Scrummen, agile werken – wat ís dat?

Jeukwoorden De innovatieve kwaliteitsslagen vliegen ons om de oren op kantoor. In haar nieuwe boek vraagt columnist Japke-d. Bouma zich af of we eigenlijk wel weten waar we het over hebben. Weet jíj het misschien?

Wat doe je als je een punt op de horizon zet? Illustratie Tomas Schats

‘In je kracht staan’ – wat ís dat? Hoe kom je erin, kost het niet heel veel energie om erin te blijven of mag je er op een gegeven moment ook weer uit. En zo ja, hoe moet dát dan weer?

Ik weet het nog steeds niet.

Ik mag geen columns meer schrijven, nee, ik moet ze ‘creëren’

Ik snap sowieso heel veel niet, op kantoor. Mensen praten er echt heel raar. Zo krijg ik geen kritiek meer, maar voeren ze me ‘feedback’ en dat moet ik dan doorslikken – denk ik. Ze maken ook geen afspraken meer, maar ‘schieten die in’ en dan hoop ik altijd maar dat iedereen zijn gehoorbeschermers op heeft.

Test hier jouw kennis over kantoorclichés: De Grote Kantoorclichéquiz

Dat ‘gekoppel’ ook de hele tijd. En dan vooral ‘terug’, zonder dat er een trekhaak in de buurt is. En die leuke jongen van sales die geen praatje meer met me wil maken, maar alleen nog maar met me wil ‘scrummen’. Of mijn baas die de hele tijd zegt dat er ‘gestuurd moet worden op kwaliteit’. Maar als ik dan een eindje met hem wil gaan rijden is dat niet de bedoeling. En dan mijn columns. Die heten geen columns meer, maar ‘unieke, relevante content die de lezer in vervoering brengt’. En ik mag ze niet meer schrijven, nee, ik moet ze ‘creëren’.

Snappen jullie het nog?

Wat ik bedoel: het is natuurlijk een ellende, bij jou en bij mij op kantoor. Al die dingen die prima werkten, maar nu ineens heel anders heten of erger nog, HELEMAAL ANDERS MOETEN, en waarmee een interim-coach, een Scrum Master of een frisdenker je van je werk komt houden.

Want we zijn niet alleen raar gaan praten op kantoor, we zijn ook raar gaan doen. ‘Agile werken’ bijvoorbeeld. En staand vergaderen, zelfsturende teams en flexen in de vlek. Want ja, innovatie hè. En disruptie natuurlijk. Niemand die precies weet wat het is en waarom het moet, maar het is wel heel belangrijk om erachteraan te hollen. O, pardon: sprinten. En dan het liefst in ‘korte sprints’.

Daarover gaat dit boek.

Want ga me nou niet vertellen dat je gelooft dat één van die hypes écht werkt. En zelfs als het ergens op de wereld werkt, wil dat dan zeggen dat het een universeel wondermiddel is? Dat als het werkt in Detroit, het dan ook werkt in Purmerend? En dat als het werkt in Purmerend, het ook werkt in Waddinxveen? Dat iedereen op kantoor, ook op jouw kantoor, eraan moet geloven?

Ik zou zeggen: we stoppen gewoon lekker met al die kantoorclichés en veranderen alleen iets als het moet. En tegen die collega’s die willen dat we in onze kracht gaan staan, zeggen we dat ze lekker zélf in hun kracht moeten gaan staan. Dan weten we meteen wat het is en hoe het moet.

En kunnen we daarna weer lekker door met ons werk.