Welk kinderboek wint dit jaar de Gouden Griffel?

Deze dinsdagavond wint het beste kinderboek van 2016 de Gouden Griffel. Volgens NRC is Siens hemel van schrijfster Bibi Dumon Tak de beste van de zeven kanshebbers.

Een poëtisch boek over de dood versus een informatief boek over dinosaurussen, een Tweede Wereldoorlogverhaal versus een ‘speelprentenboek’ – de zeven boeken die dit jaar kans maken op een Gouden Griffel zijn nogal verschillend. Ook van kwaliteit: de écht goede kinderboeken zijn schaars tussen deze zeven kanshebbers. NRC zet ze op een rij en doet een gok: de prijs moet naar Bibi Dumon Taks Siens hemel gaan. Of wint Anna Woltz voor het tweede jaar op rij?

De Gouden Griffel wordt dinsdag uitgereikt tijdens het Kinderboekenbal in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Aan de prijs is een bedrag van 1.500 euro verbonden. Eerder dit jaar won Gerda Dendooven voor haar prentenboek Stella de Woutertje Pieterse Prijs, de kinderboekenprijs met het grootste geldbedrag. Dendooven werd niet geselecteerd als kanshebber op de Gouden Griffel.

Bibi Dumon Tak: Siens hemel

Een kinderboek over de dood valt vaker in de smaak bij de Griffeljury, maar niet alleen vanwege het onderwerp zou een Gouden Griffel voor het prentenboek Siens hemel, een buitengewoon ontroerend en eerlijk kleinood, volkomen terecht zijn. In heldere, poëtische zinnen die schitterend klinken en toch de donkerte van het rouwgevoel weergeven, vertelt een bijzondere wij-figuur over de dood van een huisdier. ‘Klein Broertje’ stelt vragen over waar hond Sien dán is, en komt voor antwoorden bij de ‘wij’. Die ‘wij’, dat zijn misschien wel de voorlezer en de voorgelezene – Siens hemel doorbreekt zo op weergaloos indringende manier de ‘vierde wand’ naar de voorlezer. En zo toont deze tekst wat kinderen en volwassenen elkaar kunnen leren over rouw: dat een volwassene het ook niet weet, dat de dood vaak voor iedereen even onbegrijpelijk voelt, maar dat niet álle leven ophoudt. Eigenlijk zou illustrator Annemarie van Haeringen evenzeer bekroond moeten worden voor haar inventieve, bijna magische illustraties in Siens hemel, maar de woorden van schrijfster Bibi Dumon Tak zijn van een zeer hoog literair niveau, een Gouden Griffel waardig.

Martine Letterie: Kinderen met een ster

Aan de boeken van Martine Letterie kleeft altijd iets schools: ze zet de verhalende vorm graag in om historische feiten voor het voetlicht te brengen, maar daar schemert regelmatig iets onderwijzerigs doorheen. Helemaal afwezig is dat ook nu niet, maar Kinderen met een ster is zonder twijfel Letteries beste kinderboek. In elkaar afwisselende verhalen over kinderlevens vertelt ze over de Jodenvervolging en de Tweede Wereldoorlog. Vaak doet ze dat treffend. Zo weet ze de tragische ironie van het kind-zijn te vangen op de verjaardag van het Joodse meisje Rosa: zij is dolgelukkig, doordat ze als zesjarige eindelijk een Jodenster mag dragen. Het idee en de structuur van het boek zijn erg goed, maar het beste boek van het jaar is het niet: Letterie schreeuwt de moraal af en toe in je oor, waar simpelweg tonen krachtiger had gewerkt. En ze durft niet verder te vertellen dan kamp Westerbork – wat erna volgt, laat ze dan maar aan de voorlezer over.

Koos Meinderts: Naar het noorden

Een klein, menselijk verhaal over een vergeten hoek van de Tweede Wereldoorlog: bommenwerpers en vervolgde Joden spelen niet de hoofdrol in Koos Meinderts’ Naar het noorden, hier gaat het over de jonge Jaap, Nel en Kees, die in de winter van 1944 van huis vertrekken omdat het eten op is – ze worden ondergebracht in Friesland. Meinderts houdt zijn verhaal klein, persoonlijk, waardoor Naar het noorden secuur en goed getroffen is, maar geen verpletterende indruk maakt. Hij vertelt ook kalm, waardoor het verhaal wel wat kabbelt, soms behóórlijk. Maar in het kleine en genuanceerde schuilt ook Meinderts’ kracht: het zijn de momenten die beklijven, momenten van wrange weemoed naar een leven waarin Jaap niet naar het noorden hoefde. Momenten die een kant van de oorlog tonen die óók menselijk leed betekende, al was het maar voor één mens.

Daan Remmerts de Vries: T. rex Trix in Naturalis

Dit non-fictieboek van tweevoudig Gouden Griffel-winnaar Daan Remmerts de Vries is de enige echt onterechte kanshebber. Dat de jury viel voor een rijk geïllustreerd boek met een origineel onderwerp – de dinosaurus die in Naturalis tentoongesteld werd en hoe zij daar belandde – is te begrijpen. Maar in de uitvoering rammelt er veel: Remmerts de Vries bedient zich in T. rex Trix in Naturalis van luie clichés (‘Ze verspreidden zich rondom de nog nietsvermoedende prooi’), hij verliest zich in oninteressante bijzaken (over fundraising, biografietjes van het ‘team T.rex’) en schrijft stroeve, saaie zinnen: ‘En zo – nadat Naturalis er werkelijk in geloofde dat er een geraamte kon worden opgegraven – gebeurde het: bedrijven (en ook sommige particulieren) werden aangeschreven.’ Bovendien laat hij vragen liggen die gemakkelijk te beantwoorden waren. Zo wijdt hij een hoofdstuk aan hoe de paleontologen documenteerden hoe de opgraving erbij ligt, maar verzuimt te vertellen waarom die documentatie eigenlijk zo nuttig is. Dat komt in de buurt bij een doodzonde in de non-fictie voor kinderen.

Maranke Rinck: Tangramkat

Op het eerste gezicht schuilt vooral in de tekeningen van Martijn van der Linden de kracht van dit prentenboek. Tangramkat kreeg voor die illustraties dan ook terecht het Gouden Penseel. Nog een hoofdprijs voor de vrij summiere en niet uitgesproken bijzondere tekst zou een grote verrassing zijn, maar het valt niet te ontkennen dat Maranke Rincks verhaal een inventieve, sterke meta-laag heeft. Tangramkat is een verhaal over verhalen vertellen. De hoofdpersoon, ook de verteller, maakt telkens iets nieuws van de zeven tangrampuzzelstukjes, waaruit Van der Linden steeds een ander dier of ding optrekt. De kat waar alles om draait laat zich verjagen door een hond, die weer vlucht voor een krokodil – maar kan de hoofdpersoon de wereld telkens naar zijn hand zetten? Door de hoofdrol te geven aan dat vermogen van de hoofdpersoon toont Tangramkat de kracht van spelen en verbeelding. Door vrolijk te verzinnen kun je in een boek iets werkelijks neerzetten. Het doe-het-zelf-tangramspel maakt dit speelprentenboek compleet.

Bette Westera: Baby’tje in mama’s buik

Een originele vorm voor een informatief kinderboek: Bette Westera vertelt verhalend over het hoe en wat van een zwangerschap. Met een hoofdpersoon – een jong meisje, Jip – dat het verloop van de zwangerschap volgt in een verhaal. Het lijkt een gevaarlijke vorm: is het voor een fictieverhaal niet te uitleggerig, en is het voor een informatief boek niet te particulier? Nee en nee, de vorm werkt goed omdat Baby’tje in mama’s buik niet méér pretendeert te zijn dan een slim informatieboek, en Westera heeft bovendien precies de goede toon gevonden. Wel onderhoudend, eerlijk en warm (ook de tekeningen van Jan Jutte ademen zachtaardigheid), niet weeïg of al te omfloerst. Het gaat tamelijk onomwonden over seks maar niet té, over eitjes en zaadjes, over ‘vaders uit een potje’ (bij een kind dat twee moeders heeft). Geslaagd dus, maar ook het beste? Westera presteert op vorm, niet op inhoud – en in de strijd om de Gouden Griffel zal ze het daarom afleggen tegen de concurrentie.

Anna Woltz: Alaska

Zou Anna Woltz de eerste worden in de geschiedenis van de Gouden Griffel die twee jaar op rij de hoofdprijs wint? Het zou kunnen: Gips (Gouden Griffel 2016) was goed, maar niet minder goed is Alaska, een luchtig maar niet jolig verhaal over twee kinderen die een spannend avontuur beleven met elkaar en een hulphond, maar tegelijkertijd met hun wezenlijkste angsten geconfronteerd worden. Parker is angstig na een gewelddadige overval op haar ouders’ winkel, Sven weet dat zijn epilepsie ieder moment kan toeslaan. Woltz brengt de angst die er in onze wereld van nu heerst terug tot de proporties van twee kinderen en toont hoe die angst te hanteren is, zonder hem te bagatelliseren. Alaska is een meeslepend, origineel en psychologisch sterk verhaal, waarin Woltz toont dat ze een van onze beste kinderboekenschrijvers is: ze schrijft een fijn kinderverhaal met een volwassen kracht.