Vijf vragen over de penaltysoap in de KNVB-beker

KNVB-beker De zaak rond de strafschoppenserie in de bekerwedstrijd Lisse – Hoek duurt voort. De uitspraak van het kort geding komt pas volgende week. Vijf vragen en antwoorden.

Foto Remco de Waal/ANP
  1. Wat is er gebeurd?

    In de eerste ronde van de KNVB-beker kwamen amateurclubs FC Lisse en HSV Hoek twee weken geleden na verlenging niet verder dan een gelijkspel (2-2), waarna de wedstrijd moest worden beslist door strafschoppen. Maar in plaats van de teams om en om te laten schieten (het ABAB-model) koos scheidsrechter Marc Nagtegaal voor een andere volgorde: ABBA.

    FC Lisse won de reeks met 5-4, maar de KNVB besloot die uitslag later ongeldig te verklaren. Volgens de reglementen van de voetbalbond is alleen de ABAB-volgorde toegestaan en moet de strafschoppenreeks worden overgenomen. Winnaar Lisse was het daar niet mee eens en probeerde dit maandag via een kort geding te voorkomen.

  2. Waarom zou je een andere volgorde hanteren?

    Al sinds de eerste officiële strafschoppenreeksen in 1970 schieten teams om beurten. Maar uit Spaans onderzoek is duidelijk geworden dat die volgorde in het voordeel is van de ploeg die begint. De kans is namelijk groot – zo’n 79 procent – dat team A meteen raak schiet. Om de aansluiting niet te verliezen, moét team B vervolgens wel scoren.

    Die gedachte legt een onevenredig grote druk op de spelers van het tweede team. Bovendien voelen zij, zolang team A blijft scoren, nooit de opluchting van een kortstondige voorsprong. Zelfs als ze hun strafschop raak schieten, kunnen ze de stand hooguit gelijktrekken. Voor hen valt er eigenlijk alleen iets te verliezen.

    Een oplossing is volgens de wetenschappers om de volgorde in de tweede set strafschoppen om te draaien. Als team B na een gelijkmaker meteen nog een strafschop mag nemen, kunnen ook zij op voorsprong komen, waarna team A plotseling de druk voelt om gelijk te maken.

  3. En, klopt dit in de praktijk?

    Naar die vraag heeft de Spaanse wetenschapper Ignacio Palacios-Huerta de afgelopen tien jaar verschillende onderzoeken gedaan. In 2014 keek hij naar de uitkomsten van meer dan duizend nationale en internationale wedstrijden van tussen 1970 en 2012. Daaruit bleek inderdaad je bij de ABAB-volgorde maar beter kunt beginnen. Dat leverde in bijna 61 procent van de gevallen de overwinning op.

    Met hulp van voetballers uit de Spaanse profcompetitie zette de onderzoeker vervolgens een experiment op. Hij liet ze tweehonderd reeksen van acht strafschoppen volgens ABAB-volgorde schieten en tweehonderd reeksen volgens de ABBA-methode. In het eerste geval won team A ook nu in 61 procent van de gevallen. Bij de ABBA-methode was dat maar 54 procent.

    Palacios-Huerta onderzocht overigens nóg een volgorde, die hij had afgeleid van de wiskundige rij van Prouhet-Thue-Morse (PTM). Na vier strafschoppen ABBA liet hij de voetballers de volgende vier in BAAB-volgorde nemen. Bij die opzet won het beginnende team slechts in 51 procent van de gevallen.

  4. Worden die andere volgordes al ergens gebruikt?

    Het bekendste voorbeeld van de ABBA-methode is de tiebreak die in het tennis soms aan het einde van sets wordt gespeeld. Daar serveert speler A éénmaal, waarna speler B twee keer mag opslaan. Geen van beide spelers heeft daarbij een noemenswaardig voordeel, zo bleek dit jaar na het onderzoeken van zo’n 2.700 tiebreaks op topniveau.

    In het voetbal wordt de ABBA-volgorde nog maar in beperkte mate gebruikt. Dit voorjaar kondigde de internationale spelregelcommissie IFAB aan de methode te gaan testen. Ook de UEFA deed deze zomer een proef op verschillende internationale jeugdtoernooien. In de Britse bekertoernooien wordt dit seizoen ook getest met de ABBA-volgorde. Dat gebeurde bijvoorbeeld tijdens de finale om de Community Shield, tussen Arsenal en Chelsea.

    Arsenal won de Community Shield met 4-1 van Chelsea na strafschoppen:

  5. Vanwaar dan het besluit bij FC Lisse tegen HSV Hoek?

    Volgens de advocaat van de KNVB was dat niets anders dan een vergissing. Volgens de raadsvrouw had de scheidsrechter gelezen over de verschillende proeven met de ABBA-methode en „dacht hij dat dat ook bij de KNVB-beker gehanteerd zou worden.”

    Volgens Leon Annokkee, voorzitter van FC Lisse, was de scheidsrechter volkomen zeker van zijn zaak toen hij de spelers toesprak. „Toen iemand hem voorlegde dat in de vorige ronde van de beker strafschoppen wel via ABAB genomen waren, zei hij dat dat onjuist was.”