Column

NRC checkt: ‘Ex-drankgebruikers vertekenen onderzoek’

Dat concludeerde Volkskrant Magazine in een themanummer over alcohol.

Foto iStock

De aanleiding

Wat is beter voor de gezondheid: met mate drinken of geen druppel meer aanraken? Het laatste, is de conclusie van het artikel Het misverstand drank in een themanummer over alcohol van Volkskrant Magazine (23 september). Maar vaak komen de matige drinkers er beter vanaf in onderzoeken naar de gezondheidseffecten van alcoholgebruik, schrijft de Volkskrant, omdat „de groep niet-drinkers ook tal van voormalige grootgebruikers bevat” en mensen die vanwege hun slechte gezondheid zijn gestopt met drinken. „Logisch dat hun gemiddelde gezondheid er slechter uitzag dan die van de matige drinkers.”

Waar is het op gebaseerd?

We checken de stelling dat voormalig grootgebruikers worden meegenomen in de categorie niet-drinkers in studies naar de gezondheidseffecten van alcoholgebruik, en dat de resultaten daardoor worden vertekend. De wetenschapsredactie van de Volkskrant stuurde desgevraagd onderliggende bronnen voor deze passage in het stuk. Eén daarvan is een paper uit de Journal of Studies on Alcohol and Drugs (mei 2017) waarvoor een internationale groep onderzoekers opnieuw heeft gekeken naar 45 studies naar het effect van alcohol op de gezondheid – specifiek de hartziekten. Deze studies toonden eerder aan dat volwassenen die matig drinken minder hartziekten hebben dan geheelonthouders. „Vandaar”, stellen de onderzoekers, „het wijdverbreide geloof dat alcohol, met mate gedronken, goed is voor het hart”.

Echter, zo bleek uit de meta-analyse, wordt deze ogenschijnlijke gezondheidswinst niet door alcohol veroorzaakt, maar door een derde factor. Namelijk het feit dat de groep matige drinkers een algeheel betere gezondheid heeft dan de niet-drinkers. Want vaak zijn geheelonthouders „voormalige drinkers die zijn gestopt vanwege gezondheidsproblemen”, ontdekten de onderzoekers.

Het probleem met alcoholstudies is dat meestal geen onderscheid wordt gemaakt tussen ‘ex-drinkers’ en ‘nooit-drinkers’. Dit bracht de Amerikaanse Kaye Fillmore aan het licht in een publicatie in Annals of Epidemiology (mei 2007). Zij en haar collega’s waren dieper in 54 alcoholonderzoeken gedoken. Bij slechts twee studies naar het verband tussen drinken en overlijden aan hartziekten viel te bewijzen dat de onderzoeksgroep van geheelonthouders niet vervuild was door ex-drinkers. In het geval van de relatie tussen drinken en algehele sterfte (bijvoorbeeld aan kanker) hadden van de tientallen studies slechts negen een ‘schone’ geheelonthoudersgroep.

In de weinige correct uitgevoerde onderzoeken viel het „beschermende effect” van alcohol weg, stelde Fillmore vast. Lichte of matige drinkers bleken geen lager sterfterisico te hebben dan échte geheelonthouders.

En, klopt het?

Ja. In het merendeel van de onderzoeken naar de gezondheidsgevolgen van alcoholgebruik zijn de statistieken voor geheelonthouders vertekend doordat mensen die voorheen (veel) dronken zijn meegenomen in de groep niet-drinkers. In de meeste onderzoeken is het simpelweg onbekend of geheelonthouders eerder wél dronken (uit een longitudinaal onderzoek onder 9.100 Britten bleek dat bijna alle mensen die op hun 55ste niet dronken dat eerder wel deden) en hoeveel dan precies. Daardoor kan niet uitgesloten worden dat de categorie niet-drinkers ook „voormalige grootgebruikers” (zoals de Volkskrant het verwoordde) en ex-alcoholisten bevat.

Conclusie

We beoordelen de stelling als waar. Het advies van de Gezondheidsraad is dan ook: drink geen alcohol of in elk geval niet meer dan één glas per dag. Het idee dat matig drinken juist goed is voor de gezondheid is achterhaald.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt