Column

Fietser of voetganger koning in Brussel? Nee, automobilist!

Waarom is de auto in Brussel nog zo oppermachtig, vraagt correspondent Anouk van Kampen zich af.

Laatst reed ik op de Brusselse deelfiets Villo via het centrum naar de kathedraal op de Koekelberg. Aan het eind van de rit had ik smeer op mijn jurk omdat het slot haperde, op de stoep gefietst door gebrek aan fietspaden (sorry voetgangers) en op het nippertje een auto ontweken. Mijn hoofd trilde nog na van de kasseienwegen en ik kwam door de vele heuvels die de stad telt bezweet aan.

Twee jaar geleden werd het triomfantelijk aangekondigd: het Brusselse centrum wordt autovrij. Minder opstoppingen, minder vervuiling en meer ruimte voor voetgangers én voor fietsers, was het idee. De voetganger is „koning” in Brussel, schreef een aantal Nederlandse kranten, om vervolgens te opperen dat Amsterdam er een voorbeeld aan zou kunnen nemen. Nou, doe maar niet.

Elke keer als mensen mij bezoeken, neem ik ze mee naar dat autovrije gebied aan de Anspachlaan. Het asfalt ligt er nog, maar er zijn planten en bankjes geplaatst en kleurige vlakken geschilderd. Op de trappen van de Beurs drinken toeristen, bewoners en daklozen een drankje. Straatartiesten voeren onder grote belangstelling acts uit.

Twee jaar geleden was het een soort snelweg door de stad, nu een plek om samen te komen. De dieselroet in de lucht daalde plaatselijk met 70 procent. En als het hier niet autovrij was geweest, was het na de aanslagen waarschijnlijk nooit spontaan uitgegroeid tot publieke rouwplaats. Een plan van de – intussen vanwege een ongerelateerd schandaal opgestapte – ex-burgemeester Yvan Majeur dat wél goed uitpakte.

Laat er geen misverstand over bestaan: in Brussel is niet de voetganger noch de fietser, maar de auto koning.

Toch denkt niet iedereen er zo over. Vanaf het begin liggen de plannen onder vuur. Bewoners en handelaren vinden dat ze niet genoeg betrokken zijn. De horeca zegt dat de omzet met 30 tot 40 procent is gedaald. De Raad van State adviseerde de uitvoering van de plannen op te schorten.

Het gevolg: na twee jaar ziet het er nog altijd meer uit als een tijdelijk afgesloten weg. Pas eind vorige maand begonnen de eerste werkzaamheden aan het gebied. En ondertussen wordt de voetgangerszone telkens iets kleiner. Laatst werd duidelijk dat er nóg een stukje van het gebied wordt afgesnoept door automobilisten.

Laat er geen misverstand over bestaan: in Brussel is niet de voetganger noch de fietser, maar de auto koning. Bij stoplichten sta ik steevast minstens een minuut in de uitlaatgassen te wachten tot de auto’s voorbij zijn geraasd. In een bioscoop in het centrum, notabene naast een metro- en busstation, wordt reclame gemaakt voor goedkoop parkeren. De stad kent talloze meerbaansautowegen, fietspaden daarentegen eindigen vaak plotseling of ontbreken volledig, en het openbaar vervoer laat ook wel eens te wensen over. De luchtvervuiling mag dan schokkend hoog zijn en de opstoppingen niet om door te komen, de Brusselaar moet en zal in zijn auto stappen.

Kan Brussel geen voorbeeld nemen aan Amsterdam? En is het de schuld van onvoldoende politieke actie of van ongemotiveerde burgers dat dit niet gebeurt? Ik begrijp de Brusselaar nu iets beter. De rit omhoog naar huis met de loodzware Villo – wel even wat anders dan een stad waar een brug over de Amstel de hoogste heuvel is – zag ik niet meer zitten. Ik heb hem, net als de rest van Brussel doet, onderaan de heuvel geparkeerd en de Uber genomen.