Lobbyen met een valse identiteit

Luis Ocampo

De voormalige hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof helpt in 2015 een mensenrechtenlobby voor de yezidi’s. Dat hierbij regels van het hof ernstig worden geschonden, vindt hij geen probleem.

Luis Ocampo met Baba Sheikh, de religieuze leider van de Yezidi's. Foto Bas Czerwinski/AP
Het regent en waait in Den Haag als vijf mensen op 24 september 2015 het Internationaal Strafhof verlaten en het bordes van het gebouw betreden. Een van hen is Kerry Propper, een Wall Street-bankier en filantroop die zich toelegt op de bestrijding van genocide in de wereld.

Bij hem zijn de minister van Buitenlandse Zaken van de Koerdische regio in Irak en drie vertegenwoordigers van de belangengroepen Yazda en Free Yezidi. Zij komen op voor de yezidi’s, het volk dat zo zwaar te lijden heeft onder Islamitische Staat in Irak.

Er is slechts een handjevol journalisten komen opdagen voor de persconferentie die de groep hier belegd heeft. Vanaf deze trappen wil de delegatie de wereld laten zien dat er wel degelijk mensen zijn die zich het lot van de yezidi’s aantrekken. Dat het ondanks de oorverdovende stilte in de internationale gemeenschap mogelijk is om strijders van Islamitische Staat voor de rechter te brengen. Want dat is waar het Strafhof voor is: optreden tegen de grootste misdadigers als niemand anders dat doet.

De lage opkomst kan het gevoel van voldoening bij de delegatie niet drukken. Het belangrijkste deel van hun missie in Nederland hebben ze zojuist binnen al volbracht. Daar hebben ze gesproken met Fatou Bensouda, hoofdaanklager van het hof en bij haar gepleit voor een onderzoek naar de gruweldaden tegen de yezidi’s.

Ze hebben haar een rapport overhandigd met feiten en getuigenverklaringen. Over de slachting op de berg Sinjar. Over het ontvoeren en hersenspoelen van jongetjes tot nieuwe IS-strijders. En vooral over het geweld tegen duizenden meisjes en vrouwen, die als seksslaven gevangen worden gehouden.

Vijf maanden eerder, in april 2015, heeft Bensouda bekendgemaakt dat ze waarschijnlijk niets kan doen tegen IS, omdat de terreurgroep vooral opereert in Syrië en Irak, landen die het Strafhof niet erkennen. Er is wel een juridische omweg: veel IS-strijders komen uit landen die wel deelnemen aan het hof, waaronder Nederland. In theorie kunnen die wel worden vervolgd.

Maar ook dat sluit de aanklager min of meer uit. Zij moet zich richten op de hoofdschuldigen, en dat lijken vooral Syriërs en Irakezen te zijn.

Toch moet het kunnen via die omweg, menen de belangengroepen. In hun rapport hebben ze aanvullend bewijs verzameld over IS-strijders van buiten Syrië en Irak. Ze zijn daarbij geholpen door de best denkbare bondgenoot: de Argentijn Luis Moreno Ocampo, die tussen 2003 en 2012 de eerste hoofdaanklager van het hof was. In die jaren was Bensouda onderaanklager en dus zijn directe ondergeschikte.

Ocampo’s consultancy

Sinds zijn vertrek geeft Ocampo colleges, is hij advocaat en doet hij consultancy-opdrachten. In augustus 2015 vraagt de Amerikaanse bankier Kerry Propper, die bestuurslid bij Yazda is, hem om te helpen met zijn yezidimissie. Propper wil voor de yezidi’s lobbyen bij belangrijke staten, de Verenigde Naties en het Strafhof. Ocampo’s netwerk moet deze deuren openen. Propper betaalt daar graag de onkosten voor.

Ocampo doet de klus belangeloos. De website van zijn huidige consultancypraktijk in New York, Moreno Ocampo LLC, wijdt een lang artikel aan zijn inzet voor de yezidi’s. Het artikel vermeldt: „Ocampo besloot zich niet persoonlijk met het ICC in te laten, wegens zijn vroegere rol als eerste hoofdaanklager. In plaats daarvan zette hij voor Yazda het proces en de vereisten uiteen om de yezidikwestie aan het Strafhof te presenteren.”

Ofwel, hij hielp de actiegroepen, maar hield elk contact met het hof af. Dit om de indruk te voorkomen dat hij zich bemoeit met het werk van zijn opvolger.

Ocampo vraagt per mail aan Bensouda of hij haar mag bellen, om ‘de yezidizaak uit te leggen en je te vragen wat ermee moet gebeuren’.

Maar documenten en e-mails die de Franse onderzoekswebsite Mediapart heeft verkregen en die zijn onderzocht door NRC en journalistennetwerk EIC, tonen aan dat Ocampo wél direct contact gezocht heeft met aanklager Bensouda om de zaak van de yezidi’s te bevorderen. En ze laten zien dat een van Bensouda’s medewerkers betaald werd om te helpen bij die lobby.

Begin september vraagt Ocampo per mail aan Bensouda of hij haar mag bellen, om „de yezidizaak uit te leggen en je te vragen wat ermee moet gebeuren”. Zij stemt in. De volgende dag schrijft hij aan een lid van zijn team dat hij Bensouda gesproken heeft „om haar helderheid te geven over wat [de yezidi’s] proberen te doen en te bereiken”.

De vrouw aan wie hij dit schrijft, is Olivia Swaak-Goldman, die als adviseur onder zowel Ocampo als Bensouda heeft gewerkt. Zij is dan al twee jaar weg bij het hof, maar heeft er nog goede contacten. Ocampo vraagt haar om te helpen bij de lobby. Kerry Propper belooft haar 3.000 dollar voor de opdracht te betalen.

Swaak zal de ontmoeting met de aanklager regelen en voorbereiden. Ocampo vertelt haar dat hij aan het rapport werkt dat de delegatie zal overhandigen.

Uit de documenten die EIC bezit, wordt duidelijk dat vooral zijn juridisch medewerker, die eerder ook bij het Strafhof voor hem werkte, druk is met de samenstelling van het rapport. Ocampo adviseert haar over juridische kwesties die in het stuk moeten, Yazda en Free Yezidi leveren getuigenverklaringen aan. In de eindversie worden Ocampo en zijn medewerker nergens vermeld.

Als het Olivia Swaak niet snel lukt om de datum voor de ontmoeting los te krijgen bij het hof, benadert Ocampo zijn opvolger een tweede keer. De delegatie moet de reis naar Den Haag plannen, mailt hij haar. Bensouda antwoordt dat ze haar staf net heeft geïnstrueerd.

Overtreding gedragscode

Het hof heeft nauwelijks regels die Ocampo voorschrijven hoe hij zich moet verhouden tot zijn opvolger. Maar vaststaat dat een hoofdaanklager altijd onafhankelijk zijn of haar keuzes moet maken. Bensouda krijgt uit de hele wereld serieuze verzoeken van mensen die hopen dat zij hun volk of groep kan helpen. Ze kan alleen de belangrijkste en meest kansrijke zaken in behandeling nemen en moet die keuzes kunnen verantwoorden.

Dus als Bensouda zou besluiten om ondanks haar eerdere afwijzing nogmaals te bekijken of ze iets voor de yezidi’s kan doen, moet voor iedereen duidelijk zijn dat het háár beslissing is. Niet een poging om haar oude baas een plezier te doen.

Ocampo schakelt ook een van Bensouda’s huidige ondergeschikten in voor zijn project. Deze Florence Olara is woordvoerder van de aanklager en was dat ook al toen Ocampo nog in functie was. Voor haar gelden er duidelijke regels, vastgelegd in een gedragscode. Die schrijft onder andere voor dat ze geen opdrachten van buitenstaanders mag aannemen en niets mag doen dat het vertrouwen in de onafhankelijkheid van de aanklager kan aantasten.

Toch is dat wel wat er gebeurt als Ocampo haar vraagt om de persconferentie van de yezidi’s te organiseren. Ze is zich bewust van het belangenconflict, blijkt uit een e-mail van Ocampo’s medewerker. Deze medewerker schrijft haar baas dat Florence Olara zich niet op haar gemak voelt. „Vooral omdat Flo voor het hof werkt en de persconferentie niet voor [de yezidigroepen] mag organiseren.” De delegatie mag Olara’s naam niet laten vallen tegenover de aanklager, aldus de medewerker. Vooral niet omdat Bensouda wil dat de ontmoeting vertrouwelijk blijft, wat slecht samengaat met een persconferentie op de trappen van het hof.

E-mailadres met nepnaam

De medewerker aan Ocampo: „Is het mogelijk om alle correspondentie [met de delegatie] via u of mij te laten lopen, of, zoals Flo voorstelde, een vals e-mailadres te gebruiken dat ik voor haar gemaakt heb met een pseudoniem?” Volgens haar kan Olara „haar baan niet op het spel zetten”. Olara gebruikt een e-mailadres met de naam Oliver Tuscany als ze Ocampo 8.000 dollar vraagt voor de persconferentie. Ocampo vertelt geldschieter Kerry Propper dat Oliver Tuscany een „partner” van Olara is, en dat Olara niet openlijk kan meewerken omdat ze bij het hof werkt. Net als Ocampo lijkt Propper daar geen problemen mee te hebben. Wel vindt hij het bedrag te hoog. Olara moet genoegen nemen met 5.000 dollar.

Is het mogelijk om [...] een vals e-mailadres te gebruiken dat ik voor haar gemaakt heb met een pseudoniem?

Bensouda is boos als ze na haar gesprek met de delegatie merkt dat de pers op de stoep staat. Persbureau Reuters verspreidt ondertussen het bericht dat de yezidi’s niet alleen een rapport hebben ingediend, maar ook de aanklager persoonlijk hebben ontmoet. Bensouda is bang dat dit de verwachtingen vergroot en dus ook de teleurstelling als ze geen onderzoek begint.

Ocampo ziet wederom het probleem niet. De persconferentie is het belangrijkste deel van het bezoek, schrijft hij aan Propper. Hij spoort Yazda en Free Yezidi aan om het Reutersbericht te verspreiden onder de yezidi’s in vluchtelingenkampen in Irak.

Als Ocampo twee maanden later weer een delegatie naar Den Haag wil sturen, ditmaal van pleitbezorgers uit Venezuela, geeft Bensouda niet thuis. Ze laat weten dat de Venezolanen hun rapport mogen komen indienen, maar dat ze geen tijd heeft om hen persoonlijk te ontvangen. Er zijn al genoeg valse verwachtingen en teleurstellingen over het Strafhof.

Bensouda is geen onderzoek meer begonnen naar misdaden tegen de yezidi’s.

Correctie: in een eerdere versie van dit stuk was het verkeerde onderschrift bij de openingsfoto terechtgekomen. Er stond dat Luis Ocampo te zien was met zijn opvolger Fatou Bensouda, maar dit moest zijn met Baba Sheikh, de religieuze leider van de Yezidi’s.