Recensie

Door Kertész werd fotografie kunst

Ook als we zijn werk nooit eerder zagen, hebben we het gevoel dat de romantische foto’s van André Kertész ons heel vertrouwd zijn. De Hongaarse fotograaf stond aan de basis van een beeldtaal waarvan we ons niet kunnen voorstellen dat die er ooit níét was.

André Kertész, Brillen en pijp van Mondriaan (Parijs, 1926) Rmn / Donation André Kertész

Sommige foto’s van de Hongaarse fotograaf André Kertész kent iedereen wel. Die met die typische ronde brilletjes van Piet Mondriaan bijvoorbeeld, met daarnaast zijn karakteristieke pijp in een kom; een portret van de beroemde Nederlandse schilder zonder dat hij daar zelf op te zien is. En die inmiddels honderd jaar oude foto van een man die daar zo prachtig met zijn gestrekte lichaam in een gestreepte zwembroek onder water zwemt – David Hockney zei ooit dat hij hier de inspiratie in vond voor zijn befaamde Californische zwembadschilderijen. Mondriaans Studio (Parijs, 1926) en Onderwaterzwemmer (Esztergom, Hongarije, 1917) zijn klassiekers van de fotografie, vele malen tentoongesteld en gepubliceerd, voor astronomische bedragen verkocht op veilingen, iconen van hun tijd.

Nieuwe clichés

Het gekke bij Kertész is echter dat óók de foto’s die je geheid nooit eerder zag toch heel vertrouwd aanvoelen. Die stoeltjes die daar zo fraai hun schaduw werpen op een Parijs trottoir; een besneeuwd park in New York; die trappen in melancholiek strijklicht waar de herfstbladeren zich op verzameld hebben. Het soort romantische en nostalgische foto’s zoals we ze wel vaker zagen – clichés, zou je ze best ook kunnen noemen. Ze maken gebruik van een beeldtaal die wij inmiddels heel goed kennen en waarvan we ons nu bijna niet meer voor kunnen voorstellen dat die ooit níét bestond. Maar dat zijn foto’s ons zo bekend voorkomen, komt niet omdat Kertész zijn ideeën ontleende aan andere fotografen, maar omdat hijzelf aan de basis ervan stond. „Een cliché moet ergens beginnen, en dit begon bij hem”, zoals Mirjam Kooiman, curator van de tentoonstelling André Kertész, Mirroring Life het formuleert.

Van Boedapest naar Parijs

Kertész (Boedapest 1894 – New York 1985) was een invloedrijk fotograaf. Grote namen als Henri Cartier-Bresson, Robert Capa en landgenoot Brassaï werden door hem geïnspireerd. „Wat wij ook ooit allemaal hebben gedaan, Kertész was de eerste die het deed”, prees Cartier-Bresson hem. En ‘het’ – dat is het gebruik van schaduw, de vele weerspiegelingen in ruiten en waterplassen, de ‘trucs’ om lichamen te vervormen, het vastleggen van dat ene, bijzondere moment dat door Cartier-Bresson werd gemunt met ‘het beslissende moment’ maar waar Kertész al heel wat voorwerk voor had gedaan.

In de tentoonstelling in het Amsterdamse Foam lopen we chronologisch door zijn leven, van Boedapest naar Parijs, waar hij een van de centrale figuren is in de avant-garde kunstscene van die tijd en waar hij collega-kunstenaars als Mondriaan, Chagall, Eisenstein en Colette portretteert.

Te Europees voor New York

Kertesz’ vertrek in 1936 naar New York, waar hij bijna vijftig jaar, tot aan zijn dood in 1985 zal wonen, loopt uit op een desillusie. Werden in het legendarische Franse magazine VU tientallen reportages van hem gepubliceerd, in de Verenigde Staten wijst fotomagazine Life hem af omdat zijn werkwijze te traag zou zijn (Kertész maakt eindeloos uitsnedes uit zijn eigen werk en selecteert streng voordat hij zijn werk naar een opdrachtgever doorstuurt) en zijn foto’s te Europees, wat zoiets betekende als: te melancholisch. Het zal tot midden jaren zestig duren voordat hij zijn baan bij House and Garden vaarwel kan zeggen en zijn gedeukte reputatie weer die glans krijgt die het vandaag de dag nog steeds heeft.

Niet geheel toevallig valt zijn comeback redelijk samen met de popularisering van de fotografie die rond die tijd, zeker vanaf de jaren zeventig, steeds vaker en op meer plekken in grote musea als kunst wordt tentoongesteld en waar navenante prijskaartjes aan komen te hangen. Kertesz heeft daar aan het einde van zijn leven nog van kunnen meeprofiteren. Terecht, want het is mede door zijn artistieke werk, zijn midden-Europese melancholische blik en zijn onmiskenbare invloed op andere fotografen dat men ging inzien dat fotografie ook kunst kon zijn.