Cultuur

Interview

Interview

Foto Lars van den Brink

Mister IKEA: ‘Hoezo niet echt design? Omdat het een massaproduct is?’

Marcus Engman, hoofd design bij Ikea, werkt er al bijna zijn hele leven. „Ik ontwerp zelf niks.”

Zijn vader werkte bij IKEA, zijn moeder, zijn schoonouders waren er in dienst, en zijn vrouw is dat nog. Zijn dochters van 24 en 25, studentes, hebben een bijbaan in de IKEAwinkel in Stockholm en zelf begon Marcus Engman (51) er op z’n twaalfde als weekendhulpje. Nou was er ook weinig anders te doen in het dorpje waar hij opgroeide, Älmhult, in Småland. Klinkt dat naar ballenbak en Zweedse gehaktballetjes? Klopt. IKEA-oprichter Ingvar Kamprad opende hier in 1953 z’n eerste woonwarenhuis.

Marcus Engman is de hoogste baas bij IKEA of Sweden, de designafdeling van het bedrijf. Een bedbank met zelfklevende kussens, lampen die ook telefoons opladen, de allernieuwste montagetechniek (géén inbussleutel meer nodig); hier wordt het bedacht.

Hij is geen designer en heeft, zegt hij, nooit ergens voor doorgeleerd. „Ik vind het al heel mooi dat ik m’n eindexamen heb gehaald.” Leren was niet zijn hobby, zegt hij, en het schoolsysteem benauwde hem. „Niet dat ik een probleemkind was, ik had gewoon bezigheden die ik belangrijker vond.” Zijn leerschool is IKEA. „Ik ben opgegroeid in het bedrijf.”

Älmhult is zo’n vijfenzeventig jaar na IKEA’s oprichting in 1943 nog altijd de spil van het bedrijf. Elke ochtend stappen hier tweeduizend IKEA-werknemers uit bij het dorpsstation, om zich te verspreiden over dertien witgepleisterde panden op een uitgestrekt industrieterrein. Er is een IKEA-museum en een IKEA-hotel met steriel witte kamers die gasten naar eigen smaak kunnen inrichten met IKEA-accessoires. Hoofdkwartier is de designafdeling, waar bezoekers geen stap zetten zonder begeleiding en waar fotograferen verboden is. Niet omdat IKEA bang is dat de concurrentie de nieuwe ideeën komt stelen, zegt hij, maar „om te voorkomen dat klanten zich verheugen op prototypes die misschien nooit in de winkel komen.”

Onderschat vooral niet de opdracht die Marcus Engman als designdirecteur is toebedeeld. Niks banken, bureaus en bedden ontwerpen. IKEA denkt niet in producten, staat in handgeschreven letters op hagelwitte muren in het gebouw: „IKEA denkt in oplossingen.”

Oplossingen voor de praktische problemen die wij dagelijks ondervinden. En wij, dat zijn de inwoners van de 49 landen waar IKEA winkels heeft. IKEA maakt geen spullen, maar verandert en verbetert ze. Met als hoger doel: de wereld veranderen. Te beginnen bij uw en mijn woonwereld.

Foto Lars van den Brink

Marcus Engman „leidt de ideeën” van twaalf vaste ontwerpers en zo’n tweehonderd freelancers volgens het principe dat ze bij IKEA ‘democratisch design’ noemen. „Is het product mooi, functioneel, kwalitatief goed, duurzaam en betaalbaar?” Vijf keer ja? Dan komt het na ongeveer twee jaar perfectioneren in 403 IKEA-winkels wereldwijd. Tweeduizend nieuwe producten per jaar. De collectie bestaat altijd uit zo’n tienduizend stukken en dat betekent dat er jaarlijks ook zo’n tweeduizend stuks uit het aanbod ‘verdwijnen’.

De fika, rond half tien ’s ochtends, is een Zweedse gewoonte om met alle werknemers tegelijk te pauzeren. Sap, fikabröd en rijen bij de koffiemachine. Iedereen groept samen aan lange tafels en praat een half uurtje over alles behalve werk. De vrouwen onnadrukkelijk modieus gekleed, de mannen informeel. Daartussen valt Marcus Engman nauwelijks op. T-shirt over brede karateschouders, spijkerbroek, gympen. Lopend door de gangen wordt hij gegroet – „Hi Marcus” – en aangeklampt voor vragen.

Over honderd jaar zien historici de IKEA-gids en dan weten ze: zo was 2017. Want de Ikea-gids is een tijdscapsule

Naarstig zoekt hij naar een rustig plekje om te praten. Het wordt een klein vergaderkamertje. Net als alle andere ruimtes functioneel ingericht, sober, om niet te zeggen ongezellig. „Te lang praten in een hokje smoort de creativiteit”, zegt hij in wat ze bij IKEA Swenglish noemen: een zangerig Zweeds-klinkend Engels, de voertaal onder werknemers met ruim vijftig nationaliteiten.

Multinational opereert vanuit een plattelandplaatsje. Is dat om de mythe in stand te houden dat IKEA – met een omzet van 36,4 miljard per jaar – toch o zo gewoon is gebleven?

„Ik noem dat geen mythe. Onze oorsprong is eenvoudig en bescheiden. Dat merk je ook echt als je hier werkt. Je voelt het wereldse van een groot bedrijf én dorpse saamhorigheid. Werknemers worden niet alleen beoordeeld op hun diploma’s en vaardigheden, net zo belangrijk is of je een aardig iemand bent. Voor mij waren de mensen die hier werken een belangrijke reden om hier te blijven.”

Nog even over Älmhult, het dorp van uw jeugd.

„Op mijn tiende verhuisde ik met mijn ouders naar Älmhult. Ik kan je vertellen: hier gebeurde helemaal niks. En dat merk je aan de mensen. Wie hier woont is echt. Niet verwend. Je moet inventief zijn om je te vermaken. In mijn jeugd waren er twee opties: of je ging sporten of je verdiepte je in muziek.”

En u koos..?

„Muziek. Ik hoorde bij de Mods. We luisterden naar The Who en The Kinks. We reden op Vespa’s en Lambretta-scooters en droegen parka’s en Clarks.”

De Mods hadden niet alleen belangstelling voor muziek maar toch ook voor mode?

„Ik hou nog steeds van mode. Van binnen ben ik een Mod gebleven. Ik koop vaak pakken, alles erop en eraan. Alleen vind ik nooit een gelegenheid om ze te dragen. Als ik nu een pak aantrek, is het meteen zo formeel.”

Sinds Marcus Engman hoofd design is, heeft IKEA met diverse modegrootheden samengewerkt. Voor servies en huishoudtextiel met de Britse mannenmode-ontwerper Katie Earie; voor een collectie van onder andere stoffen en papierwaren met de Belgische Walter Van Beirendonck. Binnenkort worden de ontwerpen van de jonge Amerikaanse ontwerper Chris Stamp verwacht. Klapstuk van zijn collectie: de doorzichtige schoenendoos. Marcus Engman is zelf nogal een sneaker-liefhebber, vandaar. Een snelle duik onder tafel leert dat hij de veterloze Adidas Ultra Boost draagt, 200 dollar en nog geen twee weken te koop. De rood-grijze stof omsluit zijn voet als een sok en is vastgezet volgens een naaitechniek die IKEA ook toepast op de allernieuwste stoelbekleding.

Wat hebben meubels met kleren te maken?

„De mode-industie is inspirerend. Alleen al hun omloopsnelheid, elke zes maanden een nieuwe collectie, is voor ons leerzaam. Ons kost een nieuw product ten minste twee jaar. En kijk wat ze doen: samplen, voortborduren op bestaande ontwerpen, van iets ouds iets nieuws maken. Nike en Adidas herintroduceren hun eigen klassiekers. Vetements [Parijs designcollectief] maakt furore met oude aan elkaar genaaide Levi’s 501-spijkerbroeken. En Balenciaga, nou ja, die kopieert ook het een en ander.”

Het Franse Balenciaga ontwierp een blauwe tas die sprekend leek op de blauwe Frakta-tas die in alle IKEA-winkels te koop is voor 60 cent. De design-Frakta kost 3.333 keer zoveel.

Kanye West, de Amerikaanse rapper, heeft in interviews tot twee keer toe zijn diensten aangeboden aan IKEA. Heeft u hem meteen gebeld?

„Wij wèrden gebeld. En ja, we hebben hem gesproken. Maar we spreken zoveel mensen.”

Ook uit de muziekindustrie?

„Zeker. Voor ons is het interessant om goed te kijken naar hoe de muziekindustrie tien jaar geleden volledig op z’n gat lag, zowel creatief als zakelijk. Ze hebben zichzelf opnieuw moeten uitvinden en een compleet nieuwe werkwijze moeten aanwennen. De tijd dat één iemand op één plek een liedje schreef, speelde, opnam en produceerde is echt definitief voorbij. Nu zit de songwriter in Engeland, de muziek wordt eronder gezet in New York, de zang wordt opgenomen in Londen en uiteindelijk geproduceerd door een producent in Zweden. De muziekwereld is mondiaal geworden én is gaan samenwerken. Bij IKEA doen we niet anders dan samenwerken. Geen stoel en geen bank wordt door één iemand bedacht. Je kunt wel eindeloos in je eigen hoofd zitten graven, maar waarom zoek je de inspiratie of kennis niet ook buiten jezelf?”

Ja, we hebben met Kanye West gesproken, maar we spreken zoveel mensen

Later die dag, als we op de verdieping mogen kijken waar alle prototypes staan, klopt hij op het aluminium frame van een bank van IKEA in samenwerking met de Britse ontwerper Tom Dixon. „Voor het frame hebben we advies gevraagd bij een autofabrikant.” Volvo, uiteraard. Voor de nieuwe montagetechniek – een drukplug in een voorgeboord gat duwen en klaar – is de hulp van de medische industrie ingeroepen. „Timmerlieden doen het al eeuwen zo. Maar hoe ga je een techniek, die bedacht is voor handwerk, succesvol massa-produceren? Net als bij een heupoperatie moeten plug en boorgaatje op de millimeter nauwkeurig passen.”

Foto’s Lars van den Brink / NRC en Ikea
Met de klok mee, vanaf linksboven: Meubels uit de collectie Ypperlig – 2018 (een samenwerking met Hay), stoel uit de collectie Industriell – 2018 (een samenwerking met Piet Hein Eek) en objecten uit de collectie in samenwerking met Hay.
Foto’s Lars van den Brink / NRC en IKEA

Marcus Engman laat ontwerpers het liefst bij nul beginnen. „Als ik zeg: ‘bedenk een nieuw bankstel’, dan zijn er drie niveaus waarop je kunt denken. Als je doet wat ik verwacht, dan maak je een bankstel. Je kunt ook met iets beters aankomen: een bank die inklapbaar is, of goedkoper te produceren. Maar wil je mij en jezelf verrassen dan begin je bij wat een bankstel eigenlijk is en waar mensen hem voor gebruiken. Om te zitten ja, maar ook om erop te werken, te eten, te slapen. En van daaruit creëer je iets nieuws en onverwachts.”

Dus de activiteit is bepalend voor het ontwerp?

Onze ontwerpen volgen het gedrag van mensen. We inventariseren heel nauwgezet en precies waar mensen in hun dagelijks leven problemen ondervinden. Ergeren ze zich aan al die losse kabels van hun mobiele apparaten? Dan maken wij bureaus en tv-meubels waarbij je alle draden uit het zicht kunt opbergen. We incorporeren oplaadstations voor je mobiele apparaten in bureaus, banken en nachtkastjes, want bijna iedereen gebruikt zijn telefoon als wekker. Die opladers zijn geschikt voor draadloze apparaten, maar heb je een retroapparaat met stekkers, dan kan dat ook. IKEA sluit niemand buiten, we dwingen niemand de nieuwste spullen te kopen.”

Elk jaar brengt IKEA een Life at Home-rapport uit, met daarin de resultaten van hun onderzoek naar hoe mensen leven. In 2016 was het onderwerp: ochtendroutine. In acht grote steden, van Parijs en New York tot Shanghai werden 8.292 mensen van 18 tot 60 jaar oud gevolgd vanaf het alarm van de wekker tot het moment waarop ze de voordeur achter zich dichttrokken. Gemiddeld zat daar 1 uur en 28 minuten tussen. Zo weten we dat 44 procent van de Londenaren voor 7 uur wakker is, dat zeven van de tien Moskovieten thuis ontbijten en dat mensen in vrijwel alle steden in bed, de badkamer en aan de eettafel nog even werken voor ze naar hun werk gaan. En vrijwel iedereen (70 procent van de ondervraagden) ervaart stress nog voor het 9 uur is.

Wat kan IKEA betekenen voor mensen die zich de deur uit haasten?

„We weten: de badkamer en de gang zijn ’s ochtends de snelwegen van het huis. Iedereen maakt in korte tijd gebruik van ruimtes die de rest van de dag leegstaan, als een kerk op zondag. Steeds meer mensen wonen in de stad, op steeds kleinere oppervlaktes en voor kortere periodes. Ik zie het aan mijn dochters in Stockholm, die moeten elk half jaar verhuizen. Bij IKEA denken we daarom niet in ruimtes, maar in hoe mensen leven. Gebruiken ze een en dezelfde kamer om te werken, te koken en te slapen, dan bedenken we daar oplossingen voor.”

Een pakket met een stoel. Foto IKEA

Een kookeiland met speelruimte voor de kinderen, een bank met daaraan een uitklaptafel. Vrijwel iedereen heeft thuis wel iets van IKEA staan of hangen, maar meestal zijn dat functionele dingen. Het bed, het kleed, het keukentrapje.

IKEA, dat is nou niet echt…

Harde lach: „…niet echt design? Omdat het een massaproduct is? Kijk naar Bauhaus, de ontwerpstijl uit het begin van de twintigste eeuw. Strak, eenvoudig, functioneel en bij uitstek bedoeld voor de niet-gefortuneerde arbeiders in Europa. Was dat dan ook geen design? Juist omdat we onze ontwerpen op grote schaal produceren, kunnen we uitstekende kwaliteit bieden voor een lage prijs.”

Die lage prijs maakt misschien ook dat mensen er minder zuinig op zijn. Ben je erop uitgekeken, koop je iets nieuws.

„Tot ver in de jaren vijftig richtten echtparen na hun trouwen hun huis in met onverwoestbare, eikenhouten meubels. De investering in meubels symboliseerde de investering in een levenslange relatie. Mensen leiden nu een ander leven, hun leven is onderhevig aan veel meer veranderingen en daar hoort een andere inrichting bij. Meubels hoeven niet van eikenhout te zijn om een leven lang mee te gaan. Die van ons krijgen net zo goed een derde of vierde leven.”

U had het eerder over de emotionele band die wij met spullen hebben. Wat bedoelt u daarmee?

„We hebben voorwerpen nodig, maar het gaat om meer dan dat. Vraag mensen wat ‘thuis’ voor hen betekent. Dat is een bijna niet te benoemen, ontastbaar gevoel. Het heeft te maken met veiligheid, vertrouwdheid. Als ik aan mijn grootmoeders huis denk, dan herinner ik me nog precies hoe het daar rook. De geur van kardemom. Oma’s huis voelde als versgebakken broodjes.”

Maar als iedereen bij IKEA koopt, voelen alle huizen toch hetzelfde?

„Ah, ze zijn niet uniek bedoel je? Iedereen wil anders zijn dan anderen. Ik ook. In de jaren tachtig kreeg heel Älmhult met kerst hetzelfde cadeau van IKEA: een blauw donsjack. We leken net smurfen.” Weer een harde lach. „Gebruiksvoorwerpen moeten niet te veel in your face zijn. Kunst mag dat wel, een schilderij kan opdringerig zijn, aanstootgevend zelfs, misschien heb je het daarom wel gekocht en opgehangen. Maar van je waterfles wil je dat niet. Wij maken massaproducten die mooi en goed zijn, maar niets houd je tegen om je eigen draai te geven aan onze ontwerpen. Ik zie onze meubels als open source hardware. Doe ermee wat je wilt, maak het tot iets van jezelf, maak het uniek.”

Foto Lars van den Brink

Hoe ziet het er bij u thuis uit?

„Achttien jaar geleden hebben mijn vrouw en ik ons huis laten bouwen, op het platteland. Een bevriende architect heeft het voor ons ontworpen.”

Groot huis?

„Ruimte is het probleem niet in Zweden. Dus ja, het is ruim. Zeker nu alleen onze zoon van 17 nog bij ons woont.”

En de meubels zijn van…?

„Die vriend ontwerpt ook meubels.”

Marcus Engman laat een glimp zien van de Industriell-collectie, de samenwerking met de Nederlandse meubelontwerper Piet Hein Eek. Rotan lampenkappen, stoelen van pijnboomhout, vazen, servies. Allemaal te koop begin 2018. Piet, zegt Marcus Engman, doet eigenlijk hetzelfde als wij. „Van begin tot eind een product bedenken en produceren.” Maar wat Piet niet kan, is zo veel meubels op zo’n grote schaal maken voor die prijs. De modernste technieken zijn ingezet om de massa-geproduceerde aardewerken vazen een tikje van elkaar te laten verschillen. „Je koopt niet zomaar een vaas, je kiest die ene vaas. Omdat je die net wat mooier vindt dan alle anderen.”

“Na afloop bestelde ik net als iedereen Zweedse gehaktballetjes, de kok telde hardop tot twaalf”, ook Marcel van Roosmalen komt weleens bij de IKEA en schreef er deze geestige column over

Engman streelt het tafelblad dat doet denken aan het typische sloophouten meubilair van Piet Hein Eek. „Samen hebben we iets nieuws gemaakt, maar de collectie heeft onmiskenbaar de handtekening van de ontwerper.”

De collecties van Van Beirendonck en Katie Earie zijn inmiddels uitverkocht. Marcus Engman grist een peer uit een van de Risatorp draadstalen mandjes die overal in het gebouw zijn neergezet. Die stukken, zegt Engman, zie je alleen nog af en toe op veilingen. „Durf nu nog maar eens te zeggen dat IKEA-producten geen design zijn.”

Correctie (6 oktober 2017): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Engman vanaf 1985 stage liep, in plaats van 1987. En Engman was niet marketingmanager IKEA of Sweden maar marketingmanager van IKEA Zweden. Dit is aangepast [red.].