Epke laveert tussen risico’s en bonuspunten

WK turnen

Turners die willen uitblinken aan de rekstok, het spectaculairste toestel, moeten kunnen vliegen. Epke Zonderland is baanbrekend door vluchtelementen te koppelen. Maar de risico’s zijn groot.

Epke Zonderland aan de rekstok tijdens het NK turnen. ANP/Jerry Lampen

Epke Zonderland vloog weer. De turner haalde dinsdag op de WK in Montreal de rekstokfinale dankzij vier vluchtelementen, zijn specialiteit. Dat vliegen zal hij ten opzichte van de gemiste EK- en WK-finale van 2015, evenals zijn val in de olympische finale van Rio de Janeiro in 2016, zondag moeten verbeteren wil de 31-jarige Fries na drie jaar weer eens de hoofdprijs pakken.

Alle rekstokspecialisten zijn getraind in vluchtelementen, maar Zonderland heeft als een van de weinigen het vermogen die zweefmomenten te combineren. Hij neemt vanwege de onzekere uitkomst daarmee veel risico’s. Maar als het lukt levert het bonuspunten op, die hem net dat extra voordeel oplevert ten opzichte van zijn concurrenten. Op de Spelen van Londen in 2012 werd zijn lef om drie vluchtelementen te combineren beloond met goud. Het leverde hem in 2013 en 2014 ook twee wereldtitels op. Maar op de Spelen van 2008 in Beijing en die van 2016 in Rio de Janeiro ging het goed mis en viel hij van de rekstok.

Zonderlands oefening is dusdanig moeilijk dat hij nog niet is gekopieerd, ook al was de verwachting na ‘Londen’ dat hij een trendsetter zou zijn. Waarschijnlijk krijgt Zonderland pas op de WK in Montreal navolging van landgenoot Bart Deurloo, die het voornemen heeft zondag in de finale drie vluchtelementen te combineren, overigens in een iets andere volgorde dan Zonderland. Waar Epke naam maakte met de aaneenschakeling van de Cassina, Kovacs en Kolman, kiest Deurloo voor de volgorde: Kovacs, Cassina, Kolman. „Ik wil Epke niet nadoen”, zegt de lefgozer uit Rotterdam met een knipoog.

Zonderland wordt niet warm of koud van dat voornemen. Als de finale verloopt zoals hij die in zijn hoofd heeft, overtreft hij Deurloo met vijf vluchtelementen, alleen niet aaneengesloten. Hij wil beginnen met een combinatie van de Cassina en de Kovacs, gevolgd door een zelfstandige Kovacs-gestrekt om af te sluiten met een combinatie van de Kolman en Gaylord 2.

De vijf vluchtelementen die Zonderland in de finale uit wil voeren

Een bak talent en een bak lef

Alleen met zo’n afwijkende oefening kan hij wereldkampioen worden, weet Zonderland uit ervaring. Een alternatief heeft hij niet. Waarom hij zo goed kan vliegen? „Het resultaat van een bak talent in combinatie met een bak lef”, verklaart zijn trainer Daniel Knibbeler. En hij heeft voorsprong door op jonge leeftijd vluchtelementen te hebben aangeleerd. Met dank aan zijn oudere broers Johan en Herre, die hem voorgingen als turner, en de kleine Epke wel eens gebruikten om vluchtelementen uit te proberen. De jongste van het gezin Zonderland overwon op die manier al vroeg zijn angst voor vliegen.

Bij een vluchtelement komt de turner los van de rekstok om na een salto en/of schroef de stang opnieuw te pakken. Bij de meest voorkomende vliegmomenten zeilt de turner over de rekstok, maar er zijn ook onderdelen, zoals de Jäger en de Gienger, waarbij hij voor de stang blijft. Maar die heeft Zonderland niet in zijn repertoire. In een rekoefening moet verplicht één vluchtelement worden opgenomen, met een maximum van vijf. Dat was tot voor kort vier, maar de wijziging van de code is een voordeeltje dat Zonderland wil uitbuiten.

De oorsprong van vluchtelementen is onduidelijk; kenners kunnen niet één turner noemen die ermee is begonnen, al bestaat het vermoeden dat het begin jaren zeventig begonnen is bij de voormalige DDR-turner Bernd Jäger. Hij demonstreerde indertijd als eerste een voorwaartse salto voor de rekstok.

Het resultaat van een bak talent in combinatie met een bak lef

Daniel Knibbeler, trainer

Vluchtelementen, er zijn turners die ervan gruwen. Te risicovol, oordeelt bijvoorbeeld de Amerikaanse nieuwkomer Marvin Kimble. „Ik ben er ook niet zo goed in. Heb in mijn hele leven maar twee keer een combinatie van vluchtelementen geprobeerd. Het past niet bij me. Er zijn genoeg andere elementen om een rekoefening mee op te bouwen en een hoge score te bereiken.”

Het bewijs daarvan leverde Kimble nog niet in Montreal, want met zijn puntentotaal van 13.933 bleef hij net buiten de toestelfinale op rek. Kimble verkeert in select gezelschap, want ook de bronzen medaillewinnaar en de nummer vier op rek van de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, de Brit Nile Wilson en de Amerikaan Samuel Mikulak, bereikten niet de finale.

Lees meer over de stand van het Nederlandse turnen: Geen plek voor flierefluiters

Met stijgende verbazing bekeken

Kimble heeft groot respect voor Zonderland, vooral vanwege diens combinatie van vijf vluchtelementen. Hij heeft het filmpje op Facebook waarin de Fries vijf vluchtelementen combineerde met stijgende verbazing bekeken. Kimble: „En zo goed als-ie dat deed, ongelooflijk. Dat zal niet zonder reden zijn. Als hij erop oefent, verwacht ik dat hij de combinatie van vijf ooit in een wedstrijd zal turnen.”

Paul Zeirt, voormalige Amerikaanse coach en tegenwoordig hoofdredacteur van International Gymnast Magazine, is wat gereserveerder over een combinatie van vijf vluchtelementen. Hoe groot zijn respect voor Zonderland ook is, hij moet de gok niet wagen, vindt Zeirt. Te risicovol. Met een ironische ondertoon: „Als Epke dat doet, is het om herinnerd te worden, niet om medailles te winnen.”