Verschrikkelijke bijt-kikker uit de tijd van de dino’s

Illustratie Irene Goede

Kikkers zien er vriendelijk uit. Hun Kermitmond lijkt altijd te lachen. Maar vergis je niet. Bij sommige kikkers kun je je vingers beter uit de buurt houden.

Neem nu de Braziliaanse hoornkikker. Die heeft razend scherpe tanden! Een hele rij spitse, kromme tandjes in zijn bovenkaak. Daarmee grijpt hij insecten en slakken. Maar ook muizen, kikkers, reptielen en zelfs vogeltjes. Hij is dan ook enorm groot voor een kikker. Hij wordt 15 cm lang en weegt een halve kilo: evenveel als drie goudhamsters. Zijn mond is even breed als de vuist van je moeder. En zijn kaken zijn gigantisch sterk. Hij kan er even hard mee bijten als een vos, of een volwassen man.

Amerikaanse onderzoekers wilden graag weten hoe hard verschillende hoornkikkers precies kunnen bijten. Ze namen er acht, van klein naar groot. Die lieten ze bijten in een soort knijper met elektrische draadjes eraan. Daarmee konden ze de bijtkracht van de kikkers meten.

En toen maakten ze een grafiek: een lijntje dat laat zien welke bijtkracht er bij welke kikkermaat hoort. Zo’n grafiek kun je doortrekken naar grotere kikkers. Dan kun je zien: deze kikker is zó groot, dus hij kan zó hard bijten. Ook als je bij die grote kikker de bijtkracht niet zelf hebt gemeten.

Met hun grafiek gingen de Amerikanen naar een natuurmuseum. Daar onderzochten ze fossiele resten van een uitgestorven reuzenkikker, genaamd Beelzebufo. Die naam is een mix van Beëlzebub (een duivelse figuur uit de Bijbel) en bufo (Latijn voor ‘pad’ – ook al is het eigenlijk een kikker).

Deze duivelskikker leefde 70 miljoen jaar geleden op het eiland Madagaskar, samen met de laatste dinosauriërs. Hij was zo’n 40 cm groot en woog vier kilo – twee keer zoveel als een wild konijn. Zijn bek was zo breed als jouw twee vuisten samen. Zijn naaste familieleden die nu nog leven, zijn de hoornkikkers van Zuid-Amerika.

Je raadt het al: Beelzebufo kon gruwelijk hard bijten, zo bleek uit het grafiekje. Hou je vast. Hij beet even hard als een tijger of een leeuw. Hij at waarschijnlijk kleine alligators en krokodillen, denken de Amerikanen. En vast ook kleine dino’s. Dat moet een gek gezicht geweest zijn: een dinopoot in de bek van een reuzen-Kermit met tanden.

Bron: Scientific Reports, 20 september