Op cruciale momenten lukt ’t net niet voor de volleybalsters

EK volleybal

De Nederlandse vrouwen verloren in Baku de finale van Servië. Net als twee jaar geleden en in 2009 is er dus opnieuw zilver.

De Nederlandse verdediging probeert de Servische Brankica Mihajlovic (boven) van scoren af te houden in de EK-finale. Foto Sergei Ilnitsky/EPA

Wéér niet. Steeds als het erop aankomt verliezen de Nederlandse volleybalsters belangrijke wedstrijden. Een patroon of blijft er uitzicht op dat laatste stapje naar de echte top? Ontegenzeglijk dat laatste, ook al verloor Nederland voor de derde keer binnen acht jaar de finale van het Europees kampioenschap. Zondag sloegen de volleybalsters zich stuk op Servië, dat in de Azerbajdzjaanse hoofdstad Baku met 3-1 won en er terecht met de titel vandoor ging. Een herhaling van 2011.

Nederland heeft inmiddels een treurig lijstje opgebouwd. Na de verloren EK-finale tegen Italië in 2009 en de nederlaag tegen Rusland, twee jaar geleden in eigen land, volgt nummer drie in Baku. De tragiek wordt versterkt door de verspeelde bronzen medaille op de Olympische Spelen en net-niet-overwinningen op de grootmachten China en Brazilië tijdens de grand prix deze zomer in China. Voeg daar het net-niet-gevoel van de verloren halve finale tegen China op de Spelen bij en de volleybalsters hebben hun portie tegenslagen wel gehad.

Kardinale vraag na zoveel sportieve ellende is: heeft Nederland de kwaliteiten en het vermogen door die muur van nederlagen in cruciale wedstrijden heen te breken en zich tussen de toplanden China, Brazilië, Verenigde Staten en Servië te wringen? De kwaliteit is aanwezig in de ploeg die op elke positie bovengemiddeld goed bezet is en verzekerd is van een beloftevolle, hunkerende reservebank. Het is een kwestie van doen. Gewoon eens winnen van die landen op momenten dat het echt verlangd wordt.

Nederland kan winnen van China, dat heeft de ploeg bewezen op de Spelen in Rio de Janeiro. Alleen, die zege kwam tot stand in een groepsduel. In de halve finale tegen China ging het net weer mis, de grootste frustratie van de speelsters tot nu toe. Zodanig dat het merendeel niet aan die nederlaag herinnerd wil worden. Nederland sloot het olympisch toernooi tot overmaat van ramp ook nog eens af met een nederlaag tegen de Verenigde Staten in het duel om brons.

Eén schamele setwinst

Nederland kan winnen van Servië. Dat demonstreerde de ploeg vorig jaar eveneens op de Spelen: 3-2. Maar ja, dat was de groepswedstrijd. Later in het toernooi kwam Nederland dat land niet meer tegen, maar uiteindelijk verlieten de Servische speelsters Rio de Janeiro wel met de zilveren medaille en bleef Nederland buiten de prijzen. Bij de eerstvolgende confrontatie, afgelopen week op het EK, ging het mis. Eerst verloor Nederland de groepswedstrijd van Servië, en in de finale bleek het zijn lesje niet te hebben geleerd. Het bleef bij een schamele setwinst.

Als je de basisspeelsters tegen elkaar afzet is er weinig kwaliteitsverschil tussen Nederland en Servië. De vorm van de dag bepaalt dan het resultaat. En de Servische speelsters staken zondag in iets betere doen dan de Nederlandse. Het cruciale verschil zat ’m vooral in de diagonaalpositie, de plek die in een volleybalploeg doorgaans voor de beste aanvalster is gereserveerd. Waar Lonneke Sloetjes bij Nederland ver verwijderd bleef van haar grote vorm op het EK van twee jaar geleden, sloeg haar Servische collega Tijana Boskovic in Baku vrijwel alles raak. De twintigjarige linkshandige heipaal was een ware plaag voor zowel het Nederlandse blok als de verdediging en werd meer dan terecht uitgeroepen tot de beste speelster van het toernooi.

Verzachtende omstandigheid voor Sloetjes is, dat zij in aanloop naar het EK moest revalideren van een knie-operatie. Zij kwam dit EK maar niet in haar ritme, wat zijn effect op de ploeg had. Bovendien had Servië zich in de finale goed ingesteld op Sloetjes, die alleen in de derde set opleefde.

De wankelmoedigheid van Nederland op belangrijke momenten heeft ook een mentale component. De ploeg moet ook leren topwedstrijden te winnen. De speelsters horen dat niet graag en bestrijden elke verwijzing naar zelfs de lichtste vorm van instabiliteit, maar ware winnaars zijn nu eenmaal genadeloos op beslissende momenten. En dat stadium van psychische hardheid heeft Nederland nog niet bereikt.

Ander complicerende factor was dit jaar het opstappen van de Italiaanse coach Giovanni Guidetti, die werd opgevolgd door de Amerikaan Jamie Morrison. Geen kwaliteitsvermindering, maar wel een schok waarvan de speelster moesten bijkomen. Het plotse vertrek van Guidetti werd ervaren als verraad en gewenning aan de nieuwe coach kostte enige tijd.

Lees ook ons interview met speelster Robin de Kruijf: Guidetti weg om zijn dochter? Een lulverhaal.

Twee jaar geleden werd onder Guidetti een nieuwe koers ingezet. Hij zette een team naar zijn hand en de speelsters reageerden daar goed op. Nederland werd significant beter en leek na de vierde plaats op de Spelen rijp voor de stap naar de wereldtop. Uitgerekend op dat moment verdween Guidetti en kwam Morrison, in vrijwel alles de tegenpool van zijn voorganger.

Wennen aan nieuwe coach

Het heeft bijna een zomer geduurd voordat de selectie aan de nieuwe coach en zijn vrij wetenschappelijke aanpak was gewend. De emotie van Guidetti maakte plotseling plaats voor de ratio van Morrison. Op dit EK leek de nieuwe werkwijze aan te slaan. Na een aarzelend begin kwam Nederland op toeren en won het op weg naar de finale glansrijk van Italië en Azerbajdzjan. Morrison en zijn speelsters maken vorderingen, dat is gebleken, maar de samenwerking heeft nog enige jaren nodig om echt succesvol te kunnen zijn.