Recensie

Lanoyes performance is rauw en swingend

In 2000 gaf Tom Lanoye enkele solo-optredens, nu is hij terug met een uitgebreide en vooral theatrale versie van Solo Ten Oorlog. In een „tocht door de taal” gunt Lanoye een blik in zijn literaire smidse. Hij onthult wat achter de schermen bleef van de voorstelling, geregisseerd door Luk Perceval. Bijvoorbeeld dat Lanoye de grote tragedies van Shakespeare over de machtshonger van koningen Richard, Henry en Edward in vijfvoetige jambe schreef. De schrijver-perfomer doet het voor, ritmisch met zijn voeten bonzend, eerder een jazzmusicus dan een toneelvertaler.

Lanoyes performance is rauw, bruut en swingend. Omdat het voor alles theater moet zijn, gebruikt hij een rookmachine om sfeer te creëren en klinkt gevoelvolle, religieuze muziek. Hij vertolkt alle personages, zelfs kleine neefjes die wreed worden opgegeten: hun botjes kraken. Op een scherm verschijnen de teksten in het bloedrood en diepzwart, als klankgedichten. Zo brengt Lanoye Solo Ten Oorlog, alsof hijzelf bedwelmd raakt van zijn eigen taalvirtuositeit. Uniek destijds was en is nog steeds de ruige combinatie van straattaal, Engels en Vlaams. Nieuw in de solo is dat Lanoye gedichten van Guido Gezelle verweeft met Shakespeares taal. Van het befaamde Het schrijverke maakt hij een erotisch gedicht, over de koning en zijn ‘stijveke’. Het is heerlijk scrabeus en vuig.