Column

Langetenencultuur

Verwacht niet dat ik een oordeel vel in het welles/nietes over Griet Op de Beeck. De aard van de daad die therapie in haar geheugen zichtbaar maakte, verhindert elke betrouwbare uitspraak hierover. Het gaat mij om de reacties op de onthulling die ze deed op tv en in NRC, en om de reacties op die reacties. Om de „grote middenmoot”, zoals Op de Beeck die noemt, „van mensen die ogenschijnlijk functioneren, maar met van alles worstelen”. Zie wat die middenmoot op Twitter schrijft: „Natúúrlijk zijn er valse aangiftes en therapeuten die nepherinneringen planten. Maar die dingen zijn geen reden om iemand niet te geloven.” Of: „Voor iedere slachtofferverklaring die in het openbaar in twijfel wordt getrokken, houden er weer meer slachtoffers hun mond.”

Maar wanneer is iemand een slachtoffer en wanneer niet? Frank Hermans, socioloog met als aandachtsgebied ‘slachtoffers’, onderscheidt drie groepen: slachtoffers die iets traumatisch hebben meegemaakt en daar, met meer of minder moeite, erkenning voor krijgen. Slachtoffers die hun lijden uit schaamte voor zichzelf houden – denk aan de misbruikte katholieke kinderen. De kenmerken van hun trauma’s of krenkende gebeurtenissen staan nauwgezet omschreven in het psychiatrisch handboek DSM.

En ten slotte is er de categorie die sociologen zien als representanten van „de langetenencultuur”. Voor deze mensen is elke kwetsuur een trauma, elke tegenvaller een depressie. De farmaceutische industrie boert er goed van: jaarlijks worden in Nederland 2,5 miljoen recepten voor psychofarmaceutica uitgeschreven.

Frank Hermans ziet deze groep simulanten al jarenlang groeien, zegt hij aan de telefoon. „Ze maken zichzelf onkwetsbaar in discussies, omdat ze hun identiteit of kwetsuur als machtsmiddel gebruiken.” Hermans gebruikt gegevens van psychiaters en andere hulpverleners voor zijn onderzoek. Hij spreekt van een „doorgeschoten emancipatie van de emoties”.

Deze mensen eisen overal hun slachtofferstatus op, bij de dokter, bij de rechter, in de pers, in de politiek. Zij zoeken niet naar genezing, maar naar erkenning. Onbedoeld is Griet Op de Beeck voor hen een messias geworden, juist omdat zij met argwaan tegemoet wordt getreden: als zij niet wordt geloofd, is mijn aandoening dus óók waar.

„Wie inziet waar zijn eigen angsten, frustraties en onvermogens vandaan komen, hoeft niet met een beschuldigende vinger naar de maatschappij te wijzen”, zei Op de Beeck zaterdag in NRC. Mensen die echt lijden, mensen uit háár middenmoot, zouden niet stemmen op „machtswellustelingen met een narcistische inslag”.

Zou het? Zaterdag riep Thierry Baudet in Rotterdam een zaal vol witte Nederlanders op tot „het herwinnen van ons zelfvertrouwen”. Groot gejuich. „Dáár moet het over gaan”, zei een man uit Venlo.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.