Column

Stop met extra risico’s, pak gewoon het geld

De gemeenten die eigenaar zijn van Eneco en het bedrijf willen verkopen, kunnen bij Delta zien wat er mis kan gaan bij een energiebedrijf.

Het is een nachtmerrie voor de een, maar een enkele reis eldorado voor de ander. De nachtmerrie is voor de Zeeuwse gemeenten en de provincie Zeeland die de aandeelhouders zijn van de PZEM. De PZEM heette tot voor kort Delta, de regionale energiemaatschappij waar Zeeland trots op is. PZEM wordt ontmanteld. De aandeelhouders zitten op een bom duiten: honderden miljoenen euro’s. Dat is de opbrengst van hun grote uitverkoop. Maar ze kunnen er vooralsnog niks mee.

De gemeenten die eigenaar zijn van Eneco, zoals Rotterdam en Den Haag, zitten ook op een kolossale som geld. Misschien wel 2,5 miljard euro. Ze hoeven het alleen nog maar te incasseren bij de gehele of gedeeltelijk verkoop van hun aandelen. Eind deze maand moeten zij beslissen. Een eventuele verkoop wordt pas concreet na de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart volgend jaar.

Wat ging er mis bij Delta en wat kunnen de aandeelhouders van Eneco (en de kiezers) daarvan leren? Delta vergaloppeerde zich met grote investeringen in duurzame energie buiten de regio. Kapitale flops.

Verder voerde Delta, evenals Eneco overigens, vergeefse rechtszaken tegen de zogeheten splitsingswet. Op basis van die wet moeten energiebedrijven hun commerciële activiteiten (productie en verkoop van energie) loskoppelen van hun publieke taak (dat is zorgen dat de energie bij u thuis komt). Dat publieke netwerk moet in handen blijven van publieke aandeelhouders. De wet bleef overeind, het netwerk werd verkocht, Delta was te klein voor een vitale toekomst.

De derde oorzaak van het echec is de meedogenloze prijsval van energie. Daar hebben alle producenten last van.

PZEM heeft de meeste waardevolle dochters verkocht. Als laatste wordt het pakket van 50 procent van de aandelen van waterbedrijf Evides afgestoten. Wat resteert is hoofdzakelijk een verliesgevende gascentrale en 70 procent van de kerncentrale Borssele. Maar de gemeenten en de provincie Zeeland willen daarvan geen eigenaar blijven. Er is „geen direct publiek belang meer aanwezig, dat aandeelhouderschap rechtvaardigt”, zei Zeeland vorige week in een verklaring. De activiteiten zijn ook veel te risicovol voor „een publieke aandeelhouder”.

Die twee vragen: wat is de rol van een publieke aandeelhouder én hoeveel risico’s mogen gemeenten en provincies lopen, moeten ook de Eneco-aandeelhouders beantwoorden.

Vanuit nationale veiligheid is ‘Fort Oranje’ ideaal, maar nu blijkt ook het risico: je kunt er niet uit

Bij Delta ofwel PZEM hebben zij gezien hoe het mis kan gaan. De kerncentrale Borssele hangt de PZEM als een molensteen om de nek: verliesgevend en onverkoopbaar. De aandelen van Borssele mogen wettelijk niet in buitenlandse handen komen. Vanuit nationale veiligheid is ‘Fort Oranje’ ideaal, maar nu blijkt ook het risico: je kunt er niet uit.

Zeeland vraagt steeds steun van de rijksoverheid, maar minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) kaatste de bal steeds terug. U bent de eigenaar, los het maar op, zei Kamp. Veel politieke steun is er niet na het verzet tegen de splitsingswet. PZEM heeft de opbrengst van de verkochte activiteiten in kas, maar zij kan er nu niks mee. Misschien is alles nodig voor de sluiting en ontmanteling van Borssele.

De aandeelhouders van Eneco hoeven zich nog niet rijk te rekenen, maar zij moeten zich rekenschap geven van risico’s die stroppen kunnen worden. Energie is een risicovolle markt. Internationale expansie zit altijd vol nieuwe gevaren. Individuele (kleine) aandeelhouders hebben als puntje bij paaltje komt weinig invloed. Dan kun je als eigenaar met een publieke functie beter je aandelen verkopen, het geld pakken en de risico’s overlaten aan de volgende eigenaar.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie