Ineens valt alles op zijn plek

Formule 1

Max Verstappen behaalde in Maleisië de tweede overwinning in zijn carrière. Het gebeurde in een seizoen dat al in de prullenbak lag.

Foto Clive Mason/AP

Deze keer was het allemaal oké. Alleen de aanblik van zijn achternaam, daar rechts in het beeld met die lichtblauwe geluidsgolven, was dit seizoen al zo vaak reden geweest voor angstzweet. Max Verstappen ging iets zeggen tegen zijn team, of andersom. Dat zijn accu kapot was, zoals in Canada. Dat zijn remmen het hadden begeven, zoals in Bahrein. Dat zijn motor langzaam uitviel, zoals in Azerbajdzjan en België. Negen ronden voor het einde van de race op het circuit van Sepang in Maleisië, terwijl hij ruim op kop lag. Of de balans nog goed was, vroeg zijn monteur. Misschien dat teambaas Christian Horner van Red Bull dan kon stoppen met zenuwachtig met zijn voet tikken. Met een ijzige kalmte die hij nog geen moment echt had gehad dit jaar, stelde Verstappen het team gerust. Deze keer was het allemaal oké.

Max Verstappen won zondag, een dag na zijn twintigste verjaardag, voor de tweede keer in zijn carrière een grand prix. Vrijwel uit het niets, net als die eerste, vorig jaar in Barcelona. Maar waar in beide races alles nét even zijn kant op viel, was die in de slopende, vochtige hitte van Maleisië veel meer zijn eigen verdienste. Barcelona liet het onbevreesde jonkie Verstappen zien, dat na de zelfsabotage van twee Mercedessen de veel ervarener ex-wereldkampioen Kimi Räikkönen (Ferrari) ronde na ronde van zich afhield in een auto waarin hij na een flitspromotie voor het eerst in een race zat.

Nu eens pech voor anderen

Maleisië liet de toekomstig wereldkampioen zien die vrijwel iedereen op en rond het circuit in hem ziet, die drievoudig en waarschijnlijk aankomend wereldkampioen Lewis Hamilton slim voorbijging en vervolgens de de race domineerde.

Natuurlijk moesten de omstandigheden wel precies goed zijn, dat is immers het verhaal van het jaar. De Red Bull van Verstappen en teamgenoot Ricciardo, die derde werd in Maleisië, heeft dit seizoen slechts sporadisch reëel uitzicht op het podium als de kansen gelijk zijn. De beide Mercedessen en Ferrari’s zijn al het hele jaar sneller. Maar gebeurt er wat, dan zal Red Bull de eerste zijn die profiteert. Dat was dit jaar vooral Ricciardo geweest, mede doordat Verstappen in zeven races de finish niet eens haalde.

Dit weekend kon Verstappen profiteren van pech voor het ene team, Ferrari, en een bij hoge uitzondering minder sterke auto van Mercedes. Ferrari bleek snel in de trainingen, maar kreeg tijdens de kwalificatie een klap toen Sebastian Vettel door autoproblemen geen tijd neer kon zetten en als allerlaatste aan de race van zondag moest beginnen. Zelfs na de wervelende inhaalrace die zou volgen, was dat waarschijnlijk de genadeklap voor Vettel in zijn strijd om de wereldtitel met Hamilton. Op zondag bleef de tweede startplek, van Kimi Räikkönen, leeg en zijn auto in de garage, ook met problemen. Mooi, een concurrent minder, had Verstappen gedacht, zo zei hij na de race tegen Ziggo Sport.

Hamilton op waarde geklopt

Want zo simpel was het ook: hij startte nu officieus van plek twee en de twee voornaamste concurrenten stonden achteraan en binnen. Na een voorzichtige, maar in ieder geval vlekkeloze start werd al duidelijk dat Red Bull op zijn minst niet onderdeed voor Mercedes. Het belangrijkste moment en hoogtepunt was niet eens zo verrassend: in de vierde ronde al ging Verstappen soepel langs Hamilton in bocht één. Eigenlijk te soepel – Hamilton had daar best beter kunnen verdedigen. Maar zoals beiden achteraf toe zouden geven: hij moest aan het wereldkampioenschap denken. Neemt niet weg dat Verstappen de lichte vrees, wellicht ook vanwege zijn reputatie als agressief coureur, slim benutte. „That’s how we do it”, zei hij over de boordradio.

Daarna gaf Verstappen een masterclass in banden sparen en tempo houden, zoals Hamilton zelf dat zo uitmuntend kan – die verloor zondag op waarde, wat deze tweede overwinning nog wat zoeter deed smaken.

Dus stond Verstappen daar opeens weer rood aangelopen en breed lachend op de hoogste trede van het podium, terwijl het Wilhelmus speelde en Hamilton en Ricciardo champagne in zijn nek spoten. Waren er opeens beelden van zijn huilende zusje Victoria, van een trotse vader Jos, felicitaties over de boordradio van teambaas Horner.

En dat in een seizoen waarin onmetelijke hoeveelheden pech hem cynisch en sarcastisch hadden gemaakt, in een seizoen waarin hij op zijn thuiscircuit in Spa verkondigde dat hij dit jaar geen race meer zou gaan winnen en na misschien wel het pijnlijkste debacle omineus sprak dat hij het „zo niet lang meer vol zou houden”. Zo vaak volgde op een goede zaterdag – Verstappen versloeg teamgenoot Ricciardo bijvoorbeeld al in elf van de vijftien races in de kwalificatie – een desastreuze zondag.

Succes na zoveel pech

Het is alsof de ellende is achtergebleven in zijn tienerjaren. „Een mooi begin van een nieuw decennium”, zei Horner zondag tegen Verstappen. Die had in de Red Bull-fabriek half juli tegen NRC nog gezegd dat hij hoopte dat hij Verstappen dit seizoen nog een race zou zien winnen, op een moment dat diens pech nog niet eens het kookpunt had bereikt.

Daarom ook dat hij zondag meteen zei het Verstappen zo te gunnen. Na alles wat er was gebeurd. „Hij verdient dit, na alles wat hij heeft doorstaan. Het was een dominante prestatie”, zei hij tegen Ziggo Sport. Het was een seizoen om snel te vergeten en als geheel is het dat misschien nog steeds wel. „Maar dit maakt het toch wel wat positiever”, zei Verstappen even later voor dezelfde camera.

Want voor hem telt, al sinds zijn vader hem voor het eerst in een kart zette, maar één ding: winnen. Racen is leuk, dat vindt iedereen die in de Formule 1 rijdt wel. Maar als je geen hoofdrol speelt, als je niet kunt winnen, wat is dan de lol? De coureur Verstappen en de mens Verstappen zijn voor hem één en dezelfde, zo zei hij eerder in gesprek met NRC. Rijdt hij als coureur goed, dan is hij als mens ook gelukkig. Hoe eendimensionaal dit ook kan overkomen, het maakt hem één van slechts een paar pure racers in de Formule 1. Geef mij nou maar de beste auto, dan laat ik zien wat ik daarmee kan, het liefst eerder gisteren dan vandaag.

Daarom ook dat hij bijna verbaasd leek te reageren op de vraag van oud-coureur Martin Brundle, die hem na de race namens Sky Sports vroeg hoe het voelde aan kop in de race, of hij geen druk voelde. „Nou ja, dat is waar ik wil zijn.”