Hoe de missie in Mali minister Hennis in problemen bracht

Defensie

Ondanks onderlinge afstemming zette vicepremier Asscher (PvdA) de verhouding met Hennis (VVD) op scherp.

Minister Hennis, vrijdag na afloop van de wekelijkse minsiterraad. Foto Bart Maat / ANP

Jeanine Hennis en Lodewijk Asscher kijken elkaar even aan en lopen dan naar de Blauwe Zaal van het ministerie van Algemene Zaken. Het is vrijdagmiddag 29 september, even na twaalf uur. De wekelijkse ministerraad in de belendende Trêveszaal is net afgelopen. Belangrijkste agendapunt in die vergadering: het voor het kabinet vernietigende rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), naar de dood van twee Nederlandse militairen in Mali vorig jaar.

Hennis, minister van Defensie, en vice-premier Asscher stemmen hun reactie af voor ze de wachtende pers tegemoet treden. Asscher (PvdA) is ontevreden over de technocratische manier waarop Hennis (VVD) donderdag heeft gereageerd op het rapport („Niet aftreden, maar optreden”).

Hennis is duidelijk: ze zal de conclusie dat er veel is misgegaan onderschrijven, haar betrokkenheid tonen richting de nabestaanden en duidelijk maken dat het niet om haar eigen positie gaat. Asscher zegt de harde onderzoeksconclusies niet te gaan bagatelliseren. Als hem gevraagd wordt naar Hennis’ positie, zal hij zeggen dat die pas na het komende Kamerdebat zal worden bepaald.

Kort daarop lopen de twee na elkaar door de glazen schuifdeuren richting de pers. Asscher stopt bij de eerste microfoon, van de NOS-radio. Hij zegt dat het rapport niet te relativeren is. „Dat is zo zwaar als het maar had kunnen zijn.” De journalist vraagt naar de politieke verantwoordelijkheid: „Normaal gesproken is de zwaarste consequentie: aftreden.” Asscher: „Zeker. En ik vind het ook zwaar genoeg voor die consequentie.”

Daarmee gaat Asscher verder dan hij bij de afstemming heeft gezegd. Hennis toont zich, geconfronteerd met de uitspraak van de PvdA’er, verrast. „Dat heeft de heer Asscher tegen mij niet gezegd. Geenszins.”

Een dag eerder, op donderdagochtend, is het rapport van de onderzoeksraad verschenen dat oordeelt dat de dood van twee militairen voorkomen had kunnen worden. De 60 millimeter mortiergranaat die vroegtijdig ontplofte bij een oefening , was niet – zoals de eigen richtlijnen wel voorschrijven – na aanschaf onderzocht en voor gebruik in Mali gecontroleerd. Na het fatale ongeluk blijkt bovendien de zorg aan een derde militair die zwaar gewond raakte niet te voldoen aan de eisen van de krijgsmacht. Defensie is, zo oordeelt de OVV, „ernstig tekort geschoten” in de veiligheid voor zijn militairen.

Dinsdag wacht Hennis een cruciaal debat met de Tweede Kamer. Ze heeft zich in de afgelopen vijf jaar vaak verdedigd voor misstanden bij de krijgsmacht die door haar voorgangers of buiten haar vizier waren veroorzaakt. Dit keer oordeelt de OVV, en dinsdag de Kamer, over de belangrijkste internationale missie die tijdens haar bewind is bedacht en uitgevoerd.

Slechte dag

Op 26 juni dit jaar ontvangt Defensie de conceptversie van het onderzoeksrapport. In een reactie verweert het ministerie zich op 72 punten. Zo stelt het dat de noodkreet van een technicus over de gebruikte munitie („Is dit wel geschikt voor gebruik in onze mortier?”) terecht niet is opgevolgd. De verklaring: de munitietechnicus heeft een verkeerde code gebruikt in zijn rapportage („nummer 35 in plaats van nummer 23”). De onderzoeksraad noemt die bureaucratische verklaring „nog navranter” dan het negeren van de boodschap.

De definitieve versie van het eindrapport is keihard voor Defensie: de veiligheid van en de zorg voor eigen militairen is ondergeschikt geraakt aan de politieke wens om de Mali-missie te laten doorgaan.

Drie minuten nadat het rapport verschijnt, stuurt Defensie een persbericht uit. Daarin wordt Hennis geciteerd: „De conclusies komen hard aan.” Een kwartier later stuurt Defensie een rectificatie, nu zonder het citaat. Het is illustratief voor de moeizame communicatie van het ministerie en Hennis zelf.

In haar eerste interview zegt ze op ingestudeerde toon tegen de NOS niet te gaan „aftreden maar optreden”.

Dan is RTL Nieuws aan de beurt, dat leidend is in het onderzoek naar problemen met personeel en materieel bij Defensie. Het interview van verslaggever Siebe Sietsma met Hennis verloopt moeizaam. Ze wil haar organisatie verdedigen, is breedsprakig, maar geeft geen uitsluitsel of de randvoorwaarden voor de militairen om te werken veilig waren. Ook niet na verschillende pogingen.

Ondertussen wordt premier Mark Rutte bij de uitloop van de ochtendsessie van de formatieonderhandelingen opgewacht door journalisten. Op een vraag of zijn partijgenoot Hennis wat hem betreft aan kan blijven, zegt Rutte: „Dat vind ik zeker.” De houding die Rutte altijd aanneemt als een van zijn kabinetsleden in het gedrang is.

Een paar uur later zet RTL-verslaggever Sietsma, na ruggespraak met zijn hoofdredactie, de ruwe beelden van het interview met Hennis op Twitter. Iets dat zelden gebeurt. RTL beslist dit keer anders omdat het materiaal in hun ogen de opstelling van het ministerie én Hennis in de zaak illustreert.

Het is een ontluisterend beeld van een hakkelende minister, dat op alle zenders is te zien en viral gaat. Hennis realiseert zich het effect. In het wekelijkse bewindspersonenoverleg op donderdagavond bespreken de VVD’ers het rapport en haar reactie. Hennis toont zich zelfkritisch. „Ik had geen goede dag.”

Rampweek voor liberalen

De sfeer op Defensie wordt er niet beter op als de Telegraaf op vrijdagochtend binnen is. Op de voorpagina staat een foto van de moeder van één van de omgekomen militairen, met in grote letters een citaat van haar: ‘Waarom zegt Hennis geen sorry?’

Hennis heeft intern dan al opdracht gegeven om een operationele pauze in te lassen voor de uitgezonden militairen en stelt een onderzoek in naar de vraag of er sprake is van mogelijke nalatigheid.

In de ministerraad, die bij afwezigheid van Rutte wordt voorgezeten door vice-premier Asscher, komt het onderzoeksrapport aan bod. Na afloop komen Asscher en Hennis samen in de Blauwe Zaal. De twee kennen elkaar uit de Amsterdamse politiek. Ze waarderen elkaar zeer en, niet onbelangrijk, hebben samen meerdere keren Nederlandse militairen op missie in het buitenland bezocht.

Ook aanwezig bij het overleg zijn, op verzoek van Hennis: haar hoogste ambtenaar en VVD-staatssecretaris Klaas Dijkhoff. Ook met hem bespreekt Hennis de situatie, zoals ze dat eerder met VVD-fractieleider Halbe Zijlstra heeft gedaan.

Na afloop van het beraad lopen Asscher en Hennis samen richting de wachtende pers. Asscher stopt bij de eerste microfoon, Hennis loopt recht op de tv-camera’s af. Ze slaat een heel andere toon aan dan een dag eerder. „Hoe kan ik stellen dat het veilig was als er twee mensen zijn omgekomen?” Op de valreep wordt ze geconfronteerd met de uitspraak van Asscher dat ze wat hem betreft moet aftreden. Hennis is stomverbaasd. Eenmaal buiten belt ze geïrriteerd naar Asscher. Die zegt het niet zo scherp te hebben bedoeld.

Asscher verhaspelt rollen

Halbe Zijlstra is, net als veel VVD’ers, woedend als hij hoort van de uitspraak van Asscher. Behalve demissionair vice-premier is Asscher sinds de verkiezingen ook fractievoorzitter van de PvdA. Rollen die hij wel vaker verhaspelt, vindt de VVD. Die ergernis klinkt door in de reactie van Zijlstra. „Het gaat hier om overleden militairen, niet om politieke spelletjes.”

Rutte probeert er rustig onder te blijven. Op zondagmiddag ontspant hij zich, gestoken in spijkerbroek en gympen, bij Zèta op de Grote Markt in Den Haag met het lezen van The Sunday Times. Verderop, aan het Plein in de Hofstad, brandt op dat moment een lichtje op de eerste verdieping van het ministerie van Defensie. In het verder verlaten departement bereidt Jeanine Hennis zich voor op het lastigste debat uit haar loopbaan.

Deze reconstructie is gebaseerd op gesprekken met ruim tien betrokkenen.