Column

Doorbraak (of dode mus?): onderzoek naar oorlog Jemen

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Een stelling van Houthi-rebellen bij Sana’a werd eind augustus gebombardeerd. Foto Khaled Abdullah/Reuters

Goed nieuws! Er komt eindelijk internationaal onderzoek naar oorlogsmisdrijven in Jemen. Daarover is de VN-Mensenrechtenraad het vrijdag eens geworden.

Even terug: Saoedi-Arabië en westerse vrienden (die soms ook onze vrienden zijn, maar in de zaak-Jemen niet) slaagden er de laatste twee jaar in zo’n onderzoek, net zoals nu door Nederland voorgesteld, te dwarsbomen. Want ten eerste pleegt de Saoedische kant natuurlijk geen oorlogsmisdrijven, stel je voor. En als er dan toch een onderzoek moest komen, wie kon dat beter doen dan Saoedi-Arabië zelf, samen met de regering van president Hadi, die Saoedi-Arabië terug aan de macht wil helpen in Jemen?

Goed. Waarom komt er nu dan wél internationaal onderzoek? Omdat de toestand in Jemen inmiddels is veranderd van wanhopig in hopeloos, en het Saoedische kamp het uiteindelijk niet meer kon tegenhouden. Een paar cijfers. Volgens de VN zijn bewijsbaar 5.144 burgers gedood bij oorlogshandelingen door de Saoedische coalitie en door Houthi-rebellen die zij bestrijdt. De meesten vanuit de lucht, dus door Saoedi-Arabië c.s. Voordat u het zegt, zeg ik het: dat is peanuts in vergelijking met de honderdduizenden in Syrië. Maar ook de hele infrastructuur ligt in puin, met enorme gevolgen. De Saoediërs en bondgenoten bestoken vanuit de lucht bewijsbaar scholen, woonwijken, ziekenhuizen, waterzuiveringsinstallaties. Ze blokkeren vanaf het begin van de oorlog, in maart 2015, zeehavens en vliegvelden, wat de humanitaire crisis nog eens verergert. Voor alle duidelijkheid: de Houthi-rebellen en hun bondgenoten zijn óók schuldig, maar de Saoediërs c.s. zijn schuldiger, wegens hun veel zwaardere (westerse) wapens.

Het resultaat is volgens de VN dat 19 miljoen mensen, tweederde van de bevolking, hulp nodig hebben, van wie 7,3 miljoen op de rand van hongersnood balanceren. De cholera-epidemie die dit jaar uitbrak, is de snelst groeiende – geen schoon water door die aanvallen op infrastructuur – en de grootste sinds men dat in 1949 begon bij te houden. Het aantal gevallen kan tegen het eind van het jaar een miljoen bereiken, aldus het Rode Kruis. Volgens de VN sterft elke tien minuten een kind onder vijf jaar oud een vermijdbare dood.

Er is geen enkele beweging naar een einde van deze oorlog. Internationaal onderzoek kan dan tot grotere voorzichtigheid bij de strijdende partijen leiden. Saoedi-Arabië en zijn westerse vrienden/wapenleveranciers – de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk – haalden de afgelopen weken opnieuw veel uit de kast om internationaal onderzoek te blokkeren. Volgens diverse bronnen bedreigde Saoedi-Arabië Nederland en medestanders. De Britse onderminister van Buitenlandse Zaken Alistair Burt verzekerde tien dagen geleden nog dat de Saoedische coalitie zelf „het meest diepgravende en overtuigende onderzoek” kan doen. Tot dusverre kwam uit dat eigen onderzoek dat de Saoedische coalitie zich keurig gedraagt, wat zij ook aanricht.

Uiteindelijk kwam er vrijdag een compromis tot stand. Ja, er komt wel internationaal onderzoek. Maar, ho! Niet, zoals Nederland oorspronkelijk had voorgesteld, een officiële commissie van onderzoek waarvan de conclusies bij het Internationaal Strafhof kunnen worden neergelegd. Het wordt onderzoek door „eminente internationale en regionale experts”. En het mag trouwens ook geen onderzoek (investigation) heten, maar inspectie (examination).

„Eindelijk zijn we een stap verder. Het werd tijd”, verklaarde minister Koenders. Maar, vraagje: wat kunnen zelfs eminente experts uitrichten als strijdende partijen bewijsbaar zó gekant zijn tegen onderzoek? Stiekem dringt zich het beeld van de dode mus op. Ik hoop dat ik ongelijk heb.