‘Ouderwets of niet, staken heeft nog altijd zin’

Lerarenstaking

Basisschoolleraren gaan donderdag staken voor meer geld en minder werkdruk. Maar tot wie moeten zij zich richten zonder nieuwe regering?

Schoolkinderen van het basisonderwijs. ANP / Robin van Lonkhuijsen

Waarom staken als er nog geen plannen of ministers zijn om je tegen af te zetten? Donderdag gaan basisschoolleraren naar het Zuiderpark in Den Haag om te demonstreren voor meer salaris en minder werkdruk. Maar waarschijnlijk is er dan nog geen regering. De formerende partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie presenteren naar verwachting pas volgende week hun regeerakkoord.

Het PO-front, de samenwerking tussen bonden, basisscholen en docenten, heeft voor donderdag als stakingsdag gekozen omdat het dan de internationale dag van de leraar is. Toen ze voor die „symbolische dag” kozen, vlak na de schoolvakanties in september, was er over het tempo van de formatie nog niets bekend.

Volgens Loek Schueler, voorzitter van vakbond CNV Onderwijs, heeft het één niets met het ander te maken. „Wij trekken ons niets aan van de planning van Gerrit Zalm. Onze eisen zijn duidelijk – 900 miljoen erbij voor de salarissen en 500 miljoen voor verlichting van de werkdruk.” Alleen als die worden ingewilligd, zegt ze, wordt de staking afgeblazen.

Maar wat doe je met de kinderen die vrij zijn? Lees meer

Tot wie richten de stakers zich dan, nu er nog geen ministers zijn? „Dit is een waarschuwing aan de politiek”, zegt Thijs den Otter van de Algemene Onderwijsbond. „Er is geld nodig om de problemen in het basisonderwijs op te lossen en iemand moet daarvoor zorgen: óf het demissionaire kabinet óf de toekomstige regering. Wij kunnen niet meer de kwaliteit leveren die Nederland verlangt.”

Het salaris van de basisschoolleraren wordt geregeld in de cao, een afspraak tussen bonden en schoolbesturen. Strikt genomen gaat de politiek daar dus niet over. „Maar voor een goede cao heb je voldoende middelen nodig”, zegt Den Otter. „Daarom richten wij ons tot Den Haag.” En daarom staken ook de schoolbesturen – de werkgevers – mee.

Beter nu dan na regeerakkoord

Volgens Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, kan het juist gunstig uitpakken dat er nog geen regering is. „Ze zijn nu bezig met onderhandelen, wie weet maken ze ergens een paar miljoen vrij. Als je actie gaat voeren als er net afspraken zijn gemaakt, is het lastiger iets voor elkaar te krijgen.”

Dat zegt ook Sjaak van der Velden, gepromoveerd op de Nederlandse stakingsgeschiedenis. „De timing lijkt misschien wat ongelukkig zo vlak voor de formatie rond is, maar beter nu dan als er net een regeerakkoord is. Een nieuwe regering zal niet zo snel aan de plannen schaven.”

Lees meer over oorzaken en oplossingen van de werkdruk: De meester/juf heeft het te druk om les te geven

Al lijkt het misschien wat ouderwets, staken heeft nog altijd zin, zegt zowel Van der Velden als Verhulp. „Voor vakbonden kan het tot ledenwinst leiden, je profileert je als beroepsgroep en soms krijg je je zin”, zegt Verhulp. En de nadelen? „Men kan vinden dat je zeurt. Maar ik geloof niet dat basisschoolleraren met deze actie veel sympathie verspelen.”

De onderwijsplannen die tot nu toe zijn uitgelekt, gaan over heel andere zaken dan waar de leraren voor staken. Scholieren zouden verplicht naar het Rijksmuseum en de Tweede Kamer moeten en les moeten krijgen in het Wilhelmus. „Als dat de gesprekken zijn die nu door de partijen gevoerd worden, ben ik erg teleurgesteld”, zegt Schueler van CNV. „Dan wordt de urgentie van de problemen die wij aankaarten totaal niet gevoeld.”