In het Verenigd Koninkrijk moeten bewoners de dorpspub redden

Brits Cultuurgoed

Net als pubs elders in Engeland moest ook die van Gussage dicht. Bewoners kregen hem via een aandelenconstructie weer open.

In veel Britse plaatsen zijn de laatste jaren pubs gesloten, zoals The Stags Head in Louth . Foto’s Merlin Daleman

Als de drie vrouwen aan tafel even besluiteloos hadden gehandeld als ze eten bestellen, was The Drovers Inn nooit van de ondergang gered. „Fish and chips”, oppert Sally Marlow (54). „Je weet dat wij overmorgen in de dorpshal al een fish-and-chips-avond hebben?”, reageert Bonny Humphris (65). „Dan de BLT”, zegt Marlow. „Maar die portie is altijd zo groot”, overweegt Patricia Cooker (82). „De ploughman’s lunch dan”, vraagt Marlow. Cooker: „Zitten geen frietjes bij. Die zijn hier zo lekker.” Wat ze willen drinken weten ze wel: twee keer wijn en een lokale ale.

The Drovers Inn in Gussage All Saints lijkt een doodnormale Engelse pub in Dorset. Mannen aan de toog drinken lauw bier. De vrouwen praten opgetogen in een tafeltje in de hoek. Ze wonen in het welvarende maar eenvoudige dorp, waar je huis Church Cottage heet als het naast de kerk staat en Post Cottage als je in het oude postkantoor woont. Toch is de Drovers, zoals de pub liefkozend genoemd wordt, bijzonder. De stamgasten zijn meer dan dat: ze zijn eigenaar.

Dat is het resultaat van anderhalf jaar lang onderhandelen, rekenen, puzzelen, schilderen en regelen door Marlow, Humphris, Cooker en andere dorpsgenoten. Toen de pub in 2014 sloot, schoten de dorpelingen in actie en redden ze de enige ontmoetingsplaats in het dorp. Daar zijn ze niet alleen trots op, ze vinden het een primaire levensbehoefte. Cooker: „Mijn man is overleden. Dat is behoorlijk eenzaam. Ik vind het zo fijn dat ik hier in mijn eentje binnen kan stappen en altijd iemand tref om even mee te babbelen.”

Een klassiek verhaal

De aanvankelijke ondergang van de Drovers is een klassiek verhaal. Druppelsgewijs veranderde Gussage. Er was minder werkgelegenheid. Jonge gezinnen trokken weg. De buurtschool sloot, evenals het postkantoor. De cottages, ooit huisjes van het Shaftesbury Estate bedoeld voor de landarbeiders, kwamen in handen van gepensioneerden. De pub leed er onder. Eigenaar Marston’s Brewery (1.700 pubs in het land, 905 miljoen pond omzet) verlangde wel een hoge huur van de uitbater van de Drovers. De kwaliteit ging achteruit. Sommige dagen was er geen of alleen bedroevend slecht eten. Toch was het nog een verrassing toen de Drovers op een novemberdag in 2014 opeens niet meer de deuren opende.

Je hoeft maar een Engels dorp, stadje of stadswijk binnen te stappen om dichte pubs te zien, waar de verf van ooit hagelwitte muren bladdert, waar onkruid woekert in plantenbakken die ooit het domein waren van vrolijke geraniums. De Prince of Denmark in Norwich is dicht, net als The Abbey in St Margaret’s Way of de Thomas Telford in Ellesmere Port en ga zo maar door.

Uit statistieken van branchevereniging British Beer & Pub Association blijkt dat het aantal pubs in het Verenigd Koninkrijk in de afgelopen tien jaar is gedaald van 57.500 tot circa 50.000. De Campaign for Real Ale, een zeer actieve lobbygroep van onafhankelijke pubs, beweert dat er de afgelopen jaren wekelijks 23 pubs de deuren sluiten. Duidelijk is dat het rookverbod, meer thuisdrinkers, hogere belastingen, hogere bierprijzen, een lagere Britse alcoholconsumptie en de economische crisis medeoorzaken zijn van de neergang van de local.

Ontwikkelaars liggen op de loer

Zeker op het platteland, waar nieuwbouw schaars is, kijken ontwikkelaars met interesse naar de leegstaande taveernes. Dat was ook het geval in Gussage All Saints. De dorpelingen kwamen erachter dat Marston’s bij de gemeenteraad een verzoek voorbereidde om de bestemming van het pand te wijzigen: van horeca naar wonen. Nog een luxe villa, daar zaten de bewoners niet op te wachten. Ze belegden een vergadering in de dorpshal. Marlow: „Dat een paar mensen met de sluiting in hun maag zaten, wisten we, maar we konden niet bedenken dat de onvrede erover zo massaal leefde.”

De dorpelingen kwamen in hun gesprekken tot enkele conclusies. Een: ze vonden dat Gussage absoluut een pub nodig had. Zo was het al sinds de jaren twintig, toen bier en drank verkocht werd vanuit de achterdeur van een van de arbeiderscottages. Conclusie twee: ze wilden zelf absoluut geen uitbater worden. Geen schema’s van bardiensten, geen gefröbel. Conclusie drie: als het zou lukken de kroeg nieuw leven in te blazen, wilden ze er geen geld op verdienen. Humphris: „Doel is om iets te behouden voor toekomstige generaties. Niet om rijk te worden.”

Er werd een comité opgericht van mensen met verschillende expertises. Zij namen de leiding, maar werden bijgestaan door het dorp. Humphris: „De een had carrière als bankier achter de rug. De ander was goed in pr. Ik kan heel goed thee zetten en koekjes serveren.”

Het comité van redders wilde bij de gemeenteraad voorkomen dat het bestemmingsplan zou worden gewijzigd. Als de eigenaar zijn zin kreeg en het pand ook bewoond mocht worden, zou de waarde stijgen van 350.000 tot 475.000 pond. Marlow: „Met zo’n aankoopprijs was er geen sluitend bedrijfsplan.”

De groep wilde dat het plan om de local in stand te houden tot asset of community value werd uitgeroepen. Dat is een speciale wettelijk beschermde status die, uiterst belangrijk, de groep het eerste recht op koop biedt. Ook moet de gemeenteraad bij het wijzigen van het bestemmingsplan rekening houden met hun plannen en wensen. Marlow: „Die status was cruciaal en zorgde ervoor dat wij belanghebbenden werden.”

Om het pand, gelegen op de hoek van de dorpsstraat en een modderig pad, te kunnen kopen kwam de stuurgroep met een oplossing die eerder thuishoort aan Canary Wharf: een aandelenuitgifte. Dorpelingen konden zich inkopen. De groep stelde een prospectus op van 45 kantjes. Een aandeel kostte 300 pond.

Slechte financiële investering

Financieel gezien was het een slechte investering. Aandeelhouders krijgen geen dividend, aldus het voorstel. Iedere aandeelhouder krijgt een stem. Aandelen mogen niet verhandeld worden, ze kunnen alleen terug aan de stichting verkocht worden. Mocht de vergadering van aandeelhouders besluiten de Drovers te verkopen dan gaat een eventuele winst naar een goed doel.

Uiteindelijk tekenden 171 dorpelingen in. Ze kochten voor in totaal 176.500 pond aandelen. De rest van het geld – de groep had berekend inclusief verbouwing vier ton nodig te hebben – leende het comité via een hypotheek van de Triodos Bank. Marlow: „Ooit van gehoord? Wij niet. Bleek dat zij vaker projecten met een gemeenschappelijk doel financieren. Onze accountmanager zegt altijd dat hij langskomt voor een biertje, maar tot nu toe hebben wij alleen maar via internet contact.”

Opeens kwam alles samen. De aandelenstructuur, de hypotheek, de speciale wettelijke status, het getouwtrek bij de gemeente over de bestemmingswijziging, het bieden op het pand. Humphris: „De kern van de groep, mensen als Sally Marlow, waren er 16 maanden lang, 24 uur per dag mee bezig.” Marlow: „Ik ben gepensioneerd en heb de tijd. Ik geef toe: dit overkwam mij. Ik was gewoon boos. Alles in onze maatschappij wordt groter en afstandelijker. Je ziet de schaalvergroting bij supermarkten en bij de overheid. Dat is niet goed. Daar wilden wij, als gemeenschap, tegenin gaan.”

Het wilde plan, bedacht op een opgewonden dorpsvergadering, slaagde: de bestemmingswijziging werd afgewend en het dorp kocht de Drovers. Cooker: „Toen begon het fysiek zware werk.”

De vorige uitbater was halsoverkop vertrokken. Hij liet alles achter, inclusief de eieren in de koeling. Marlow: „De enige manier om die meurende smurrie effectief weg te krijgen was alles te bevriezen en af te voeren.” Daarna moest er geschilderd en heringericht worden.

Het comité had inmiddels nieuwe uitbaters voor hun pub gevonden. Stephen en Barbara Aldred hadden ruime ervaring met het bestieren van een ongebonden pub. Het werkt veel fijner, zegt Stephen. „Als je een pub huurt van de grote keten, heb je een klein voordeel bij de inkoop. Zij zijn zo groot dat bier en eten goedkoper zijn. Tegelijkertijd heb je nul vrijheid.”

De pubketens bepalen welke bieren je op tap moet hebben, welke gerechten op het menu staan. Dat vindt Aldred beklemmend: de ketens meten exact hoeveel bier je verkoopt, wat de omzet is. Zo hollen zij de machtspositie van de uitbaters uit bij huuronderhandelingen, zegt Aldred. Hij vindt het systeem slecht voor de omzet. „In deze tijd moet je het als pub juist hebben van je assortiment lokale bieren en verrassende keuken”, zegt hij. Aldred weet dat de dorpelingen de pub hebben gered. Wil de Drovers echter een succes zijn, dan moeten er meer mensen komen. Toeristen, wandelaars, mensen uit het graafschap die hebben gehoord over het goede eten.

Zomerbaantje

Aan de toog word inmiddels gediscussieerd over Brexit. De een is vurig voorstander, de ander is mordicus tegen uittreden. Marlow stemde bij het Brexit- referendum voor blijven, haar man wil uit de EU stappen. Marlow: „Ik denk wel dat de afgelopen anderhalf jaar ons heeft geleerd dat burgers ondanks een andere opvatting en levensstijl ontzettend veel kunnen bereiken.”

Marlow hoopt dat de tieners in het dorp weer hun eerste zomerbaantje in de pub zullen krijgen, de eerste stap naar een volwassen leven en een Engelse gewoonte die hoort bij een dorp als Gussage All Saints. Zelf heeft Marlow de smaak te pakken. Nu de pub weer draait, heeft de stuurgroep een nieuw project: de leden willen de werkloze rode telefooncel in het dorp een nieuwe functie geven. Het comité bepleit er een defibrillator in te plaatsen, zodat dorpelingen elkaar kunnen redden in geval van een hartstilstand.

Marlow: „Want uiteindelijk moeten wij accepteren dat diensten en voorzieningen wegtrekken, dat de afstand groter wordt. Gemeenschappen moeten het heft in eigen handen nemen.”