Opinie

Waarom ik Moskou ben ontvlucht

Verzwakte president Poetin wil of kan niets doen tegen het geweld in eigen land, schrijft de bedreigde journaliste

Een vrouw rouwt in het trappenhuis van het Moskouse appartement waar de journaliste Anna Politkovskaja in 2006 werd doodgeschoten. Foto Jeremy Nicholl/Transworld

In juli heeft iemand bij mijn ouderlijk huis gas naar binnen gespoten. Ongeveer een week heeft de Russische politie de wacht bij het huis gehouden. Bij hun vertrek voelde ik me op mijn gemak, omdat ik dacht dat de aanvallers dit wel als een signaal zouden hebben opgevat. Maar dat was blijkbaar niet zo.

In augustus staken ze mijn auto in brand. Mijn vader doofde de vlammen, zodat het vuur niet naar het huis oversloeg. Als de auto was ontploft, zou dit hem het leven hebben gekost. Daarom gingen we weg. Ik mag niet het leven van mijn ouders op het spel zetten.

Ik geloof niet dat de opzet was om mij of mijn ouders te vermoorden, maar als de bal eenmaal gaat rollen, kunnen zulke aanslagen onvoorziene gevolgen hebben. Ik ben weggegaan uit afschuw over het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel dat mensen hebben.

Mijn vertrek uit Rusland komt als een verrassing – ook voor mijzelf. Mensen die zeven, acht jaar geleden zeiden dat Rusland een gevaarlijk land was en dat Poetin erger was dan Stalin, heb ik altijd uitgelachen. Want dat was niet zo.

Rusland was in de twintigste eeuw een zeer gewelddadig land. Bij Stalin vergeleken leefden we in vegetarische tijden. Poetin is nooit erger dan Stalin geweest en dat is hij nog steeds niet.

Toen in 2006 Anna Politkovskaja werd vermoord, vatten wij journalisten dit op als een uitzondering – zij had onderzoek naar Tsjetsjenië gedaan. Er waren gevallen waarin mensen waren vergiftigd, zoals Aleksandr Litvinenko, maar naar we begrepen was dat een voormalig KGB-agent en beschouwde Poetin hem als een verrader.

Er waren ook zeer verdachte gevallen: de dood van Stephen Curtis tijdens het Yukos-proces, of de dood van Aleksandr Perepilitsjni. De dood van Sergei Joesjenkov behoorde tot de categorie bizarre ongelukken en als deze iets over Rusland zei, was het dat er ongelooflijke dingen gebeuren.

Dat waren mensen die omkwamen, vermoord werden. Maar er was telkens verklaring voor het hoe en waarom te geven. Bovendien leken de autoriteiten ongelukkig met zulke incidenten. Toen in 2010 de journalist Oleg Kasjin bijna werd doodgeknuppeld, sprak Dmitri Medvedev zich uit.

Zelf besefte ik in 2008 dat de dingen die ik had gezegd bij het Kremlin niet in goede aarde vielen – om het zacht uit te drukken. Ik had een paar lelijke dingen gezegd over de Russische rol in de oorlog in Georgië en de president van Zuid-Ossetië voor provocateur uitgemaakt.

Vanaf dat moment merkte ik dat ik werd gevolgd. Een keer zette ik ’s nachts om vier uur zomaar ergens mijn auto aan de kant en liep naar de auto die me volgde, in de verwachting een jeugdige Kremlin-activist of de geheime dienst FSB te zien.

De inzittenden leken uit de Kaukasus afkomstig. Ik maakte een foto en holde weer naar mijn auto. Ik zei dit tegen Aleksej Venediktov, hoofdredacteur van Echo Moskvy, die zich op zijn beurt beklaagde bij FSB-hoofd Aleksandr Bortnikov.

Die nam het zwaar op. Bijna zes maanden lang kreeg ik beveiliging en de mensen die mij volgden, werden aangehouden. Het idee was, denk ik, dat een Russische journalist hoogstens door de FSB zelf en niet door een buitenstaander mocht worden vermoord.

Maar in elk geval zouden de autoriteiten en de FSB een Russische journalist geen haar laten krenken zonder een opdracht van hogerhand. Zo voelde het aan.

Als een bewind gaat wankelen, neemt het zijn toevlucht tot geweld, om de eenvoudige reden dat dit het enige doeltreffende middel is om aan de macht te blijven.

Inmiddels is de toestand drastisch veranderd. Er is een vloedgolf van geweld losgekomen, waarvan de aanslagen rond de film Mathilde [over de liefdesaffaire van tsaar Nicolaas II met een Poolse ballerina, red.] maar één voorbeeld zijn.

Niet dat Poetin of het Kremlin rechtstreeks tot zulke aanslagen aanzetten. Maar ze knijpen een oogje toe als mensen ze willen organiseren. Ze bieden ‘lokaal talent’ de kans en geven deze mensen vrij baan. Sommigen zijn gestoord. Sommigen zijn op zoek naar macht of willen een wit voetje halen.

Natuurlijk wordt er geprobeerd sommige mensen het zwijgen op te leggen. Russen kunnen de gevangenis in gaan omdat ze berichten in de sociale media delen. Maar de mensen die mij of mijn ouders aanvielen, verwachten niet dat ik nu zo geïntimideerd ben dat ik niet meer schrijf of aan uitzendingen meewerk. Hun drijfveer is om geweldig te zijn in de ogen van Poetin. Dit ontslaat het Kremlin niet van zijn verantwoordelijkheid. Die wordt juist groter.

De staat behoort het monopolie op geweld te hebben. En door de verbreking van de rechtstreekse band tussen de geweldplegers en het Kremlin – dat het goedkeurt, maar er geen opdracht toe geeft – laat de staat de zeggenschap varen. Poetin wil niets doen of hij kan niets doen.

Het kantelmoment was de moord op Boris Nemtsov. Poetin was woedend. Hij zag die moord als een inbreuk op zijn macht en dat was ook zo. Onder het mom Poetin te dienen had de opdrachtgever van de Tsjetsjeense moordenaars laten zien dat hij en niet Poetin almachtig is, want voor hem is echte macht de macht om iemand te vermoorden.

Voorheen vond zulk ongecontroleerd geweld door Russische daders altijd plaats in het buitenland – in Georgië, in Oost-Oekraïne. Nu gebeurt het in Rusland. Het is paradoxaal: de man die zich als almachtig speler op het buitenlands toneel wil zien, is in eigen land niet almachtig.

Deze grote verschuiving is het gevolg van twee factoren. Bijna zestien jaar lang berustte het bewind van Poetin op de leugens verspreid door de staatstelevisie en de welvaart uit het oliegeld. Nu is de welvaart voorbij en het tv-publiek drastisch gekrompen. De strijd in Oekraïne heeft zijn uitwerking verloren en de veldtocht in Syrië is geen goede vervanger.

Wat overblijft, is geweld. Als een bewind gaat wankelen, neemt het zijn toevlucht tot geweld, om de eenvoudige reden dat dit het enige doeltreffende middel is om aan de macht te blijven.

Het huidige geweld is een symptoom dat duidt op het naderende einde. Maar we weten natuurlijk niet wanneer dat einde komt.

Er is geen eendrachtige samenleving of overheid die mij uit Rusland probeert te verdrijven. Veel vrienden uit de politieke elite hebben hun afschuw geuit en gezegd te willen helpen. Niet iedereen is gelukkig met stand van zaken.

Ik maak niet bekend waar ik ben, want ik wil niet om moeilijkheden vragen. Maar ik weet zeker dat ik veilig ben.

Ik ga door met mijn projecten in Rusland – columns in Novaja Gazeta en mijn wekelijkse uitzending op Echo Moskvy. We hebben tegenwoordig internet en ik kan mijn werk op afstand doen. En ik kom terug. Als alles weer op orde is.