Commentaar

Hennis moet aftreden maar hoeft niet politiek uit te treden

Het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar het mortierongeval in Mali op 6 juli 2016 waarbij twee Nederlandse militairen om het leven kwamen en één zwaar gewond raakte , is zonder meer vernietigend. Er was sprake van „ernstige tekortkomingen” in de zorg voor de veiligheid van de in het Afrikaanse land gelegerde militairen.

Nog verontrustender is de conclusie van de Raad dat eerdere eigen onderzoeken „vergelijkbare patronen” signaleerden. In het rapport spreekt de Raad dan ook bezorgdheid uit „over de weinig zichtbare motivatie van de defensieorganisatie om van de gebeurtenissen te leren”. De Raad herinnert er daarom nog maar eens aan dat veiligheidscultuur en veiligheidsbewustzijn „belangrijke pijlers vormen voor een veilige defensieorganisatie, zowel in Nederland als daarbuiten” en wijst er onomwonden op dat de minister van Defensie hiervoor de verantwoordelijkheid draagt.

De eerst aangesprokene, demissionair minister Hennis (VVD), reageerde afgelopen donderdag direct na het verschijnen van het rapport inhoudelijk adequaat met de aankondiging de aanbevelingen van de Onderzoeksraad „vanzelfsprekend” over te nemen. Dat geldt dan bijvoorbeeld voor de aanbeveling dat waarborgen voor veiligheid en gezondheid van het uit te zenden personeel een randvoorwaarde moeten zijn bij het definitieve besluit over deelname aan een militaire missie. Waarbij wel direct de vraag kan worden gesteld of dit dan tot nu toe geen voorwaarde was.

Tevens zei Hennis dat zij zich tegenover de Tweede Kamer zou verantwoorden, Dat zal morgen zijn. Dan komt ook de vraag aan de orde of zij persoonlijk consequenties zal trekken uit het rapport van de Onderzoeksraad. Het is wellicht niet helemaal bevredigend voor de zich alom manifesterende scherprechters in de publieke ruimte die de galg al hadden opgesteld, maar dit is wel de juiste volgorde.

Afgelopen vrijdag had Lodewijk Asscher (PvdA) bij het verlaten van de ministerraad en dus in zijn rol als vice-premier, zijn oordeel al klaar. Deze zaak was zwaar genoeg om af te treden maar hij liet het besluit over aan minister Hennis, zei hij. Toegegeven, de verhoudingen zijn door de tergend trage kabinetsformatie gecompliceerd, maar dat ontslaat Asscher niet van de plicht de eenheid van kabinetsbeleid te bewaren. Dat deed hij niet, waarmee Asscher bijdroeg aan de verdere verslonzing van de staatsrechtelijke mores.

Dat minister Hennis niet kan aanblijven na het rapport van de Onderzoeksraad is evident. De recente historie kent een precedent met de politieke gevolgen van de brand in het cellencomplex van Schiphol in 2005 waarbij elf gedetineerden om het leven kwamen. Dit leverde in 2006 een zeer hard rapport op waarna de twee eerstverantwoordelijke ministers, Donner (Justitie, CDA) en Dekker (Verkeer, VVD) aftraden. „Het leed en verdriet kan ik niet wegnemen, maar waar de oorzaak aan mijn diensten wordt toegeschreven, is het aan mij om te tonen dat dit niet zonder consequenties is”, zei Donner in de verklaring in de Tweede Kamer waarmee hij zijn aftreden bekendmaakte.

Donner en Dekker vertrokken voordat de Kamer over het rapport had kunnen spreken. Het valt in minister Hennis te prijzen dat zij eerst het debat wil aangaan met de Tweede Kamer alvorens een conclusie te trekken. Het is al te vaak voorgekomen dat bewindslieden na een onderzoeksrapport al voor de confrontatie met de Kamer hun biezen hadden gepakt.

Een vertrek van een minister die politieke verantwoordelijkheid neemt moet niet worden verward met een veroordeling. Niet minister Hennis heeft gefaald, haar uitvoerende diensten hebben dat. Dat een mogelijk aftreden tevens gevolgen moet hebben voor haar verdere politieke toekomst, bijvoorbeeld een ander ministerschap is dan ook veel te ver gezocht. Hier geldt Donner eveneens als voorbeeld. De huidige vice-president van de Raad van State keerde na zijn aftreden twee maanden later terug in een nieuw kabinet als minister van Sociale Zaken.

En terecht. Ministeriële verantwoordelijkheid kan slechts ten volle werken als de normen zuiver gehanteerd worden. Het betekent dat aftreden niet automatisch hoeft te leiden tot uittreden uit de politiek.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.