Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlijn Doomernik

Maxim Februari: ‘Het leven is niet goudomrand’

Interview Maxim Februari (54) is columnist en schrijver. Zijn nieuwe roman Klont gaat over leven en overleven in verwarrende tijden. „Soms ben ik bang dat ik dingen zeg omdat mensen het leuk vinden.”

Bodo Klein, technologie-expert en vooraanstaand ambtenaar op het ministerie van Veiligheid, zit achter zijn bureau. Kamer 03.42, derde verdieping van de D-vleugel. „Soms vindt hij ’s morgens als hij binnenkomt een gestorven werksterbij tussen zijn papieren”, schrijft Maxim Februari in zijn nieuwe roman Klont. „Bodo laat het beest meestal een paar dagen liggen, draait hem met een balpen op zijn buik en schuift hem tijdens het telefoneren gedachteloos heen en weer, totdat er gaten vallen in de vacht en de antennes afbreken. Dan veegt hij de losse stukken – antennes, poetsinrichting, wasspiegels – in een glazen potje dat hij daarvoor speciaal boven op zijn dossierkast bewaart.”

Verbinding met jezelf en je leefwereld, daar gaat deze roman over. Contact, als je het sec bekijkt. En over de opkomst van slimme apparaten waarmee mensen permanent gevolgd kunnen worden. „Bodo Klein wil niet dat anderen hem doorzien, dat ze denken te weten wat hem beweegt”, schrijft Februari. Uit weerzin tegen zijn eigen gevoelens, neemt Bodo zich voor een eind aan zijn leven te maken.

Gevoel als iets om van te gruwen; kent Februari dat zelf ook? „Ik erger mij wel eens aan gesprekken over gevoel”, zegt hij in zijn huis op de Utrechtse Heuvelrug. „Mensen vragen vaak: wat vóél je nou? Daar bedoelen ze mee dat ze emoties willen zien. Ik heb er een hekel aan als gevoel als handelswaar wordt uitgevent. Op congressen en festivals hoor ik vaak verhalen die geacht worden diep te raken. Terwijl ik denk: je hebt het thuis opgeschreven en uit je hoofd geleerd. Het is reclame. Je hoopt de volgende keer weer uitgenodigd te worden.”

De schrijver, tevens columnist voor NRC, voelt er niet veel voor zijn roman te typeren. „Een filosofische verhandeling kun je nog wel terugbrengen tot een betooglijn”, zegt hij. „Maar een roman is niet samen te vatten.” Zeker is dat Februari in het boek een groot aantal thema’s aansnijdt en de lezer twee vragen voorlegt: leren we de wereld beter begrijpen door voortschrijdende techniek? Of verliezen we controle door onze tekortkomingen?

Lees ook deze column van Maxim Februari: De term cultuurmarxisme is een nieuw hondenkoekje

Dat Klont in de kern over contact gaat, betwist Februari. Hij vindt dat een „huwelijksadvertentie-achtige” interpretatie. „Sommige romans gaan over de heftigheid in relaties. In die van mij dobberen personages een beetje rond.” Zijn roman gaat over „leven en overleven”, zegt hij. En dat Bodo moeilijk contact maakt, komt doordat hij „intellectueel aangedreven is”.

Technologie-expert Bodo wordt in Klont scherp gepositioneerd tegenover een jonge publicist, „met de hautaine charme van een kameel”. Alexei Krups oogst succes met een modieus verhaal over techniek. De wereld ligt aan zijn voeten, maar zijn ijdelheid gaat met hem op de loop. Februari beschrijft hoe „zwijmelende volgelingen”, „amicale politici” en „jaknikkende journalisten” zijn hubris aanwakkeren. Krups begeert zichzelf meer dan hij een ander ooit heeft gewild.

Zowel Bodo als Alexei zijn uitvergrotingen van hemzelf, legt Februari uit. De ernst en zwaarmoedigheid van Bodo en de „flierefluiterigheid” van Alexei: hij heeft het beide in zich. Ook Februari worstelt met roem en hoge verwachtingen. „Hoe bekender je wordt, hoe enthousiaster en veeleisender het publiek. Soms ben ik bang dat ik dingen zeg omdat mensen het leuk vinden. Ik merk dat ik tijdens optredens simplificeer, maar gelukkig ben ik iets strenger dan Alexei.”

Net als Bodo wordt Februari als een „intellectueel op pootjes” gezien. Hij heeft altijd interesse gehad voor „het mechanische mensbeeld dat de wereld aanstuurt”. Al in de tijd dat hij – net student-af – voor een organisatieadviesbureau werkte. „Hoe zie je mensen? Hoe kun je zorgen dat je met elkaar vooruit komt? Dat zijn vragen van een intellectueel, maar ik denk dat ik vrij intuïtief opereer.”

Een interview met Maxim Februari – pseudoniem voor Max Drenth – vereist laveerkunst. Hij luistert liever dan hij praat. En hij houdt niet van „reductie”: iemand terugbrengen tot iets wat hij hooguit ten dele is. „Mensen zijn innerlijk veel rijker dan je op basis van hun buitenkant kunt concluderen. Een roman kan iets van die rijkdom laten zien. Veel persoonlijker dan dat wordt het niet. Een interview over mijn leven is zonde van de tijd. Over een tijdje ben ik dood en dan is er niets meer van mij over.”

Foto Merlijn Doomernik

Zijn weerzin tegen reductie heeft deels te maken met zijn levensgeschiedenis. Februari was bijna vijftig toen hij in zijn column bekendmaakte dat hij voortaan als man door het leven zou gaan – een transitie waarover journalisten hem nog altijd bevragen. Destijds zei hij in een interview met deze krant dat hij niet meer wilde rondlopen in een lichaam dat hem niet paste. En: „Als ik deze stap niet had gezet, was ik er waarschijnlijk helemaal mee gestopt.”

Dat was een persoonlijke uitspraak voor iemand die niet van persoonlijke interviews houdt. Een moeilijk thema ook.

„Het verrast me dat mensen dat een moeilijk thema vinden. Ik heb lange tijd gedacht dat iederéén zich de hele dag afvraagt: wil ik nog wel leven? Maar dat schijnt niet zo te zijn en het schijnt zorgelijk te zijn als je het wel hebt.”

Misschien denken mensen wel aan zelfdoding, maar het is geen veelbesproken onderwerp.

„In de periode dat De maakbare man uitkwam [het boek dat hij in 2013 publiceerde over zijn geslachtsverandering, red.] had ik een excuus om erover te praten. Maar helaas blijft die uitspraak mij achtervolgen.”

In ‘Klont’ speelt zelfdoding een prominente rol. Pagina’s lang lezen we over Bodo’s doodswens. Pas als hij heeft besloten dat hij dood wil, vóélt hij weer.

„Misschien is dat ook het moment dat de vitaliteit terugkeert: als Bodo zegt dat hij het nog wél wil. Ik weet niet hoe anderen zich gedurende de week voelen. Maar bij mij gaat het op en neer. Het leven is niet goudomrand, iedereen die ouder wordt, weet dat. Zeker mensen die getrouwd zijn.”

Bodo en zijn vrouw Colette zitten in een relatiedip. Hij houdt van haar, maar kent haar niet wezenlijk. Hoe is dat zo gekomen?

„Er zijn momenten in een relatie dat je denkt: wat hebben we ook alweer samen? Als het een goed huwelijk is, hoeft een crisis niet hevig te zijn met overspel en andere vreselijke dingen. Een dip kan zijn dat je niet meer weet hoe je elkaar moet aanspreken. Dat gaat voorbij en achteraf denk je: wat is er gebeurd? Veel mensen herkennen dat. Maar die kleine eb-en-vloeddingen bespreek je niet zo snel. Dat heeft te maken met het leven. Morgen kan alles weer anders zijn.”

Straks hoeven we niet meer te stemmen; ze weten alles al

Februari heeft een paar zware jaren achter de rug. Eerst was er de brand bij hem thuis. Die was zo verwoestend, dat de korpsen van Woudenberg én Driebergen moesten uitrukken. De bovenverdieping brandde volledig uit. Hij verloor niet alleen zijn kleding en veel van zijn meubels, maar ook zijn boeken, notities en knipselarchieven. „Zonder mijn boeken schrijft de column zich lastig”, zegt hij, terwijl hij nog een espresso serveert. „Ik kan niet meer even een onderwerp opgooien en kijken wat er gebeurt. Zelfs de bronnen van deze roman ben ik kwijtgeraakt. Enorm frustrerend.”

In de periode van de brand was zijn geliefde, Gerda Meijerink, al ernstig ziek. Ze wilde niet meer behandeld worden toen de kanker na een bestraling terugkeerde. „We hebben door de brand een half jaar elders gewoond, dat was onhandig. Maar het heeft ook iets opgeleverd. ‘Nou hebben we tenminste een beter verhaal dan die ziekte’, zei Gerda. De brand was een duidelijke streep. Alles werd fris en nieuw. We hebben nog een paar maanden in het gerenoveerde huis gewoond. Gerda had graag langer willen leven.”

Ze betekende veel voor u?

Hij knikt. „Ik stuiter nog steeds een beetje van de dood van Gerda, wij waren vijfentwintig jaar samen. Haar levenslust spatte ervan af. Dat vond ik een aantrekkelijke eigenschap. Gerda hield mij uit de wind. Ze kookte en voerde het woord. Ik kon achterover leunen. Ik blaak zelf niet van levenslust, mijn energie zit vooral in mijn teksten.”

Meijerink overleed op 30 december 2015. Februari wilde adressen voor de rouwkaarten opzoeken in haar telefoon. Daarbij stuitte hij op haar laatste zoekopdracht. „Ze wilde champagne bestellen voor Oud en Nieuw. Niet dat ze het nog had kunnen drinken, maar het is een mooi beeld om mee achter te blijven.”

Hoe is het leven zonder levensgezel?

„Om heel veel redenen is dat niet mooi. Met de dood van Gerda verloor dit huis zijn ziel. Ik werd gedwongen na te denken over wie ik ben zonder dat iemand mij voortdurend uit de wind houdt. Een tijd lang heb ik hard gewerkt aan mijn roman. Maar ik moest ook veel regelen rond de dood van Gerda en het huis. Mensen dachten na de begrafenis dat ik het vreselijk zou vinden om alleen te zijn. Er ontstaat een beeld: die zit zielig te huilen in een hoekje. Terwijl ik snakte naar een bed en bad. Ik was bekaf. Pas de laatste tijd denk ik na over wat ik met de tweede helft van mijn leven wil. Of ik de column eruit gooi om mij volledig aan het schrijverschap te wijden, zoals velen mij aanraden, of toch niet. Veel familieleden halen de negentig, dus als ik geen ongeluk krijg, kan ik nog een paar dingen doen.” Begin volgend jaar verruilt hij de Heuvelrug voor de Betuwe. In zijn nieuwe werkkamer heeft hij een weids uitzicht. „Ik loop zo de velden in.”

Om tegenslag te overwinnen moet je veerkrachtig zijn. Daar gaat uw roman ook over.

„Ja. En dan vooral in de zin dat je geïnteresseerd blijft dat dingen doorgaan.”

De veerkracht van Alexei Krups is wel érg groot. Hij staat zelfbewust op een podium, terwijl hij weet dat de wereld om hem heen afbrokkelt.

Februari knikt. „Alle romanpersonages gaan steeds bijna dood, maar toch niet echt. Ze zijn druk bezig met veerkrachtig zijn. De mens doet niets anders dan stomme dingen. We denken dat we grip hebben op het leven, maar begrijpen geen fractie van het al. Ik vind het ontroerend dat we desondanks doorgaan.”

‘Dit is het tijdperk van ziekte, ellende en dood’, zegt Bodo. ‘Het leven is harder dan ooit.’

„We leven in verwarrende tijden. Ik denk dat iedereen in Europa voelt dat de veiligheid eraf is. Harder voor jezelf óf harder voor een ander: dat is de keuze op dit moment.”

Anders dan vaak wordt gedacht, zegt Februari, heeft onze verwarring niet met vervlakking door social media te maken. Twitter, Facebook en Instagram zijn niet meer dan „de ballenbak van het internet”. „Er raast een ongekende revolutie op ons af. Deskundigen vergelijken de digitalisering met asbest: zij verspreidt zich op mysterieuze wijze en bijt zich overal in vast. Het zou prettig zijn voor de democratie als wij zouden meekijken en nadenken over wat er gebeurt. Want let wel: het gaat veel verder dan kinderen die alleen nog maar swipen. Het gaat over bedrijven en overheden die gegevens over mensen verzamelen en hen de toegang tot diensten ontzeggen.”

Kunt u een voorbeeld geven?

„Voor de verkoop van mijn huis moest ik de meest krankzinnige vragen beantwoorden. Welke schades het huis in de afgelopen zeventig jaar heeft opgelopen bijvoorbeeld. Maar denk ook aan de belastingdienst die bij Spotify de muziekvoorkeur van mensen opvraagt om te beoordelen of zij frauderen. Het gebeurt!”

En de gemiddelde burger heeft daar geen weet van.

„De aandacht voor maatschappelijke ontwikkelingen rondom technologie is zeer beperkt. We loaden maar up en stoppen alles in de cloud. Terwijl overheden en bedrijven sinds 9/11 een enorme controle over burgers houden met wetenschappelijke middelen. In deze roman probeer ik die nieuwe, autonome wereld te schetsen; straks hoeven we niet meer te gaan stemmen, want ze weten alles al.”

De eerste stap in de moderne revolutie is de privatisering van alles, schreef Maxim Februari onlangs in zijn column

Is het boek een waarschuwing?

„Ja, maar zonder dat ik zeg: die kant moet het op. Ik heb tijdens het schrijven veel aan Charles Dickens gedacht. Hij schreef tijdens de industriële revolutie onderhoudende romans met een boodschap. Die dubbele opdracht heb ik mijzelf ook gesteld.”

Twee dagen na ons gesprek volgt een mail. Februari schrijft dat hij ergens het woord ‘contact’ las en besefte dat de interviewer zijn hele boek samenvatte in dat ene woord. Zo’n lelijk woord, het doet hem denken aan contactformulieren. ‘Open een account!’

Wat zijn personages dan wel zoeken, als het geen contact is? „Iets echts, denk ik. Te midden van alle leugens en halve leugens, commentaren, gegevensstromen, beleidsnotities en abstracties.”

Klont van Maxim Februari verschijnt woensdag 4 oktober bij uitgeverij Prometheus, 256 blz. € 19,99.