dan als ze worden gevoed door het leven in de oceaan of van varkens in de megastallen.

Stel nou eens dat onze eigen ‘wetware’ bepalend is voor de toekomst en de vooruitgang. Dan kan dat reden zijn nog wat schroeven in elkaars brein te draaien. Maar precies op dit punt aanbeland, dreigen we in een vicieuze cirkel te belanden. Want om te weten waar we de schroeven in ons brein moeten draaien, moeten we weten wat we van de toekomst willen. En dat wisten we nu juist niet meer. Daarom stonden we op onze sokken op het vliegveld.

We kunnen, is de conclusie, niet verwachten dat technologische vooruitgang zorgt voor technologische vooruitgang. Willen we vooruit, dan zullen we zelf in beweging moeten komen.

Maxim Februari is jurist en columnist.