Cultuur

Interview

Interview

Remy Jungerman mengt De Stijl met winti-rituelen

Remy Jungerman

De kunst van Remy Jungerman refereert aan De Stijl, maar ook aan traditionele Surinaamse winti-rituelen. Zijn werk is nu te zien in Delft.

„De Stijl geeft mij de mogelijkheid om mensen kennis te laten maken met de rijke Marroncultuur.” Toen beeldend kunstenaar Remy Jungerman (58) aan de Academie voor Hoger Kunst- en Cultuuronderwijs (AHKCO) in Paramaribo studeerde, zag hij een verband tussen de geometrie van de Europese kunststroming en Afro-Surinaamse quilttechnieken. „In Suriname had ik nog nooit een Mondriaan of een Doesburg in het echt gezien. Dat kende ik alleen uit boeken. Maar de Marrons, die zichzelf bevrijdden van de slavernij en zich vestigden in het binnenland van Suriname, maakten schouderdoeken met grote aan elkaar genaaide geometrische vormen. Dat waren mijn enige referenties om het westerse modernisme, met name De Stijl, dichterbij te brengen.”

Ter ere van het 100-jarige bestaan van De Stijl is hij gevraagd om zijn werk van de afgelopen tien jaar te exposeren in 38CC in Delft. Werk van hem is ook te zien op de tentoonstelling Ik ben een geboren buitenlander in het Stedelijk Museum te Amsterdam.

Hij wil dat mensen niet alleen invloeden van De Stijl in zijn werk herkennen, maar ook invloeden van de Marrons in Suriname. „Omdat die referenties er niet zijn in de hedendaagse kunst, ben je genoodzaakt je eerst te verbinden met het westerse fenomeen.”

Jungerman is geboren in het Marowijne-gebied. Zijn moeder stamt af van de Marrons en zijn vader van de Europeanen. Hij studeerde eerst werktuigbouwkunde in Paramaribo, maar besloot rond zijn vijfentwintigste naar de kunstacademie te gaan. „Overdag werkte ik als chef in een telecommunicatiebedrijf en ’s avonds ging ik naar de academie. Dit deed ik vier jaar lang.” In 1989 werd hij uitgenodigd om aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam te komen studeren. Sindsdien woont en werkt hij in Nederland.

Rituelen

Winti, de religie die tijdens de transAtlantische slavenhandel meereisde van Afrika naar Suriname, speelt een grote rol in Jungermans installaties. Met hout bouwt hij De Stijl-achtige structuren na die ook refereren aan de geruite textielen die gebruikt worden bij winti-rituelen. Ook beschildert hij flessen met kaolien, een kleisoort die op lichamen wordt gesmeerd. „Die rituelen geven spirituele zuivering, waarmee je in contact treedt met de goden.”

Als onderdeel van zijn expositie toont Jungerman de documentaire Visiting Deities (1962) van Bonno Thoden, over de pelgrimage van de Marrons naar het Marowijne-gebied. „Mensen uit verschillende dorpen doen winti-rituelen om aarde, water, bos en lucht in harmonie te brengen. Wat meteen opvalt is dat die geometrische vormen in het textiel ook terugkomen in de film.”

Tijdens zijn studie aan de kunstacademie in Paramaribo raakte Jungerman geïnspireerd door Frantz Fanon, de vader van het postkolonialisme. In diens geest dacht hij kritisch na over hoe een land met een koloniaal verleden weer een eigen nationalisme kan opbouwen. „Suriname was een kolonie toen de Gouden Eeuw plaatsvond in Nederland. Hier heeft de kunst zich helemaal kunnen ontwikkelen, maar de AHKCO, de eerste Surinaamse kunstacademie, werd pas in 1981 opgericht. Surinaamse intellectuelen stonden op en zeiden: ‘Het is tijd dat wij ook onze eigen kunstenaars en denkers hebben’.”

Surinaamse identiteit

Naast beeldende kunst onderwijst de AHKCO ook journalistiek en sociaal-culturele wetenschappen. „Surinamers waren altijd al Nederlanders. Alle boeken waren in het Nederlands, we leerden over de Nederlandse steden en rivieren, maar niet over de Surinaamse geografie.” Toen het land in 1975 onafhankelijk werd, heerste er volgens Jungerman verwarring onder de mensen. „Niemand wist precies wat een Surinaamse identiteit inhield. Dat moest vorm krijgen. We moesten leren over ons eigen land, culturen en óók de kunst.

Jungerman hoopt dat mensen hem niet alleen zien als ‘een Surinaamse kunstenaar’. „Ik ben zowel Surinaams als Nederlands, maar ik wil dat mensen naar mijn werk kijken.” Via het Mondriaan Fonds kreeg hij een residentie bij het International Studio & Curatorial Program (ISCP). In januari 2018 vertrekt hij voor een jaar naar New York. „Ik wil dat mensen overal ter wereld mijn bijzondere beeldtaal te zien krijgen.”

In Transit is t/m 5/11 te zien in 38CC in Delft. Op 22/10 geeft Remy Jungerman daar een lezing. Inl: 38cc.nl
Ik ben een geboren buitenlander is t/m 3/6/18 te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam.