Interview

De donkere Middeleeuwen waren niet donker

Tentoonstelling

De donkere Middeleeuwen waren niet donker en geen poel van ellende. Een tentoonstelling in het Allard Pierson Museum rekent af met de Dark Ages.

Een helm van verguld koper uit een Byzantijnse werkplaats van begin zesde eeuw, gevonden in de Donau in wat nu Hongarije is. Foto uit de catalogus bij de tentoonstelling Crossroads

„Waar denkt u aan bij de vroege Middeleeuwen?” Die vraag kregen vijftig voorbijgangers in de Amsterdamse Kalverstraat. Aanleiding was de tentoonstelling Crossroads in het Allard Pierson Museum, niet ver bij die drukke winkelstraat vandaan. Modder, donkerte, armoede en ellende waren de woorden die het winkelend publiek wist over de periode van 300 tot 1000.

De tentoonstelling slecht het vooroordeel dat die Dark Ages een periode van neergang, chaos, invasies en oorlog waren. De bezoeker ziet sieraden, beeldhouwwerk, goud en manuscripten.

„Het was juist een dynamische periode met de verspreiding van het christendom, de slavisering van Centraal- en Oost-Europa en de opkomst van de islam. Allemaal bouwstenen voor de wereld van nu”, zegt Peter Heather. Hij is hoogleraar middeleeuwse geschiedenis aan King’s College London en een van de 33 wetenschappers die een bijdrage hebben geleverd aan de publicatie die over de tentoonstelling verscheen.

Een Frankische grafsteen uit de zevende eeuw. Een langharige krijger kamt zijn haar – teken van macht. De slang bedreigt die macht juist. Foto uit de catalogus bij de tentoonstelling Crossroads

Heather was even in Nederland voor een korte lezing tijdens de opening van de tentoonstelling. Hij is auteur van zeer leesbare wetenschappelijke boeken als Goths and Romans 332-489, The Fall of the Roman Empire en Empires and Barbarians.

Wat vindt u ervan dat het grote publiek de vroege Middeleeuwen associeert met ellende en modder?

Heather: „O, dat verbaast me niets. Academici zien pas sinds de jaren zestig deze periode niet langer als duistere tijd. Het duurt altijd lang voordat nieuwe denkbeelden via schoolboeken ook tot het grote publiek doordringen.”

Is er een schuldige aan te wijzen?

„Vooral de classici! In Oxford, waar ik studeerde, deden ze helemaal niets met de periode na 300. Die hoorde volgens hen bij de moderne geschiedenis. Nog steeds worden die Late Oudheid en de vroege Middeleeuwen niet als vak apart bestudeerd. Voor een geleerde van voor 1960 zou het een schok zijn om te horen dat archeologische veldverkenningen nu hebben aangetoond dat de vierde eeuw bruiste van economische activiteit en dat het platteland drukker bevolkt was dan ooit.”

De tentoonstelling maakt duidelijk dat de vroege Middeleeuwen ook een periode van migraties en veranderingen was. Er liggen bijvoorbeeld Karolingische en Arabische munten, afkomstig uit een geldschat uit Wieringen. En een vergulde koperen helm die tussen 500 en 550 in Byzantium is gemaakt, maar in Hongarije is gevonden.

Het grote Romeinse rijk maakte plaats voor kleinere en elkaar afwisselende rijken, wat leidt tot een bonte stoet van volkeren: Hunen, Bourgondiërs, Visigoten, Franken, Ostrogoten, Vandalen, Alanen, Longobarden, Avaren en Vikingen.

Toch bleven na de ontmanteling van het West-Romeinse rijk in 476 oude Romeinse machtsfactoren in zekere mate bestaan, beschrijft Heather in zijn artikel in Crossroads. In veel gebieden sloten Romeinse landeigenaren heel pragmatisch overeenkomsten met de nieuwe immigrantendynastieën. En de christelijke kerk handhaafde zich. Het Oost-Romeinse rijk was nog zeker 150 jaar een factor van belang, maar raakte na 600 zo veel land kwijt aan eerst de Perzen en daarna de Arabieren, dat het daarna alleen een regionale rol speelde.

Een Germaanse mantelspeld met een dame die lijkt op een Byzantijnse keizerin, in een ontwerp dat lijkt op een Romeinse munt. In de zevende eeuw is op luxe gebruiksvoorwerpen te zien dat er veel internationale invloeden zijn. Foto uit de catalogus bij de tentoonstelling Crossroads

En de elite van Romeinse landeigenaren gaf voordien om hun status te benadrukken hun kinderen een dure literaire opvoeding. Nu had zo’n dure opvoeding geen zin meer. De Laat-Romeinse centrale overheid, waar de perfecte beheersing van klassiek Latijn een vereiste was, had plaats gemaakt voor politieke versnippering en een militaire aristocratie. Die politieke versnippering had ook invloed op de Kerk. Er was geen centraal gezag meer, met als gevolg aparte concilies in verschillende koninkrijken en uiteenlopende religieuze opvattingen. Pas eind zesde eeuw werd de Niceense orthodoxie, waarbij de Vader, Zoon en Heilige Geest gelijkwaardig waren, algemeen omarmd.

Bij een rondgang over de tentoonstelling bekijkt Heather hoe op een grote multimediale landkaart de migratiestromen in de tijd veranderen. „Kijk, je ziet het machtscentrum naar het noordwesten van Europa verschuiven. Een van de grootste veranderingen in handelscontacten vindt plaats aan het einde van het eerste millennium als de Vikingen zeewaardige zeilschepen ontwikkelen. Voor het eerst horen dan ook Noord- en Oost-Europa erbij.”

Kun je zeggen dat die situatie pas door de Tweede Wereldoorlog en de vorming van het Oostblok veranderde? Toen werd Oost-Europa ineens afgesneden.

„Ja, maar dat is hersteld. Ik ben van 1960 en hoor tot de generatie die nog dacht dat het IJzeren Gordijn eeuwig zou zijn.”

Welke les trekt u daaruit?

„Dat in ieder rijk de ondergang is ingebakken. Macht, wapens, technologieën en ideeën stromen naar de minder ontwikkelde periferie. Die gaat zich onherroepelijk ontwikkelen, met als gevolg dat macht van het centrale rijk wegvloeit. Een macht die dat weet, matigt zijn gedrag en pist niet tegen anderen aan.”

Veel mensen denken dat Europa en de Verenigde Staten hun leidende positie verliezen, niet door de factoren die u noemt, maar door migratiestromen.

„Klopt. Maar dat komt niet door migratie, net zoals migratie óók niet de belangrijkste reden was voor de ondergang van het Romeinse rijk. Na verschijning van mijn boek over de val van het Romeinse Rijk wilde een radiostation in Colorado, waar ze waarschijnlijk nog nooit een Mexicaan hebben gezien, toch dat ik in een interview zou zeggen dat migratie slecht is. Dat heb ik niet gedaan.”

Heather is onder de indruk van de tentoonstelling, vooral van de vitrines waarin met behulp van hologrammen iets extra’s wordt verteld en getoond over het gebruik en het verleden van een tentoongesteld voorwerp. Toch raakt een eenvoudig houten plankje met bezweringsspreuken uit zesde-eeuws christelijk Egypte hem het meest. „Er gaat zo veel bezorgdheid achter schuil. Over vruchtbaarheid of gezondheid. Dat is ook nu nog herkenbaar. Dat is wat er mis is: in academische historische verhalen komen nog te vaak mensen voor met wie niet iedereen zich kan identificeren.”

De tentoonstelling Crossroads, reizen door de Middeleeuwen is tot 12 februari 2018 te zien in het Allard Pierson Museum, Oude Turfmarkt, Amsterdam