Column

Huisdieren

Ellen

Een jonge vrouw vertelde laatst op een feestje over haar drie konijntjes, die thuis vrij mogen rondlopen. Af en toe neemt ze hen zelfs mee het bos in. „Aan een riempje?” vroeg ik. „Nee joh, die hupsen daar gewoon rond.” Toen ik was bijgebracht vroeg ik of ze niet bang was dat ze zouden weglopen. Ze lachte. „Ze komen altijd naar me terug.”

Ik was diep onder de indruk. Ze vertelde dat het nooit de bedoeling was dat ze konijnen zou houden. Deze drie waren jaren geleden via via bij haar gekomen, nadat ze waren gered van een broodfokker die zijn dieren vreselijk verwaarloosde. Ze vertelde dat ze daarom ook eigenlijk tegen het houden van huisdieren was. Toen ze dat zei, viel het hele feestje stil.

Maar ik moest denken aan een kleine documentaire van PETA die ik onlangs had gezien, over de zogenaamde Tweede Bio-industrie. We weten inmiddels wel dat dieren die voor consumptie worden gefokt soms onder erbarmelijke omstandigheden worden gehouden, maar de laatste jaren komt ook naar voren dat beestjes die door sommige broodfokkers als huisdier worden geleverd even slecht worden behandeld. Zelfs als ze een huisje vinden, zijn ze kwetsbaar. Ze hebben geen enkele invloed op waar ze terechtkomen en hoe ze daar worden behandeld.

Ik herinner me hoe wreed mijn leeftijdgenootjes vroeger tegen hun dieren konden zijn. Een vriendje deed het spelletje ‘zoek de hamster’. Dan deden ze de hamster in een klein doosje (dat ze met plakband afsloten!), verstopten ze die in de kamer en moest de rest gaan zoeken. Die hamster stond in de tussentijd claustrofobische doodsangsten uit. Ik dacht aan het uittrekken van de poten van een langpootmug, een kat in een vijver gooien. Ook volwassenen kunnen er wat van. Google maar op ‘cavia’s gedumpt’.

Maar moeten we het houden van huisdieren dan verbieden? Ik moet er niet aan denken om zonder mijn cavia’s te leven (ze nemen inmiddels zo’n groot deel van mijn woning in dat je trouwens eerder zou zeggen dat ik hún huisdier ben). Ze zijn mijn troost als ik weer eens klaar ben met mijn eigen diersoort.

Terwijl op het feestje de discussie doorging (het was daardoor inmiddels allang geen feestje meer), sloop ik naar huis om te knuffelen met mijn cavia’s. En kon even niet bepalen of dat goed was, omdat ik daardoor een industrie die soms wreed is, indirect ondersteun. Dat je in naam der liefde dus ook wreedheid in stand houdt. Daar heb ik slecht van geslapen. En ik heb er nog steeds geen antwoord op.