Cultuur

Interview

Interview

Harrison Ford keert terug als Rick Deckard in Blade Runner 2049.

‘Wat is echt, wat is nep en doet het ertoe?’

Interview

Harrison Ford, Ryan Gosling en Denis Villeneuve spreken in Berlijn over ‘Blade Runner 2049’. Meer dan een film: een topgeheim evenement.

‘Ik las het script en zei: is dit ook niet iets voor die – kom op, hoe heet-ie – Brian Gosling?” De oude Harrison Ford laat een pauze vallen, naast hem krabbelt Ryan Gosling iets op een papiertje en schuift hem dat toe. „Sorry: Ryan. Ryan Gosling. Die was al gecast, zeiden ze. Goed, ik wist mijn plaats. Daarna zeiden ze: Ridley (Scott) gaat niet regisseren. Nou, toen was ik aan boord.”

Blade Runner 2049 is niet zomaar een film: het wordt gebracht als een filmhistorisch evenement. Na 35 jaar eindelijk een vervolg op Ridley Scotts cultklassieker. Dus houden de twee grootste filmsterren van hun generatie – Harrison Ford (75) en Ryan Gosling (36) – het maar luchtig in Berlijn, als ze in het Hotel Adlon groepjes journalisten uitleg geven. Ford speelt de kribbige opa, zoals de afgelopen halve eeuw eigenlijk. Gosling kijkt toe met zijn afwezige teflon-blik. Hij is de baas, de ster die een film als deze verkoopt.

Maar de aandacht gaat naar Harrison Ford, die na Han Solo (Star Wars) en (straks) Indiana Jones met agent Rick Deckard een derde iconische rol herbezoekt. Deckard is een ‘blade runner’ die in een dystopisch Los Angeles anno 2019 speurt naar ontsnapte ‘replicanten’: industrieel gefabriceerde mensen voorzien van een nepgeheugen. Zijn doelwit is Roy Batty (Rutger Hauer), die met zijn peloton uit militaire slavernij is ontsnapt in de hoop zijn maximale levensduur van vier jaar te verlengen.

Of Rick Deckard zelf een replicant is, luidt de eerste vraag aan Harrison Ford. Blade Runner hield dat in het midden. Ridley Scott zei later hem als een replicant te zien, Ford zag hem als mens. Maar dat wil hij in Berlijn niet herhalen. Ford: „De kracht van het origineel was dat de kijker dat zelf mocht bepalen. Replicanten zijn niet van echt te onderscheiden. Alleen worden zij in de fabriek gemaakt en wij op de leuke manier.” Regisseur Denis Villeneuve (Sicario, Arrival) noemt uit twijfel geboren paranoia over de eigen identiteit nog actueler in tijden van virtualiteit, kunstmatige intelligentie en biologische manipulatie de kern van Blade Runner. „Wat is echt, wat is nep, doet het ertoe?”

We weten dat niet, want in het kader van de geheimhouding krijgt de filmpers in Berlijn slechts stukjes van dit sciencefictionepos van 2 uur en 43 minuten te zien: vaak slikt een acteur halverwege een zin in, bang te veel weg te geven. Villeneuve, verontschuldigend: „Dit is een film met heel veel suspense en surprises, die wil je als filmmaker beschermen. Net als bij James Bond of Star Wars wroeten geeks wereldwijd naar details om op hun website te zetten.”

Lees ook: hoe Sylvia Hoeks de rol van Luv in Blade Runner 2049 wist te bemachtigen

Blade Runner is een klassieker die in 1982 zijn tijd iets te ver vooruit was. Had Ridley Scott sciencefiction in 1979 aan gotische horror gekoppeld in Alien, in Blade Runner deed hij dat met film noir uit de jaren veertig. Ford/Deckard is een cynische, verfrommelde Philip Marlowe in een metropool waar het altijd nacht is en altijd regent. Met name stilistisch bleek Blade Runner invloedrijk: duister, languissant, met een semi-monochroom kleurenpalet en een verheven synthesizerscore van Vangelis. De pers hoonde hem evenwel weg als ‘Blade Crawler’: hij flopte op het grote scherm, om daarna, in talloze ‘director’s cuts’, via de videorecorder alsnog zijn publiek te vinden en tot een klassieker uit te groeien.

In Blade Runner 2049 is Gosling de ‘blade runner’ van dienst. Zijn identiteit lijkt helder: K 6.3.7 is een replicant van een nieuw, gehoorzaam type dat jaagt op oude, rebelse replicanten. Of toch niet? Na een schokkende ontdekking gaat hij op zoek naar de in spookstad Las Vegas ondergedoken Rick Deckard voor antwoorden.

„Hij heeft mijn baan nu”, zegt Ford. De sfeer op de filmset was, gezien het monkelend tegen elkaar opbieden van Ford en Gosling, een stuk beter dan in 1982. Toen vloog iedereen elkaar na vijftig nachten filmen, stress en coke in de haren: schrijver en scenarist, producers en regisseur, Britse entourage en Amerikaanse crew, regisseur en hoofdrolspelers. Harrison Ford sprak niet meer met de – toen – introverte techneut Ridley Scott: later legden ze het bij.. „Dit keer was het een stuk leuker op de set”, zegt Ford. „Echt!” Of hij had verwacht ooit nog Rick Deckard te spelen na het aanvankelijke fiasco van Blade Runner? „Voor mij was het geen fiasco, mijn geld zat er niet in. Ik leerde op die set juist veel over mijzelf, mijn onzekerheden en mijn vak. Een nuttige ervaring.”

Wat Ryan Gosling van Blade Runner vond? „Ik zag hem op mijn twaalfde, begin jaren negentig. In een zomeraanbieding, vier dollar voor vier video’s. Dat geld was welbesteed: ik had nooit zoiets complex gezien. Ik had geen idee wie de held en de schurk was en wat ik moest voelen. Een romantische nachtmerrie, maar ik was veel te jong om het echt te begrijpen.”

Kaplaarzen en kasjmiersjaaltje

Gosling was op de set „heel even” geïntimideerd door de legende van Harrison Ford. „Tot ik hem in make-up zag zitten met alleen kaplaarzen aan en een kasjmiersjaaltje. Toen was dat voorbij. Harrison wilde me op mijn gemak stellen, denk ik. Ik voelde me heel ongemakkelijk.”

Ford: „De crew was minder preuts.”

Gosling: „Wij vroegen ons op de filmset wel steeds af: wat zou Harrison ervan vinden? Hij is een heel goede bullshitmeter. Hij was er altijd om onze vragen te beantwoorden.”

Ford, met een wegwerpgebaar: „Mij vroeg niemand iets.”

Gosling: „Je gezicht zei ons genoeg.”

De Frans-Canadese regisseur Denis Villeneuve was zeker geïntimideerd toen hij aan Blade Runner 2049 begon. „Het script was goed, maar Blade Runner is zo’n mythe, ik moest accepteren dat iedereen mij straks misschien haatte. Ryan en ik grapten dat onze kans op succes zo groot was als met een parachute op een servetje landen.” Met zeer kritische fans was het zaak Ridley Scotts dystopische wereld „binnen te dringen en mij eigen te maken”. Visueel vertaalde Villeneuve diens monochrome, regen-en-mist-stijl naar winterlicht: anno 2049 is de aarde een uitgewoonde, ijskoude plek. Villeneuve: „Alles staat in survival-stand, is trashy en gericht op recycling. Een vluchtelingenkamp, met wegkruimelende steden en mensen die in het centrum samendrommen om warmte te zoeken. Gebouwen zijn bunkerachtig.”

Zijn toekomstwereld is verrassend analoog: ooit heeft de catastrofale ‘Blackout’ in een microseconde alle digitale gegevens gewist. Sinds dat trauma vertrouwt de mensheid minder op computers. Villeneuve: „Een slimme vondst. Blade Runner 2049 moest opnieuw een detectiveverhaal worden, maar tegenwoordig zitten detectives driekwart van hun tijd te googelen. Ontzettend saai voor filmmakers, computers.” Zelf vertrouwt Villeneuve ook niet op digitale trucage. Waar mogelijk liet hij realistische filmsets bouwen, met weinig groene schermen. Modieus, maar Villeneuve denkt dat het acteurs echt helpt. „Dan denken ze niet na over onzichtbare dingen die om hen heen gebeuren en kunnen ze zich op hun personage richten.”

Al is echt niet altijd prettig. „Op mijn eerste dag op de set stond ik meteen oog in oog met een twintig meter hoge, poedelnaakte projectie van mijzelf op een reuzenscherm. Best gênant met honderd mensen om je heen”, zegt actrice Ana de Armas. Zij speelt een sexy hologram dat Goslings huishouden bestiert. Hij denkt dat er echte liefde is tussen replicant en algoritme. Zou het? Wat is echt? Ook Blade Runner 2049 laat de kijker zelf beslissen. Ook of Harrison Ford een replicant is.