Oom Jalal, de held van de Koerden

Hij was de eerste niet-Arabische president van Irak en tot een beroerte in 2012 hoofdrolspeler in de Koerdische broederstrijd.

Voormalig president Jalal Talabani saluteert oorlogsveteranen bij de Arc de Triomphe in Parijs, tijdens een staatsbezoek aan Frankrijk in 2009. Foto AP

Het referendum over de onafhankelijkheid van Iraaks Koerdistan op 25 september heeft hij nog net meegemaakt. Maar als er ooit een onafhankelijke Koerdische staat komt, zal het zonder hem zijn. Jalal Talabani, de historische Koerdische leider, is dinsdag op 83-jarige leeftijd overleden in een Berlijns ziekenhuis.

‘Mam Jalal’ (oom Jalal), zoals hij bij zijn aanhangers bekend stond, was samen met de huidige Koerdische president Masoud Barzani het gezicht van de onafhankelijkheidstrijd van de Iraakse Koerden. Maar Talabani was al enkele jaren uit het politieke leven verdwenen, het gevolg van een beroerte in 2012 waarvoor hij anderhalf jaar in Duitsland in behandeling was.

Het kwam nooit meer helemaal goed. Hoewel Talabani in 2014 nog terugkeerde naar zijn machtsbasis Suleimaniya, werd hij datzelfde jaar vervangen als president van Irak door de onbekende Fuad Masum. De politieke familietraditie werd sindsdien voortgezet door zijn vrouw, Hero Ibrahim Ahmed, als lid van het politbureau van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), en door zijn zoon Qubad Talabani, vice-premier in de Koerdische Regionale Regering.

Wat Talabani vond van het referendum heeft de wereld niet meer geweten. Daags tevoren had Barzani tijdens een massameeting in Suleimanya nog hulde gebracht aan Talabani, in het gezelschap van diens vrouw. „Mijn dierbare broeder, president Mam Jalal, ik zal onder broederschap nooit vergeten”, zei Barzani.

Maar in de laatste dagen voor het referendum was tweespalt ontstaan binnen Talabani’s PUK. Een deel van de partij wilde het referendum uitstellen om een alternatief voorgesteld door de internationale gemeenschap tijd te geven. Uiteindelijk schaarde de PUK zich toch achter de volksraadpleging.

Ook van Talabani’s vrouw was bekend dat zij twijfels had over de wijsheid van het referendum. Dinsdag nog had zij felle kritiek op het creëren van een nieuw politiek bestuursorgaan onder leiding van Barzani. Zij vergeleek dat met de Baathpartij onder Saddam Hoessein. Ze zei ook dat Koerdistan ‘de prijs’ zou betalen voor het internationaal niet erkende referendum.

Het was een herinnering aan de soms bittere rivaliteit tussen de clans Barzani en Talabani. Jalal Talabani ging op 14-jarige leeftijd bij de Koerdische Democratische Partij, die nu door Barzani wordt geleid. In 1961 nam hij deel aan de eerste gewapende Koerdische opstand. Maar in 1975 brak hij met de KDP om zijn eigen partij op te richten, de PUK.

Het was het begin van een broederstrijd waarbij verraad nooit ver weg was. Saddam Hoessein was de aartsvijand van de Koerden, maar zowel de PDK als de PUK sloten op verschillende momenten akkoorden met hem tegen mekaar. Omdat Iran aanvankelijk de PDK steunde, ging Saddam tijdens de Iran-Irak-oorlog met de PUK in zee. In de jaren negentig, toen een burgeroorlog uitbrak tussen PDK en PUK, sloot Barzani een verbond met Saddam om de PUK uit Erbil te verjagen.

Toen in 2003 de Verenigde Staten Saddam Hoessein ten val brachten. begroeven Barzani en Talabani de strijdbijl. Ze verdeelden de buit: Barzani werd president van de Koerdische Regio, Talabani werd de eerste niet-Arabische president van Irak. Ook binnen de Koerdische Regio werd alles netjes opgedeeld; de Koerdische economie raakte gedomineerd door overheidsbedrijven van de ene of de andere clan.

Als president van Irak deed Talabani veel moeite om de geschillen binnen Irak bij te leggen. Talabani was tegen de doodstraf en heeft altijd geweigerd zelf doodsvonnissen te ondertekenen, inclusief dat van Saddam Hoessein. Toen Barzani in 2012 dreigde met een referendum, zei Talabani: „Stel dat Koerdistan de onafhankelijkheid uitroept. Zelfs als Turkije, Syrië, Irak of Iran niet militair ingrijpen, dan zullen zij simpelweg hun grenzen sluiten. Hoe gaat iemand daar komen? Dus we moeten realistisch zijn; wij hebben onze rechten.” Het is precies het scenario dat zich nu voltrekt.