Recht & Onrecht

Met de zorgatlas op het werkplein - stop al die nieuwe termen

Nieuwe termen in de wereld van werk, welzijn en gezondheid werken vervreemdend en verhullend. Waarom gebruiken we ze, vraagt Bert Pol zich af in de Gedragscolumn.

illustratie Roel Venderbosch

De wereld van werk, welzijn en gezondheid is al ingewikkeld genoeg. Waarom maken we haar dan nog ingewikkelder door termen in het leven te roepen die naar nieuwe, vreemde realiteiten lijken te verwijzen, terwijl dat niet zo is? Zoals zorgleefplan, casemanager en werkbedrijf. De realiteit erachter is voorstelbaar en kennen we vaak ook wel, de terminologie wordt als een wolkendek tussen onze waarneming en die realiteit ingeschoven.

Virtueel plein

Hoe zou dat gaan? Op een ministerie wordt gesleuteld aan de manier waarop we met werkloosheid omgaan. Er moet een plek zijn waar vraag en aanbod samenkomen, dat is logisch. Zo’n plek is er ook: het arbeidsbureau. Voorheen het arbeidsbureau. Iedereen wist wat dat was. Maar om de een of andere reden mocht die term niet meer. Nu heet het Werkbedrijf. Maar bij een werkbedrijf stel ik me iets anders voor dan een organisatie die mensen aan een werk probeert te helpen. Bij een bedrijf denk ik aan een bedrijf waar winst gemaakt moet worden, dat iets produceert, of commerciële diensten verleent. Een overheidsorganisatie heeft een compleet andere doelstelling. Daar wordt niks gemaakt, en winst is zeker geen doel. Wie werk zoekt, kan naar het werkplein. Dat is geen echt plein, maar een virtueel plein.

Snelweg

Waarom heet een parkeerplaats langs de snelweg tegenwoordig een verzorgingsplaats? Wat is de zin daarvan? En een oprit naar de snelweg een verbindingsweg? Iedereen wist wat een parkeerplaats en een oprit of afrit was. Bij verzorgingsplaats denk ik aan een plek waar je verzorgd kan worden. Een plek langs de snelweg met een EHBO-post. Niet aan een plek om een boterham te eten, een luchtje tegen opkomende slaperigheid te scheppen of op de smartphone een berichtje te sturen.

Via de verbindingsweg beland ik bij verzorgingsplaatsen waar daadwerkelijk zorg verleend wordt. Daar bezorgt de terminologie je helemaal schele hoofdpijn.  Wat een ziektekostenverzekeraar is, zal iedereen wel weten. Een duidelijke term die verwijst naar een voorstelbare realiteit.

Zorgkantoor

Maar waar verwijst de term zorgkantoor naar? Een kantoor waar je zorg krijgt? Als je oud bent en thuis- of andere zorg nodig hebt, krijg je een zorgleefplan. De gedachte erachter is goed, de term monsterlijk. Het is ook de bedoeling dat mensen van 85 of ouder weten wat een zorgleefplan inhoudt en kunnen reproduceren wat het is en waar het naar verwijst. Ik heb eens te maken gehad met een organisatie die vreselijk zijn best deed dat duidelijk te maken aan haar cliënten. Maar bij een controle voor een kwaliteitskeurmerk kon geen van de ouderen dat uitleggen aan de interviewer. Is het een wonder?

Voor mantelzorgers – altijd een rare term gevonden – die voor een dement familielid zorgen, is er een casemanager. Als je met een casemanager te maken krijgt, ben je kennelijk een geval, een zaak. Een vriendelijke casemanager belde mij in mijn hoedanigheid van mantelzorger een poosje geleden op. Ik was kennelijk a suitable case for treatment. Zij wilde graag een afspraak maken. Na een paar dagen belde ze om de afspraak te annuleren met de motivatie dat ze voor haar beurt gesproken had. De afspraak mocht niet. Ze legde uit waarom: ik heb het niet echt begrepen. Net zo min als het verschil tussen een casemanager, een zorgcoach en een zorgregisseur. Dan zwijg ik maar over de zorgatlas, het kennelijke heel handige zorgportaal en het ZZP. Dat laatste slaat niet op de al veel langer bekende ZZP’ers, maar op een zorgzwaartepakket. Overigens zijn tegenwoordig verzorgenden in de thuiszorg ZZP’er. Dat u het weet.

 

Waarom strooien we mensen – ongetwijfeld met de beste bedoelingen - zand in de ogen? En maken we de wereld onbegrijpelijk met die vervreemdende terminologie. Kunnen we daar alsjeblieft mee ophouden. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn.

Bert Pol is verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit Twente en vennoot van Tabula Rasa Den Haag. De Gedragscolumn wordt wekelijks geschreven door sociale wetenschappers.