Recensie

In ‘Rio’ loopt alles mis in welluidende taal

In zijn nieuwe tekst ‘Geef Rio maar de schuld’ voor Bellevue Lunchtheater grossiert toneelschrijver Jibbe Willems in barokke zinnetjes

Scène uit ‘Geef Rio maar de schuld’ Foto Jean van Lingen

De nieuwe Jibbe Willems, is dat een gebeurtenis? Willems is de auteur van toneelstukken als Pinkpop en The truth about Kate, maar net als bij andere sterke Nederlandse toneelschrijvers blijft zijn naam onder de radar. Dat mag veranderen.

In zijn nieuwe tekst Geef Rio maar de schuld voor Bellevue Lunchtheater grossiert Willems in barokke zinnetjes die een voorstelling opfleuren. Bij hem zegt een vrouw die haar man verlaat: „Mijn hart is een handgranaat. Ik haal de pin eruit.”

Naar een concept van regisseur Mustafa Duygulu bedacht Willems een misdaadplotje dat het romantisch drama in Rio voortstuwt. Met de cruciale afwijking dat de personages, twee broers, één echtgenote, alleen maar (innerlijke) monologen afsteken. Ze praten niet met elkaar, maar vertellen hoe gesprekken lopen. En uiteraard geven ze tegenovergestelde versies en interpretaties van wat de ander denkt. Dat maakt deze vorm aanlokkelijk voor een schrijver die met de psychologie van zijn personages wil knoeien.

Regisseur Duygulu doet te hard zijn best van die alleenspraken beeldend theater te maken. Hij laat acteurs rare dingen doen, zoals rondjes lopen, eindeloos neukbewegingen maken of in een damesschoen praten die een moeder moet voorstellen. Vaak leidt het nodeloos af van de taal, die zingt van zichzelf. Mark Kraan, als loser Andy, brengt de treurigheid van zijn rol treffend over. Zijn vrouw Gina (Whitney Sawyer) wil van hem af maar geeft hem nog één kans, terwijl ze een affaire heeft met zijn broer Henk (Joost Bolt). De broers besluiten tot een roofoverval, hopend dat geld hun zorgen omtovert in geluk. Het loopt faliekant mis, maar welluidend mis, dankzij Jibbe Willems.