Drie dronken mannen komen klappen geven

Wie: Reinier, Jonne, Johan

Kwestie: poging doodslag, zware mishandeling

Waar: rechtbank Alkmaar

De beelden van de beveiligingscamera zijn haarscherp. We zien in het halfduister een plein met een standbeeld en een donkergeklede jongen. Dan komt Johan, een stevige vent in een geruit overhemd, met grote passen aan. Hij trekt in één beweging die jongen naar de grond en deelt een schop uit. Dan verschijnt Reinier – hij geeft een paar schoppen, tegen het hoofd. Daarna arriveert Jonne. Hij knielt, geeft de liggende jongen een paar tikken in z’n gezicht en wat schoppen tegen rug en heup. Dan grijpen beveiligers in. Zo eindigt het incident, op 27 september 2014.

Drie jaar later zitten de drie mannen aangeslagen voor de meervoudige strafkamer. Ze zien de beelden voor het eerst; Johan dacht steeds dat hij alleen iemand had omgetrokken. Jonne zit te trillen en schiet vol. Reinier komt niet uit z’n woorden. Alle drie zijn ze berouwvol tot verbijsterd. Ze reageren timide op vragen. Alle drie waren ze totaal bezopen na talloze glazen bier, aangevuld met ‘shotjes’. Het zijn studievrienden, die een verjaardag vierden in de kroeg. Het zijn dertigers zonder strafblad, met banen en vaste relaties. Eén werkt bij het UWV, een ander bij een energiebedrijf, als manager.

Waarom ze zo veel dronken? Mogelijk doordat het weerzien hun drinkgedrag van vroeger opriep, zegt Reinier. In flarden weet hij nog dat hij die avond naar huis wilde en buiten werd „lastiggevallen”. Een jongeman daagde hem uit. Die zou zijn vrienden bellen om hem en zijn groepje in elkaar te slaan. Het bracht Reinier tot een whatsappje. „Kom naar buiten bitches, er komt iemand tof doen.” Dat deden ze dus. Het slachtoffer hield er een gebroken tand, dik oog, gezwollen kaak, drie hechtingen, hoofdpijn en pijn aan rug en heup aan over. Plus paniekaanvallen, verlies aan vertrouwen op straat en financiële schade.

Maar waar kwam die agressie toch vandaan? Johan zegt dat hij vermoedelijk „geen herhaling” wilde van wat hun acht jaar geleden overkwam. Toen was hun groep slachtoffer. Hij zou zijn vrienden hebben willen beschermen, maar is in „de verkeerde emotie” geschoten. Reinier en Jonne tasten in het duister. Ze zijn „niet zo”, ze snappen niks van zichzelf. Gedronken en uitgegaan wordt er nu nauwelijks meer – één van hen is in therapie, tegen de stress. In hun banen durven ze geen beslissingen te nemen. Ze vragen zich sinds 2014 af hoe dit afloopt. Op poging tot doodslag staat immers cel.

Waarom liet het Openbaar Ministerie (OM) deze zaak jaren liggen? De officier legt het niet uit. Hij gebruikt zware woorden, over de „grote verontrusting” die zulk gedrag bij het publiek oproept. Over het delict: iemand het licht uit de ogen willen schoppen. Maar ‘poging tot doodslag’ laat hij als aanklacht vallen. Er is niet voldoende hard en doelgericht geschopt om aan te kunnen nemen dat de verdachten het risico op de dood wilden nemen. En hij biedt excuses aan voor „onwenselijk lang” wachten op de zitting. In het dossier zag hij dat het OM voor het laatst in februari 2015 iets met de zaak deed. Daarna is het dossier stilgevallen. Zoekgeraakt, niet overgedragen? Niemand weet het, de rechter vraagt er niet naar. Maar het geweld van destijds is nog steeds strafwaardig – alleen het ‘strafnut’ is veranderd. Een stok achter de deur in de vorm van een voorwaardelijke straf is door de tijd ingehaald. De drie verdachten zijn immers niet in herhaling vervallen. „Dat pleit in hun voordeel.” De officier eist tegen Johan 90 uur werkstraf. Tegen Reinier, wiens gedrag „het meest stuitend” is, 240 uur en tegen Jonne 180 uur. Het slachtoffer eist een schadevergoeding van 2.380 euro, onder meer het eigenrisicoaandeel in de kosten van de ambulance, van de tandarts en het ziekenhuis.

De rechtbank legt werkstraffen op van 90, 200 en 180 uur. De ‘redelijke termijn’ van twee jaar waarbinnen een strafzaak behandeld moet worden, is met één jaar overschreden. Het drietal moet ook de schade vergoeden.