Recensie

Reisopera brengt frisse, genietbare Verdi-klassieker La traviata

De Nederlandse Reisopera imponeert met een door regisseur Floris Visser psychologisch sterk uitgewerkte, muzikaal frisse productie van Verdi’s opera La traviata.

La traviata bij de Nederlandse Reisopera. Foto: Marco Borggreve

Dat het goed gaat met De Nederlandse Reisopera is na vele recente prijzen geen nieuws. En toch imponeert bij elke geslaagde nieuwe productie de vitaliteit waarmee het tweede operagezelschap van Nederland zichzelf op de kaart zet. De Reisopera is klein (in budget een fractie van De Nationale Opera in Amsterdam) en in koers niet per se vernieuwend , maar binnen die kaders biedt het artistiek het best mogelijke – en neemt het ook de risico’s die daartoe zijn vereist.

De productie van Verdi’s La traviata waarmee de Reisopera deze herfst op tournee gaat is een geramde publiekskraker. Dat ligt deels aan de titel zelf; zelfs een nieuwkomer merkte tijdens de première in Enschede op dat er in deze Verdi wel „heel veel superlekkere, bekende liedjes” zitten. Keerzijde daarvan: iedereen kan vergelijken.

Muzikaal gezien is deze productie behoorlijk anders dan anders, dus interessant. Je kunt horen dat de jonge dirigent Ilyich Rivas (24) streeft naar een soort authentieke, ritmisch lekker hoekige anti-schmierende Verdi-sound. Dat leidt bij het uitstekend spelende Gelders Orkest tot veel momenten die tot meewippen noden, maar in de meer dramatische scènes mis je soms wel degelijk een passionele onderstroom.

Waarschijnlijk komt dat ook doordat regisseur Floris Visser op knappe wijze het vrouwendrama onomwonden bij de horens vat. La traviata vertelt, ultrakort, het verhaal van de jonge courtisane Violetta, die haar ware liefde Alfredo op aandringen van dienst strenge vader opgeeft opdat zijn zusje wél een goed huwelijk kan sluiten. Warme medemenselijkheid – zo duid je doorgaans Violetta’s motief voor dat offer. Maar Visser brengt een extra laag aan, en betrekt de echte Violetta in zijn concept: Marie Duplessis (1824-1847), Normandische boerendochter die “opklom” tot dé attractie van het Parijse nachtleven.

Het onschuldige meisje dat ze was zien we hier al tijdens de ouverture verstoppertje spelen achter het proscenium. Voorop paradeert in jarretelles de chique vrouw-van-vertier die ze werd, met dank aan de alcoholische vader die haar misbruikt en verkoopt. Interessante terzijde: decors- en kostuumontwerpster Dieweke van Reij heeft het neo-klassieke bordeel schaamteloos fraai en stijlvol vormgegeven, wat de tragiek van haar bewoonsters des te gelaagder maakt, aanscherpt. De zieke Violetta sterft er haar roemloze TBC-dood op een stapel verhuisdozen met uitzicht: op de nieuwe hoer die zich in haar kamer en bontjas installeert. De kind-Violetta duikt daarbij op als een zwijgend schimmetje, zoals ze dat (geen originele, wel een effectieve theatrale vondst) steeds doet waar het verleden of de (onmogelijkheid van/wenselijkheid van) ware liefde wordt aangehaald.

Ook vocaal valt er veel te genieten. Het koor Consensus Vocalis zingt Verdi’s verrukkelijke koorscènes fris, scherp op de tel en welluidend. In de bijrollen is alleen Anthony Michaels-Moore echt teleurstellend, omdat zijn stem de fluweligheid mist die van vader Giorgio Germont – in potentie een reliëfrijke rol - meer had kunnen maken dan een onhandige, autoritaire hork.

De soepele Alfredo van tenor Jesús Garcia is bevredigend en fraai in de mix van kracht en tederheid, en krijgt overtuigend tegenspel in de Violetta van sopraan Urska Arlic Gololicic.

In details toont haar stem weliswaar tonen van koper in plaats van goud, maar met haar vocale overgave zet ze toch aan tot medeleven en ontroering.