Midden in de stad liggen nu waterbergingen

Klimaatverandering

Het gaat steeds vaker en meer regenen. In de stad moet dat water ergens heen. De Rotterdamse benadering: te veel water is geen probleem, maar een kans om de stad aantrekkelijker te maken.

Watergemaal de Druppel aan de EssenburgsingelFoto Walter Herfst

Naar verwachting gaat volgend jaar het Essenburgpark open, een enorm stuk toegankelijke stadsnatuur vlakbij het centrum van Rotterdam. Het project is ontstaan op initiatief van buurtbewoners, die het park straks ook zullen beheren, samen met het Waterschap en de gemeente.

Bijzonder aan dit nieuwe groen is bovendien dat in het park een enorme hoeveelheid water kan worden geborgen als het in Rotterdam weer eens zo heftig regent als het de laatste jaren steeds vaker doet – en in de toekomst vermoedelijk steeds meer zal doen.

Een van de initiatiefnemers van het park, Philip Kuypers, herinnert zich de eerste, onwennige besprekingen over het park met de gemeente en het hoogheemraadschap in 2011. De aanleiding voor die bespreking waren stortbuien die zo hevig waren dat er veel water uit het riool de Heemraadsingel en de Essenburgsingel in was gestroomd, de zogeheten ‘overstort’.

Afvalwater en regenwater wordt via dezelfde rioolbuizen afgevoerd, en als het hard regent, stroomt dat systeem over. „Het stonk en overal dreven dode vissen in de singels”, herinnert Kuypers zich. Het waterschap was duidelijk niet gewend met buurtbewoners te overleggen. „Ze zaten zó aan tafel”- Kuypers klampt de tafelrand vast en klemt zijn kaken in een grimas op elkaar. Ze verwachtten boze burgers, omdat het gebied bij de Essenburgsingel lager ligt dan een bepaalde norm voorschrijft, legt hij uit. „Ze waren bang dat de bewoners met de regels in de hand ophoging zouden eisen. Dat zou een operatie zijn van vele miljoenen euro’s.”

Scharrig gebied

De opluchting bij het waterschap was groot toen bleek dat de bewoners het niet erg vonden als er af en toe veel water in dat gebied stond, als er maar iets gedaan werd aan het stinkende water na een overstort. „Je zág de lichtjes aangaan bij de mannen van het waterschap: dan kunnen we dus het hele gebied gebruiken voor waterberging!”

Je zág de lichtjes aangaan bij de mannen van het waterschap: dan kunnen we dus het hele gebied gebruiken voor waterberging!

Uit die gesprekken groeide het vertrouwen tussen bewoners en het Waterschap, zegt Kuypers, zodat we later samen de gemeente konden overtuigen. 5.000 kubieke meter waterberging, midden tussen de versteende stadswijken met aantrekkelijke, natuurvriendelijke oevers. En dat voor een schijntje van de kosten van de dure ondergrondse waterbergingen in het centrum. De gemeente op haar beurt was blij dat er iets zou gebeuren, want ondanks bijzondere bewonersinitiatieven zoals de Pluktuin, Ieders Tuin en een historisch stationnetje was het een verwaarloosd, scharrig gebied. Maar vanzelf ging het niet, zegt Kuypers. „Vele avonden optreden in muffe vergaderzaaltjes, bellen, mailen, leuren, zeuren”, beschrijft hij de jaren van actievoeren samen met de Pluktuin en Ieders Tuin om het Essenburgpark mogelijk te maken.

Het Essenburgpark is een goed voorbeeld van hoe Rotterdam omgaat met de problemen die de klimaatverandering oplevert voor een deltastad die nu al grotendeels onder de zeespiegel ligt. De Rotterdamse benadering: te veel water is geen probleem, maar een kans om de stad aantrekkelijker te maken. Iedereen denkt en doet mee. In de marketingtaal van de gemeente is die aanpak van samenwerking resilience gaan heten.

Eigenlijk ligt de architectuurbiënnale van 2005 in Rotterdam ten grondslag aan deze benadering, zegt Annemieke Fontein. Zij geeft leiding aan de 40 landschapsarchitecten van de gemeente Rotterdam. „Voor de biënnale moest de gemeente met de waterschappen en de provincie met een gemeenschappelijk verhaal komen over hoe ze met water omgaan. Daardoor kwam er veel meer ambitie. De noodzaak om water te bufferen werd een kans die omarmd is.” Dat past ook in een oeroude Nederlandse en in het bijzonder Rotterdamse traditie, zegt Fontein. „Technische opgaven gebruiken om de stad bruikbaarder, mooier en beter ingericht te maken voor haar bewoners.” In het Waterplan van 2007 is voor het eerst de omgang met water en de stedelijke ontwikkeling gekoppeld, zegt ze. Daarvóór was waterberging een technisch probleem van de mannen van de hoogheemraadschappen en stadsbeheer.

De gemeente besefte bovendien dat de stad zich op allerlei manieren aan de klimaatveranderingen moest aanpassen, ook economisch en in de manier van organiseren. „Rotterdam is een van de eerste steden ter wereld die overgegaan is tot zogeheten klimaatadaptatie”, zegt John Jacobs, strategisch adviseur water management. „Dat was ook de tijd dat klimaatverandering echt goed doordrong tot iedereen – toen Al Gore met zijn film kwam. De vraag werd: hoe pas je de stad zo aan, dat het een veilige, gezonde, leefbare stad blijft die ook nog veilig is voor noodweer en overstromingen?”

Het antwoord daarop is in ieder geval: in samenwerking. Het is een probleem van de hele stad, en meer dan de helft van de grond is in handen van particulieren, zegt Jacobs. „Het streven is dat bij alle projecten die in de stad worden uitgevoerd er ook over klimaatadaptatie wordt nagedacht, of het nou nieuwbouw is, onderhoud van het riool of kindvriendelijker maken van wijken.” Daar heb je iedereen voor nodig die actief is in de stad; bewoners, corporaties, particuliere vastgoedeigenaren.

Het streven is dat bij alle projecten die in de stad worden uitgevoerd er ook over klimaatadaptatie wordt nagedacht, of het nou nieuwbouw is, onderhoud van het riool of kindvriendelijker maken van wijken

80 delegaties

Er is internationaal veel belangstelling voor de Rotterdamse benadering, zegt Jacobs. „Vorig jaar hadden we hier 80 internationale delegaties, en toen er in Engeland overstromingen waren, kwamen er hier in één week vier cameraploegen.” De buitenlandse bezoekers zien de experimenten aan de RDM-werf, drijvende boerderijen, en plannen voor woningen-op-poten in de laaggelegen gebieden buiten de dijken. Of de creatieve aanpak van dijkversterking in de stad, zoals het Dakpark bij de MerweVierhaven: park, verbinding tussen twee gebieden, dijk, winkels, parkeerruimte; het is het allemaal. De herontwikkeling van het Zuiderpark is ook - mede - een waterbergingsproject.

De bezoekers komen ook kijken naar waterberging in de stad. Niet iedereen zal het weten, maar midden in Rotterdam liggen uiterwaarden, zegt Jurgen Bals van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het verlaagde bakstenen terras met beelden aan de Westersingel is namelijk, naast een zonnige flaneerstrook, ook het overloopgebied van de singel. Bals laat een foto zien waarop het terras blank staat. „Als het hard regent, eens in de paar jaar, staan de beelden op hun sokkels in het water.”

Het is maar één van de waterbergingen daar. In het dichtbebouwde centrum en de stenige oude stadswijken is het probleem bij regen het grootst. Aan de kop van de Westersingel ligt een waterberging voor 2.400 kubieke meter onder het Kruisplein, bovenop de parkeergarage, waar de singel via een ondergrondse pijp in kan overstromen. „Het gaat om het tijdelijk vasthouden van regenwater, vertragen. De gemalen hebben tijd nodig om regenwater af te voeren.”

Bekend zijn ook de ‘urban’ oplossingen van de waterpleinen, die in andere steden navolging vinden. Het grootste, het Benthemplein, kan 1.700 kubieke meter bergen. Als het droog is, zitten mensen op de trappen rond de bassins, die als sportpleinen zijn ingericht. „Als het hard regent, komen mensen kijken naar het plein, dan loopt het water als riviertjes door de goten”, zegt Bals. In één dag loopt het plein weer leeg in de Noordsingel en zakt een deel van het water in de grond.

Haarvaten

Er zijn ook kleine oplossingen, waarin bij elkaar opgeteld veel water kan worden geborgen. Tot in de haarvaten van de stad, noemen beleidsmakers dat. Geveltuinen, groene daken, minder stenige achtertuinen: tegel eruit, plant erin. Een voorbeeld is de Doorbraak, een straat in West met voorheen tegels van gevel tot gevel. De bewoners wilden graag tuinen. Dat is handig, zegt Bals, want als daar regenwater op valt, kan het zo de grond in. En de bewoners verzorgen de tuin zelf. De reganwaterafvoer van de Doorbraak is afgekoppeld van het afvalwaterriool. Dat is het uiteindelijke doel: regen vasthouden waar het valt, en handig hergebruiken. „Je ziet steeds vaker bij nieuwbouw dat regenwater wordt opgevangen in een ton, en van het riool is losgekoppeld. Dat water wordt dan gebruikt om de wc door te trekken en de tuin te sproeien. Ik ben er voorstander van om dat bij nieuwbouw te verplichten”, zegt Bals.

Ook bij het centraal station van Rotterdam is het regenwater van het riool losgekoppeld. Nu het hele station overdekt is, komt daar bij buien een enorme hoeveelheid water af. Door het ontwerp van het dak worden dat twee stromen; een naar de Provenierssingel en een naar de Essenburgsingel. Een groot deel zakt in de boden, de rest gaat naar de singels. Het oostelijk deel van de Essenburgsingel krijgt dus al schoon water. Het nieuwe Essenburgpark niet: daar krijgt de grote nieuwe waterberging mogelijk gewoon de overstort van de riolen te verwerken.

„Maar we willen liever schoon water, en geen of veel minder overstort van het riool”, zegt Kuypers. „Dat is vele malen beter voor de natuurwaarde van het gebied.” Als je het gebied toch gaat aanpakken, doe het dan gelijk goed, vindt hij. Je moet dan investeren in de rioleringen in de buurt, en de duikers bij het Marnix Gymnasium. „En als je kijkt wat de andere oplossingen kosten, bijvoorbeeld de waterpleinen in Spangen en Noord; die zijn veel duurder.”

Jurgen Bals van het hoogheemraadschap kent de wens van de bewoners. Technisch kan het, maar het is complex en tijdrovend. „Er worden al grote stappen gezet. Waar de gemeente aan het riool werkt, koppelen we samen meteen zoveel mogelijk af, zoals in de Agniesebuurt.”

En dan is er ook nog het technische verhaal. Leuk, de natuur zijn gang laten gaan, maar er moet wel over nagedacht worden. Hoe richt je het gebied in, welke planten ? „Want laten we wel zijn: het is een flinke investering, het moet wel gewoon werken en te onderhouden zijn. We moeten voorkomen dat na tien jaar de boel is dichtgegroeid en er geen ruimte meer is voor water”, zegt Bals.

Maar: het Essenburgpark is een uniek project, zegt hij. Een heel natuurlijk project midden in de stad. „En we zitten in de voorbereiding regelmatig met bewoners aan tafel. Dat hadden we een paar jaar geleden niet verwacht. Dat is een doorbraak.”

Correctie (1 oktober 2017): Het Marnix Gymnasium werd eerder het Marnixcollege genoemd, dat is aangepast.