Recensie

Jasper Johns was helemaal niet zo modern

Tentoonstelling

Jasper Johns (1930) was niet de kunstvernieuwer die we dachten. Dat blijkt uit de overzichtstentoonstelling van zijn werk in Londen. Bijna alles hebben anderen beter, consequenter, bevalliger of extremer gedaan. Maar de vlaggen en schietschijven die hij rond zijn dertigste maakte, blijven geweldig.

Flag (1958, 104,4 x 153,7 cm) Jasper Johns

Andy Warhol plunderde tijdens zijn carrière de hele populaire Amerikaanse cultuur: dollarbiljetten, soepblikken, Jezus Christus, Marilyn Monroe, Brillo-dozen, Elizabeth Taylor, niets was voor hem veilig. Maar nooit maakte Warhol, opvallend genoeg, een werk van de Amerikaanse vlag. De reden daarvoor was simpel: dat had Jasper Johns al gedaan. Niet voor niets opent het nieuwe, grote overzicht van de 87-jarige kunstenaar in de Royal Academy in Londen met een zaal waarin een stuk of tien Amerikaanse vlag-varianten hangen: hele vlaggen, halve vlaggen, getekende vlaggen, vlaggen tegen een oranje achtergrond – het feit dat Johns in 1954, als 24-jarige, en misschien wel als eerste, een object uit de massacultuur naschilderde en het zich zo toe-eigende, is ongetwijfeld zijn belangrijkste claim to fame. Johns’ werk, en dan vooral de vlag-, schietschijf- en cijferschilderijen uit de jaren vijftig, wordt algemeen beschouwd als een ommekeer in de Amerikaanse kunstgeschiedenis: samen met zijn toenmalige geliefde Robert Rauschenberg was Johns de eerste kunstenaar die afstand durfde te nemen van het toen allesoverheersende abstract-expressionisme en vervolgens de weg baande voor kunstenaars als Warhol en Lichtenstein en pop-art. En dat vooral met schilderijen van de Amerikaanse vlag, in een tijd dat de Amerikaanse kunst langzaam de artistieke dominantie van Europa overnam. Johns, kortom, is instant art history. Eregalerij. Je kunt dan ook geen overzichtsboek openslaan of Johns’ vlaggen staat er in fullcolour in.

Target (1961, 167,6 x 167,6 cm). Jasper Johns

Maar daardoor duurt het wel even voor je het in Londen doorhebt. Namelijk, dat Something Resembling Truth helemaal niet zo’n goede tentoonstelling is. Pijnlijker nog: als je eruit komt, besef je dat Johns eigenlijk een overschatte kunstenaar is en dat er best eens wat kunstgeschiedenis mag worden herschreven.

Camouflage

De eerste aanwijzing daarvoor zit in de opbouw van de expositie. Die is niet chronologisch, zoals meestal met kunstenaars die nadrukkelijk met de kunstgeschiedenis zijn verbonden, maar in categorieën als ‘Words and Voices’, ‘Fragments and Faces’ en ‘Seasons and Cycles’ die allemaal een zaal vullen. Dat is opmerkelijk omdat Johns’ krachtige vroege werk daarmee niet in één harde klap, net zoals het naar buiten kwam, wordt neergezet, maar in verdunde vorm over de expositie wordt uitgesmeerd. Maar al snel snap je dat het noodzaak is. Allereerst ontbreken, om onnaspeurbare redenen, in Londen een aantal van Johns’ beroemdste werken: de allereerste Flag bijvoorbeeld hangt op dit moment vrolijk in de vaste opstelling van het MoMA in New York en ook de klassieker Target with Plaster Casts (1955) uit de collectie van David Geffen heeft Londen niet gehaald – wat in deze opzet een stuk minder opvalt.

Een belangrijker reden voor deze opbouw lijkt echter een andere vorm van camouflage: het verhult dat Johns’ werk vanaf het midden van de jaren zestig steeds zoekender en zwakker is geworden – de expositie was als een plumpudding in elkaar gezakt als de chronologie zou zijn aangehouden. Gevolg is wel dat er nu, minder opvallend, een andere, min of meer schematische opzet in de tentoonstelling zit: de eerste zeven, acht zalen bevatten bijna allemaal werk uit verschillende van Johns’ belangrijkste periodes: een pre-pop werk, een object-op-schilderij-werk (waarbij Johns draden, bezems en andere alledaagse spullen op zijn doeken verwerkte), een ‘letter-werk’ waarop hij korte, stencil-achtige teksten op de doeken ging gebruiken en een streepjes-werk (dat hij, enigszins in de geest van Sol LeWitt, maakte vanaf eind jaren zeventig). Alleen het werk van de laatste jaren is apart gehouden – dat mag de laatste, extra grote zaal op het einde vullen.

Perfecte vaandeldrager

Die opbouw heeft ook voordelen. Op deze manier is namelijk goed zichtbaar dat Johns bijna al die vormen en thema’s gedurende zijn hele carrière is blijven hernemen. En ook wordt zichtbaar dat Johns eigenlijk helemaal niet zo ‘modern’ is: in veel opzichten was (en is) hij een fijne ouderwetse schilder die ondanks zijn zogenaamde ‘moderniteit’ helemaal geen afstand wil doen van het ouderwetse handwerk. Johns houdt overduidelijk van verf en doek en handwerk – niet voor niets was encaustiek, een combinatie van pigment en was, jarenlang zijn favoriete materiaal. Daardoor ontstaat een rare dubbelzinnigheid: hoe langer je door deze expositie loopt, hoe meer je het gevoel krijgt dat je door een soort milde, waterige versie van vijftig jaar kunstgeschiedenis wandelt. Johns was helemaal niet zo’n vernieuwer, bijna alles wat hij heeft gedaan, heeft opgepakt, hebben anderen voor of na hem beter, consequenter, bevalliger of extremer gedaan. De pop-art van Warhol en Lichtenstein is harder en ‘commerciëler’ dan die van Johns, Rauschenberg verwerkte de objecten veel speelser en ruiger op zijn doeken, de strepen van Buren en LeWitt zijn gedurfder en het gebruik van tekst is bij Schwitters veel minder saai-uitleggerig. Alleen de vlaggen blijven staan. En het grote Target-schilderij in de eerste zaal.

Ventriloquist (1983, 190,5 x 127cm)

Jasper Johns
Painting Bitten by a Man (1961, 24,1 x 17,5 cm)

Jasper Johns
Watchman (1964, 215,9 x 153cm)

Jasper Johns
Jasper Johns

Natuurlijk heeft Johns meer goede werken gemaakt: Painting with Two Balls (1960) bijvoorbeeld is tamelijk geweldig (al was Fontana al een paar jaar daarvoor begonnen met het doormidden ‘snijden’ van schilderijen), net als het collage-achtige Passage (1962). Maar hoe langer je door dit overzicht loopt, hoe meer je beseft dat Johns’ roem vooral een product was van zijn tijd – Johns was precies de goede man op de goede plaats in de goede tijd. Of beter: met zijn vlaggen en met zijn schietschijven en zijn hippe contacten was hij midden jaren vijftig de perfecte vaandeldrager van het ‘nieuwe’ Amerika, dat als winnaar uit de oorlog was gekomen en dat nu ook zijn verlichte, tolerante cultuur over de wereld ging verspreiden. En Johns liep vooraan, zwaaiend met de Amerikaanse vlag – en wordt om die reden nog steeds gekoesterd als icoon van de Amerikaanse cultuur.

Painting with Two Balls (1960, 165,1 x 137,5 cm). Jasper Johns

Als dit overzicht je echter iets laat beseffen, dan is het dat die Amerikaanse macht, decennialang het ijkpunt van de kunst, op dit moment tanende is. En dat het dus niet meer vanzelfsprekend is dat een kunstenaar als Johns op grond van een paar belangrijke werken uit de jaren vijftig nog steeds als ‘klassieker’ wordt gezien. Deze Royal Academy-tentoonstelling laat vooral zien dat Jasper Johns een overgangsfiguur was, niet onbelangrijk, maar ook niet van het krachtige, autonome niveau als Newman, Rothko of Warhol. Something Resembling Truth is bepaald geen geweldige tentoonstelling, maar doet je wel beseffen dat de kunstgeschiedenis voortdurend wordt veranderd en herschreven – en dat je daar als toeschouwer niet alleen getuige van bent, maar ook zelf aan kunt bijdragen.