Eén keer goud: dat moet beter

WK roeien

Twee medailles hield de Nederlandse roei-equipe over aan de WK. De vrouwen dubbelvier zorgde zaterdag voor een unicum.

In Florida werd de Nederlandse vrouwen-dubbelvier wereldkampioen, een unicum na zoveel tweede en derde plekken op eerdere toernooien. Foto Erik S. Lesser/EPA

Zo vaak waren ze al als tweede en derde geëindigd dat het ‘wel een dingetje’ werd voor de WK in Sarasota, Florida. Dit jaar nog op de Europese kampioenschappen en vorig jaar op de Olympische Spelen van Rio de Janeiro. En de laatste WK’s was er steevast brons voor de vrouwen dubbelvier.

Maar zaterdag kwam daar op het water in het Nathan Benderson Park dan eindelijk verandering in. Met een machtige eindsprint, die de toeschouwers tot over het puntje van de stoel joeg, versloegen Nicole Beukers, Sophie Souwer, Inge Janssen en Olivia van Rooijen de Poolse vrouwen die tot 1.800 meter aan de leiding lagen.

Het leidde tot bijzondere vreugdetaferelen. Tranen van geluk en misschien wel ongeloof liepen over de wangen. De frustratie erover zat diep. En dat hadden de vrouwen van te voren afzonderlijk ook duidelijk aangegeven. Nu moest het eindelijk gebeuren. „Ik kan het nog niet geloven”, zei Janssen, die de ploeg zichtbaar bleef aansporen gedurende de race. „We wilden het zo graag. Maar het dan doen is een tweede.”

Ook Beukers kwam woorden te kort. „Ik dacht na 1.500 meter even dat het niet meer ging lukken. We kwamen niet dichterbij voor mijn gevoel. In de laatste 500 meter hebben we alles eruit geperst. Ik dacht tijdens de race aan de finale op de Spelen en dat heeft misschien wel het laatste zetje gegeven. Dit hebben we echt verdiend.”

Zilver voor Marieke Keijzer

Op vrijdag had de jonge Marieke Keijzer (20), in de niet-olympische skiff al voor zilver gezorgd. Verder was het vooral een toernooi van ‘net niet’. Drie (mannen)boten eindigden binnen een halve seconde als vierde, twee als vijfde en de damesacht als zesde.

Zeven olympische finales. Zo dicht zat het in Sarasota, waar het de hele week verschroeiend warm was, meer dan dertig graden, bij elkaar. En de Amerikanen lieten opnieuw zien hét sportland te zijn. 23 jaar geleden was het dat de VS een WK mocht organiseren. Elke dag zaten de tribunes bomvol.

Een dag na de wereldtitel van de vrouwen had de Holland Acht de score van Rio de Janeiro moeten evenaren, maar de boot, bestaande uit acht olympiërs, gaf niet thuis. Al vanaf de start voer de boot achter de feiten aan. Mede door de ’s nachts plotseling ziek geworden slagroeier Robert Lücken, die toch in de boot was gestapt. Pas in de laatste 500 meter kwam de boot op stoom en werd de ene na de andere ploeg voorbij gevaren. De Italianen bleven voor brons echter net drietiende van een seconde buiten schot. „We roeiden heel slordig. Pas op het einde kwam het ritme weer terug”, aldus Björn van den Ende.

Technisch directeur Hessel Evertse sprak uit het beter te willen doen dan in Rio, maar dat kwam er dus niet van. „In de breedte hebben we het heel goed gedaan. Veel meer boten roeien finales. Dat is echt de winst die we in een jaar geboekt hebben. De volgende stap is meer medailles. Dat had al gekund en vooral bij de mannenacht gemoeten.”

Het roeien profiteert nu van weinig verloop na de Spelen. En dan zijn er nog sporters, zoals olympisch kampioen Ilse Paulis die haar co-schappen prioriteit gaf voor deze WK, die terug gaan komen. Ook staan er genoeg jonge talenten te rammelen aan de poort.

Fris jong bloed is nodig om vooral aan de ‘zware’ mannenkant de concurrentiestrijd op te stuwen. De Holland Acht bestaat voor het merendeel uit roeiers van rond of in de dertig. De mannen dubbelvier, met jongens van begin twintig, debuteerde op deze WK en slaagde er bijna in een medaille te winnen. Die groep kan nog jaren mee en zal richting Tokio alleen nog maar beter worden. Bij de vrouwen debuteerden ook vier roeisters jonger dan 23 jaar.

Aan de coaches de taak de juiste mensen in de juiste boten te zetten, zodat over drie jaar weer minimaal drie medailles worden gewonnen. En dat zal vroeger gaan gebeuren dan voorheen. Evertse: „Voor de WK van 2019 gaat de deur naar de Spelen dicht. We willen dan iedereen aan boord hebben. Dat is echt een harde eis. Anders kun je geen vastigheden inbouwen.”

Tokio 2020

Evertse is, zo stelt hij, voor succes afhankelijk van het budget dat beschikbaar komt richting Tokio. Anders zullen er keuzes gemaakt moeten worden voor de Spelen. „We hebben een groep van veertig roeiers. Wil je alle boten dubbel bezetten om het niveau te verhogen, dan moet je met een groep van zestig roeiers werken. Zo niet, dan zullen we onze ambitie misschien iets moeten bijstellen. Ga je dan voor het scullen of boordroeien bij de mannen? De Holland Acht zal bij de mannen de prioriteitsboot blijven, maar deze WK hebben we laten zien dat we op veel andere disciplines ook wereldtop zijn. Je moet wel oogsten na het zaaien. Dat is de volgende stap.”